Wat je van te dichtbij bekijkt, wordt onscherp.

Happiness starts here and it starts now, all you have to do is recognize it when it stares you in the face.  Dalai Lama

Mijn geluk start hier en nu. Het enige wat ik moet doen is het herkennen wanneer het me in mijn gezicht staart.  Wat een mooie zin. Het geluk straalt er vanaf 🙂  Maar hoe herken je geluk wanneer de bril van alledag je zicht belemmert? Wanneer na een vermoeiende werkdag de rekeningen op de mat liggen, je kind het even niet ziet zitten, je weer een prutmail in je inbox vindt of via via hebt gehoord hoe er over je gedacht wordt…

Die bril van alledag kan je ook niet zomaar afzetten… want de rekeningen dienen betaald, werk moet worden verzet en je kids schreeuwen om aandacht…

Wat je van te dichtbij bekijkt, wordt onscherp.

Je kan je blind focussen op het leven van alle dag. Je kan zo opgaan in alles wat je doet dat je vergeet om af en toe afstand te nemen. Af en toe een stap terug en heel mindful bedenken wat het allemaal met je doet.  Mijn psych leerde me “Dan doe je even je ogen dicht en bedenk je dat je in een witte kamer met 2 deuren zit. Je laat al je gedachten en emoties passeren. Ze komen één voor één binnen via de ene deur en je laat ze één voor één weer via de andere deur verdwijnen. Gewoon erkennen dat ze er zijn… “

Dit is heel wat anders dan het reuzenrad van mijn gedachten, waar ieder gebeuren, elk gevoel na elk rondje wederom de revue passeerde. Na ieder vergezicht eiste het bakje met gedachten weer mijn volle aandacht en wakkerde daarmee het vuurtje aan – helaas vaak in negatieve zin…

Dus stapte ik over naar een andere metafoor – die van de haven. In mijn haven varen de bootjes echter maar één kant uit.  De rivier brengt wat ze brengt in allerlei bootjes. Sommige zeilen vrolijk al zigzaggend mijn haven tegemoet, andere puffen, zuchten en steunen onder de last van hun vracht. Maar het hele punt is: ik ben de havenmeester. Ik bepaal of de bootjes  mogen aanmeren, aanleggen en of ze hun vracht bij mij mogen lossen…  Heb ik er geen zin an, of kan ik er niks mee, dan jaag ik ik ze zo de open zee op. Weg ermee… Maar dan moet je je wel bewust zijn van al die bootjes.

Vandaar dus dat mijn psych met het verhelderende idee van deze mindfulness-oefening kwam. En zo maakte ik kennis met die witte kamer met 2 deuren. Maar Sara zou Sara niet zijn als ze de boel niet een beetje zou aankleden… Psych-lief zei nog,  het is een witte kamer zodat niets je afleidt… Maar ik bepaal wat ik zie als ik de binnenkant van mijn oogjes bekijk dus zie ik een roze kamer. En het zijn geen 2 saaie deuren, maar een soort van poorten waar mijn rivier doorheen stroomt. En ik, de havenmeester, kijk toe.

Hoe zit ik hier? Wat voel ik (letterlijk), wat hoor ik? Wat ervaar ik? Welke gedachtenbootjes komen binnen? …

Wegen bij de ww morgen: nog ff doorvaren, morgen ben je pas aan de beurt.

Vergadering op Seth zijn school; nog ff doorvaren, jij bent ook pas morgen aan de beurt.

Staken 26 januari: Maandag ga ik bedenken hoe ik in Utrecht kom, nu nog niet, ook jij, hup de zee op.

Ik ben zo moe de laatste tijd: hooow! Even wachten, ff lossen, Wat zit hier achter?  Het bootje zucht en kreunt en meert aan (uiteraard met roze touwen en roze aanmeerpalen). Tijdens het lossen zie ik de inhoud en bedenk ik me dat ik eerder op bed moet. Dit bootje moet dus even wat extra supervisie. Mag de haven in blijven… Inspectie volgt nog.

Dan komt er een zwalkend bootje aan – zo een bijna vergaan type wat met verroeste blikjes aan het hozen is. Wat is hier aan de hand? Het blijkt een vrachtje gelukt te vervoeren wat bijna gezonken is door alledaagse drainagegaten. Door het iedere keer weer letten op die gaten dacht de kapitein niet na, zwalkte heen en weer en bijna zonk de lading geluk. Om al dat water kwijt te raken, boorde hij nog wat extra gaatjes in de bodem- kon het water wegstromen, dacht ie  – de oen …  Tijd om te lossen dus! Deze kapitein staarde zich blind op dat wat fout ging. Hij had de ballonnen van geluk uit zijn lading kunnen opblazen en zo naar de haven kunnen vliegen. Dit bootje laat ik uiteraard aanmeren. Wat doe ik aan al die gaten in de boot?  Wat je van te dichtbij bekijkt, wordt onscherp.   Blindfocussen eist afstand nemen.

 

Heel mindfull bedenk ik me dus dat ik aankomend weekend weer heerlijk ga relaxen bij mijn broertje.  En aangezien ik er een lang weekend van kan maken, heb ik niet alleen tijd om mijn focus weer te herstellen; ik heb zelfs tijd om uitgebreid te kijken naar het geluk wat me in mijn gezicht staart.

 

En met die gedachte verlaat ik mijn roze kamer met roze bootjes en een slanke havenmeesteres 😀

Het laatste avondmaal … euh ontbijt bedoel ik… hoop ik

Vanmorgen mocht ik uitslapen … in principe elke maandagochtend. Maar helaas. We hebben een muis in huis. BAH! Ik heb deze week iedere dag zowat al mijn kasten leeggeruimd, alle pakjes en blikjes afgewassen, lades gedesinfecteerd en alles weer netjes teruggezet op de opengevreten pakken na. Die kegelde ik zo de prullenbak in.

Maar helaas – al mijn arbeid tevergeefs – de muis geniet dagelijks van zijn opgeruimde en schoongemaakte speelplaats: mijn keuken. MIJN keuken!

Dus vanmorgen had ik mijn wekker maar gezet – zoonlief kennende durft ie niet alleen de keukenlades te openen. En ja hoor, het was raak. Na alles vluchtig gecontroleerd te hebben beperkte de schade zich deze keer tot de voorraadlades. (Eerder vond ik in de hele woonkamer, overal keutels) Grr. Gelukkig geen muis te bespeuren. Dacht ik.

Op het moment dat ik mijn roggebroodje met kwark aan het besmeren was friebelde der iets over mn voeten. Met een gil ben ik achteruit gesprongen, kwam verkeerd terecht op mijn voet en nog voor ik goed en wel van de pijn was bekomen was de boosdoener alweer verdwenen. Pff.. rikketikketik … mijn hart… Met het idee dat de smerige rat weg was opende zoonlief de lade waar met schoolkoekjes. “PIEP” en met en sprongetje belande de muis achter de lade, in de kast en verdween via de gasleiding-afvoer in het niemandslandgedeelte van mijn keuken. MIJN mooie rode keuken.

Deze keer was mijn hoofd roder dan de kastdeurtjes. Venijn, verontwaardiging, boosheid en pijn. ROOD. Vandaag is rood. grrrrr.

Nadat zoonlief de deur uit was heb ik dus voor de zoveelste keer de volledige inhoud van alle kastjes op de keukentafel geponeerd. Voor ik ging soppen toch maar eerst m’n broodje met kwark en banaan verorberd. Niet in de keuken uiteraard. Maar echt smaken deed het me niet. Met lange tanden – alsof het een galgenmaal was- slubberde ik de boel naar binnen. Brrr. (lees de rilling die nu over mn rug loopt :))

Vanmiddag na het werk had manlief het gat van de gasafvoer dichtgepurd en liet hij me weten dat er reeds veelvuldig gegeten was van het gif. (Hij had het met pindakaas gearomatiseerd – de muizenkok – haha). Het gat van de waterafvoer had hij wijselijk open gelaten. Hoe komt ze anders bij het gif? Ze moet dood voor we alles dichtpurren, anders knaagt ze zich zo weer een weg om zich vol te kunnen vreten. Zij vreten en ik maar dieeten… IN MIJN KEUKEN!

Ach, laat ‘r maar komen – dat domme muizenwicht- vreet je vol, je galgenmaal staat gepresenteert. Nog net niet op een zilveren schaaltje. Maar weet 1 ding: het is je LAATSTE maaltje.