collectief versus individueel: groeien in geestelijke functionaliteit

Even voor de duidelijkheid; met mijn blog van gister wil ik niets afdoen aan het individuele aspect van ‘geloven’. Het mag duidelijk zijn dat geloven begint in je eigen hart en dat iedereen verantwoordelijkheid draagt om zich als individu dicht bij de Vader te weten.  Dat is ook de reden dat we een ‘gezin’ zijn. Ieder op zich heeft zijn talenten, zijn eigen inbreng, zijn eigen nukken, z’n eigen wijze van in relatie gaan met de Vader. Maar samen ben je een gezin en hoor je je aldus te gedragen.

Helaas hopen (en verwachten) we vaak dat ieder gezin (lees kerk) perfect is. De waarheid toont ons echter een geheel ander beeld. Steeds meer dysfunctionele families doen onrecht aan het mooie goed wat God ons erin gaf: eenheid en geborgenheid. Een plek waar het collectieve een must is, waar een gezin een plek hoort te zijn waar je je thuis voelt bij elkaar. Het is vaak verworden tot een plek van onmin en verdeeldheid. We denken elkaar door en door te kennen en veroorloven ons nogal eens teveel vrijheden voor wat betreft kritiek en zelfs laster. Grenzen zijn vaak ver te zoeken…

 

Misschien heeft het wel te maken met de individualisering van de maatschappij waar we ons als kerken teveel door laten beïnvloeden. Ieder kind moet zichzelf volledig kunnen ontplooien, en die zelfontplooiïng staat haast equivalent voor vrijheid. Ongebreidelde vrijheid. Terwijl kinderen juist zoveel nood hebben aan grenzen. Grenzen leert een kind omgaan met tegenslag. Grenzen leren kinderen nieuwe wegen zoeken. Grenzen maken kinderen creatiever. Grenzen maken kinderen dankbaarder.

Een kind wat altijd alles maar mag kan geen waarde meer hechten aan alle mogelijkheden en kansen. Een kind wat alles krijgt vindt spullen zo vanzelfsprekend dat het vertikt erom te willen werken. Een kind wat alles op een presenteerblaadje aangeboden krijgt weet niet hoe het creatief moet denken om zelf e.e.a. voor elkaar te krijgen.  Een kind wat met regelmaat ‘nee’ te horen krijgt, toont zich dankbaarder wanneer het een ‘ja’ ontvangt. Een kind wat grenzen kent, leert de grenzen van een ander vlugger accepteren.

Een kind werkelijk liefhebben, betekent dat je grenzen stelt.

 

Zo ook in de kerk. Nu is het niet zo dat ik terug wil naar ‘vroeger’. Naar de tijd waar de dominee met ontzag bejegend werd en zelden van zijn pied-de-stal kwam. “Elk voordeel heb ze nadeel” zei Cruijf eens (of was het andersom??), en ik ben me bewust dat ‘vroeger’ echt niet ‘beter’ was in alle opzichten. Maar ‘nu’ is dat absoluut ook niet.

 

Ik zou een hele lijst kritiek kunnen opsommen over hoe kerklui zich tegewoordig kunnen gedragen. Ervaring genoeg zou ik zeggen … maar dan zou het weer draaien om mij. Ik mag het gister dan wel gezegd hebben; “Geloven is iets collectief”. Maar ik heb er zelf verdraaid veel moeite mee.  Het zijn juist vaak de ‘kerklui’ waarop ik afknap. Tenminste afknapte, want nu geef ik ze er weinig kans meer toe: Als ik naar de kerk ga, ga ik zo laat mogelijk – ga via de achteringang naar binnen – en verlaat de dienst als eerste door dezelfde deur. Het liefst niemand meer gesproken. Ik zit niet meer in een kring, doe ‘niets’ qua bediening, ga nooit naar de studieavonden of gebedsdiensten … Hoe zit het dan voor mij? Gods huisgezin is vaak zó dysfunctioneel!

 

Ik ben geneigd vele excuses aan te dragen. Allerlei redenen waarom ik denk gelijk te hebben om me zo ‘afzijdig’ op te stellen. En ik moet eerlijk bekennen dat ik een aantal van die redenen nog echt goed vind ook. Bijvoorbeeld: als iemand je afschiet, en je hebt een geestelijke kogelwond, moet je de tijd nemen om te herstellen. Je kan niet blijven rondlopen en langzaam doodbloeden – daar heeft niemand wat aan. Of wat dacht je van deze: Als je weet dat iemand ‘armed and dangerous’ is – en je eerder al een klap verkocht – dan zoek je het gevaar toch niet op? Of ‘als een gezin écht dysfunctioneert – dan wordt het kind toch uit huis geplaatst.?’ … erg he?

Dit is nou precies waar ik het gister over had toen ik schreef over ‘bonje’ met je broers of zussen. Oh, ik geef grif toe dat mijn relatie met God een flinke deuk opliep toen ik dat ene kritische briefje in de bus kreeg, of de walgelijke mail in mijn inbox … of die ene opmerking naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Mijn boosheid en verdriet had direct zijn weerslag op mijn geestelijk leven. Daarom ging ik ook niet meer naar de kerk, las ik niet meer in de bijbel en had ik God in de wacht gezet. Ik had mezelf even ‘uit huis’ geplaatst.

 

Nu ben ik weer on speaking terms met ‘Hem’. Meer dan dat: ik ben me door persoonlijke – heel individuele- relatietherapie (met God wel te verstaan) – bewust geworden van het feit dat ik me moet leren voegen naar Zijn wil, ondanks het gedrag van mijn broers en zussen… En dat ik soms een ‘Nee’ moet leren slikken. Of een ‘Je moet’. Dat was dan ook de reden dat ik de stap zette om op zondag wél weer naar de kerk te gaan. Of om wél een verzoenend gesprek aan te gaan terwijl de zin zeer ver te zoeken was.

Weet je, wanneer iemand je omduwt en je je been breekt, moet je soms een tijd lang in het gips. En soms moet je na de zoveel weken gips ook nog eerst fysio en krukken voor je je been weer stap voor stap kan belasten. Een kind wat uit huis geplaatst is – gaat ook niet ineens weer terug. Eerst eens een bezoekje, dan eens een paar weekenden, totdat alle partijen zover zijn dat ‘het kan’. …

 

Dus wanneer ik het heb over geloven is iets collectief: dan meen ik dat 100%. Tegelijk mogen we in ogenschouw nemen dat we het individuele aspect niet mogen vergeten. In beide horen we ons te gedragen als ‘gehoorzame’ kinderen. We moeten leren om een ‘nee’ of  ‘je moet’ te accepteren, zowel als huisgezin, als individueel kind van de Vader. Maar bovenal, we moeten erkennen wat ons gezin is – hoe dysfunctioneel dan ook; Het is de plek waar we thuishoren. Daarom mogen we ernaar streven – met de juiste therapie van Boven;  te groeien in functionaliteit.

Advertisements

Geloven is iets collectief!

Vanmiddag in het zonnetje bedacht ik dat ‘op vakantie gaan’ met ons gezinnetje haast ‘levensnoodzakelijk’ is. Nee, we zullen er niet letterlijk aan sterven wanneer we er niet op uit kunnen trekken… maar met enige regelmaat hebben we het gewoon nodig ‘er uit’ te zijn. …

Hoe ik hierop kwam? Nou, ik zat in de Bijbel te lezen.  Dat verklaart alles hé!:) haha.  Het zal vast een goddelijke openbaring geweest zijn. Dus hup! Boeken die handel 🙂 Zie je wel dat we Gods stem goed verstonden toen we onze reis naar Florida boekten 🙂  Nee, even zonder gein.

Voor mijn preek van 15 april as.(Cama Almere) zat ik me te bezinnen over de eerste Petrusbrief. Nu moet ik eerlijk bekennen dat 1 Petrus 2:9 en 10 al sinds jaar en dag mijn favo tekstgedeelte uit de schrift is, maar het lijkt wel of ik er nu met andere, nieuwe ogen naar kijk. Hoofdstuk 2 kan je natuurlijk niet loskoppelen van het hoofdstuk ervoor en dus begon ik bij het begin… En steeds meer treft het me dat Petrus het niet tegen heel veel individuen heeft (bijvoorbeeld tegen jou of mij als persoon) maar tegen 1 grote groep van mensen; de kinderen van God.  Als volk. Als 1 familie. Als 1 gezin.

Petrus leert ons (heel beknopt gezegd) dat God ons uitkoos – dat de Heilige Geest in ons een proces startte waardoor we een leven als Jezus (navolging) gingen nastreven. Individuele, persoonlijke, levensheiliging is noodzakelijk. Maar Petrus gaat verder. Hij laat weten dat levensheiliging ook iets collectief is. We moeten zijn als kinderen die naar hun vader luisteren. Respect voor God is hierin van groot belang! En gehoorzaamheid aan God resulteert in liefde voor je broeders en zusters in geloof…

Als ik terugredeneer: wanneer je je dus flink boos maakt op elkaar – onderlinge bonje hebt – de kerk uitstapt of wath ever omdat je (op dat moment of langer) geen liefde voor elkaar kan opbrengen … Dan heb je dus geen respect voor God??

Onderlinge ruzie als kinderen… die gedachte bracht me bij mijn kids. Zo geweldig christelijk opgevoed als ze zijn hebben ze natuurlijk NOOOOIT ruzie, het zijn ALTIJD schatjes – ahum in mijn dromen – …  Maar het is wel zoals Petrus het zegt: Een kind wat je een hele mooie belofte voorhoudt, gedraagt zich bewust beter… Hoevaak krijgt een gemiddeld kind te horen ‘als je heel lief bent, dan krijg je een ijsje.’  Dit geldt ook voor onze jongens. Tegen de tijd dat Sinterklaas moet komen hebben we een heel duidelijk dreigement bij ruzie’s – zelfs nu ze al jaren niet meer geloven in die ‘Heiligman’. En het werkte! Iedere keer weer! Of wanneer ze bijna jarig zijn …  Zo mogen wij als kinderen van de Vader ons onze beloning voorhouden wanneer het ons nogal zwaar valt…

Nu is het zo dat onze kids hun papa met regelmaat moeten ‘missen’. ‘Missen’ is dan een mooi woord voor ‘afstaan aan de kerk’. En op één of andere manier merk ik dat wanneer de periode van gemis te intens of te langdurig wordt, ze meer moeite met elkaar hebben. Wij als ouders, hameren iedere keer op hun ‘broers’ zijn. Ik kan het ook wel zeggen, maarja, de impact halveert zonder Jurgen.  Dit is dan ook de reden dat we graag ‘vaak’ met elkaar erop uit trekken. Onze eerste reis naar Amerika was een giga-oppepper wat betreft de gezinsverhoudingen. Samen reizen, samen slapen, samen eten, samen lopen, samen samen alles samen. En vooral samen God ontmoeten. Ik denk dat het beter tussen onze jongens ging omdat ze ieder van ons ook zo intens en vol liefde met ze zagen omgaan. Dit maakte dat het voor hun steeds makkelijker werd naar elkaar te kijken door onze ogen.

Dat is nou precies wat Petrus bedoelt. Wanneer we ons -de beloning van de redding voorhouden, wanneer we veel intens contact met God, onze Vader,  hebben, dan leren we elkaar steeds meer zien door Zijn ogen. Onderlinge liefde is dan onderhevig aan onze relatie met de Vader. Niet als individu, maar samen. Door samen Hem te ontmoeten (niet als vele individuen in 1 zaal, maar als een hechte gemeenschap die betrokken is met elkaar)!, door samen met Hem te wandelen, door samen tijd te spenderen met de Almachtige leren we elkaar meer liefhebben.

Als het geloof als iets individueel bedoeld was, dan had God nooit een volk gekozen. Dan had hij jou en mij uitgekozen als een koninklijke priester in plaats van een koninklijk priesterschap. Dan had hij ons niet uitgekozen als natie (1 pet 2:9) …

Geloven is niet iets louter persoonlijks. Het is iets collectief.

Misschien is het tijd om als kerk op ‘vakantie’ te gaan?

Over probleemkinderen, ‘t Floracollege en hoog bezoek van het ministerie …

Afgelopen donderdag had ik de eer aanwezig te mogen zijn bij een werkbezoek … niet zomaar een werkbezoek maar hoog bezoek; een delegatie van het ministerie van OCW ging een kijkje nemen bij het Floracollege in Naaldwijk. Waarom? Ik had medio december een nogal enthousiaste en positieve blog geschreven over deze school waar onze oudste het zo naar zijn zin heeft. Die blog had ik gemaild aan de directeur van de afdeling passend onderwijs en van het één kwam het ander… of ikzelf wel aanwezig wilde zijn als aanzwengelaar van het geheel… heu, ja hoor.

 

Ik kan het niet nalaten me af te vragen wat zo een delegatie wil bereiken met een bezoek als deze. Van alle info die mij als moeder zowel als docent reeds ter ore was gekomen, was er weinig positiefs aan alle op til zijnde veranderingen. Hoe het Floracollege eea invult blijkt een wonder te zijn voor het leven van onze zoon – daar mogen ze voor wat mij betreft een voorbeeld aan nemen. Maar hoe het nou zit met al die bezuinigingen? (want laten we eerlijk zijn: dat is het enige wat werkelijk goed gecommuniceerd is aan het hele ‘passend onderwijs’plan.)

 

Het werkbezoek was boeiend. Met verve hebben de aanwezige coördinator, docent en directeur kunnen vertellen hoe er op deze school gewerkt wordt met het kind als individu. Het grote verschil van hoe het kan gaan in onderwijsland werd duidelijk in Seth en mezelf als ervaringsdeskundigen…  De hoge tantes van het ministerie noteerden, stelden vragen, noteerden en stelden nog meer vragen. Interesse was er wel degelijk. En toen kwam er die kleine opmerking –  klein, maar zeer veelzeggend. Een dame in kwestie wilde weten hoe het Floracollege ernaar toewerkt dat de kinderen in de 3de klas kunnen instromen in een reguliere klas. Helaas formuleerde ze zich uiterst ongelukkig. “Hoe doe je dat dan, want die kinderen stoppen niet zomaar met een probleemkind te zijn.” Hierop schoot de directeur recht overeind in zijn stoel en zei met nadruk “Wij hebben geen probleemkinderen, wij hebben met deze kinderen een uitdaging.”  (mogelijk zei hij het niet zo letterlijk maar hier kwam het wel op neer.)

En dat is nou precies hoe kinderen bekeken moeten worden. In Seth zijn klas hangt een poster met ‘Alle voordelen van Adhd op een rij’ en onze zoon wist te vertellen dat er net zo een poster is met de voordelen van een autistoforme stoornis (lees Pdd-nos of Asperger oid).

Een kind is nooit het probleem. Het zijn de volwassenen die een probleem hebben en dit heel proffessioneel willen afschuiven op de kids. Kinderen die erg beweeglijk zijn noemen wij druk. Kinderen met een groot gevoel voor humor die behoorlijk adrem kunnen reageren noemen wij bijdehand of brutaal. Kinderen met een groot vermogen tot autofocus noemen wij star of we verwijten hun een gebrek aan flexibiliteit. Waarom? Omdat we graag alles en iedereen willen vangen in een hokje en we ze het liefst allemaal op 1 en dezelfde wijze benaderen. Waarom? Omdat wijzelf niet flexibel genoeg zijn. Omdat er te weinig geld is om kleine klassen te creëren, omdat we zo min mogelijk docenten voor zoveel mogelijk leerlingen willen zetten. Omdat wij … het probleem ligt niet bij de kinderen. Het probleem ligt bij ons, de maatschappij!  Het probleem, zijn wij. Schandalig dat we dit willen afschuiven op deze kwetsbare kinderen en ze zo in eigenwaarde naar beneden weten te halen. Schandalig dat we ze zo weten te traumatiseren, weten aan te praten dat er iets ‘mis’ is met ze. Dat we ze doen geloven dat pdd of adhd of odd of welke dd dan ook, dat het een handicap is.  Een kind voldoet niet aan onze norm dus HUP stempel erop en afschrijven die handel.

Mm, geef mij maar een directeur die zegt “Ik zie geen probleemkinderen.” Eentje die ervoor strijd dat ieder kind als individu benadert wordt. Maar heel eerlijk: om zo ‘school’ te kunnen zijn, moeten de financiën wel mee zitten. Het ministerie kan met het hele plan rondom passend onderwijs, nog zoveel bezoekjes afleggen, ze kunnen nog zoveel mooie ideeën opdoen … wanneer ze weigeren te betalen helpt het niets.

Het probleem kun je btw ook niet afschuiven op docenten – want een docent kan pas het beste uit zichzelf halen als de omstandigheden er naar zijn… En die omstandigheden kosten geld … Met een klas van 32 leerlingen, en dat 8 keer op een dag, waar haal je de tijd vandaan voor een persoonlijk gesprek, extra aandacht voor dat ene kind, of … dat werkt niet!

 

Als het niet aan het kind ligt … en het probleem ligt ook niet bij de docent of de ouders … en de scholen zijn welwillend… wiens probleem is het dan? Ministerie OCW: Back at ya!

God vrezen naïef?

Zonet op een eerdere blog een reactie ontvangen waar ik toch even van moest glimlachen. Niet omdat hij zo leuk was, integendeel. ‘Hoe naief kan je zijn’ schreef de dame in kwestie. Het ging over de blog waarin ik vertelde dat we een wildvreemde een plek om te slapen hadden aangeboden in ons huis.

Tja, ik snap het wel – hoe naïef dit overkomt. In een wereld als de onze, waar achter elke hoek een kinderverkrachter kan staan – wie haalt het dan nog in zijn hoofd om een wildvreemd iemand te helpen door hem in zijn eigen huis een slaapplek aan te bieden – terwijl je ook nog de verantwoordelijkheid draagt over je kids! En toch… moeten we ons laten vormen door de boosaardige kant van onze maatschappij? Moeten we ons laten leiden door dat wat allemaal fout zou kunnen gaan? Moeten we banger zijn voor wat zou kunnen gebeuren in plaats van luisteren naar Gods opdracht?  Ik snap prima dat je moet uitkijken. Ook snap ik nog wel dat je de verantwoordelijkheid niet moet afstoten om jezelf en je kids te beschermen. Maar hoe ver gaat dit?

Toen Lot (neef van Abraham) leefde in Sodom, een stad in geen enkel opzicht te vergelijken met ons kleine Monster, had hij te maken met stad vol kinderverkrachters, seksisten, … . Wanneer Lot op een avond onbekende mannen in de stad ziet rondlopen kreeg hij ook dat gevoel wat wij hadden toen we die arme man bij de flat zagen lopen. ‘Het klopt niet’.  Ook Lot besliste om op de mannen af te stappen en uit te vogelen wat ze van plan waren. De 2 mannen zouden ‘s nachts wel buiten pitten zeiden ze. Maar Lot wist hoe gevaarlijk het was in de stad. Er was een reeele kans dat deze mannen juist daarom naar de stad waren gekomen- misschien waren ze juist op zoek naar een flink potje seks… Zeker weten deed Lot het niet, maar hij maakte de inschatting, naïef of niet, om ze uit te nodigen in zijn huis en ze bij hem te laten overnachten. ‘s Nachts blijkt het gevaar, mannen uit de stad hebben het verse vlees gezien wat bij Lot binnenliep. Ze verzamelen zich om zijn huis en schreeuwen ‘Geef die mannen aan ons! We willen ze nemen!” Maar Lot beschermd zijn gasten, haast tegen elke prijs …  het bleken engelen…

Heb 13:1 en 2: Houdt de onderlinge liefde in stand en houdt de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen, zonder het te weten, engelen ontvangen.

Hoe ver ga je – zelfs in onze maatschappij – om te gehoorzamen aan dat wat God je opdraagt?Is God gehoorzamen dan naïef?  Ik had er ook over nagedacht, over die rare kerel bij ons in huis … Een tweede nacht had ik hem nooit laten blijven, dan had ik de daklozenopvang oid gebeld… Maar – In welke mate durven we onze angst loslaten, de angst om te verliezen wat we hebben (al zijn het onze kids, is het onze huis en haard), de angst om terug te geven aan God wat we eerder van Hem ontvangen hadden …

Durven we nog wel te zeggen:  “De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?” (Heb 13:6) 

Eeuwige Vader

 

Wat als je geen goede relatie hebt met je vader? Of wat als je vader er niet meer is? Of wat als je als kind veel negatieve ervaringen met je vader hebt gehad? Hoe kijk je dan naar God als Vader?  Vaders heb je in alle maten. Zeker in ons vrije multiculti-landje. Biologische vaders, stiefvaders, pleegvaders, strenge vaders, afwezige vaders, hardwerkende vaders, luie vaders,… en echte papa’s.

Hoe je aardse vader ook is, er is een groot verschil tussen een ‘vader’ en een ‘papa’.  Tenminste, zo ervaar ik dat. Een ‘vader’ is er wel, maar ook weer niet. In het woordje ‘vader’ zit iets afstandelijk, iets wat niet echt helemaal  ‘eigen’ voelt.  Tenminste, voor hoe we het woord in onze huidige tijd gebruiken. Een ‘papa’ is heel persoonlijk, zorgzaam, aanwezig, heel dichtbij.

 

Wanneer ik een 10-minutengesprek op school heb ontvang ik ‘vaders’. Voor mij zijn ze niet eigen. Het zijn de vaders van een ander. Maar als ik thuis naar mijn man kijk, zie ik een papa die zijn kinderen aanmoedigt. Het voelt zo verschillend.

 

Eeuwige vader. Jezus noemt God ‘abba’.  Een Hebreeuws woord voor vader zowel als voor papa. Voor ons  klinkt het zo gewoon in de oren om God ook Vader te noemen. Maar in dat ene woordje ‘abba’ zit zo onwijs veel gevoel.  In die tijd noemde je God niet zo. Het was eigenlijk juist de gewoonte om een gepaste afstand tot God te bewaren. Maar Jezus zegt ‘papa’ tegen God omdat God onwijs vertrouwd is voor Hem. Voor Jezus is God heel persoonlijk, zorgzaam, aanwezig en dichtbij.  God als papa.

Dus hoe je aardse vader ook is. God wil je papa zijn.

 

En dan krijgt Jezus de naam ‘Eeuwige Vader’.  Jezus, zoon van God, is ‘het Woord’, is God. Hij is eeuwig. Hij was er al aan het begin van de schepping en Hij is er ook nu. Hij is degene die er was, er is en er altijd zal zijn.  Er komt geen einde aan Zijn aanwezigheid. Er komt geen einde aan Zijn zorg voor jou. Er komt geen einde aan Zijn liefde, intense, juiste en grootse Liefde, voor jou.

 

Hoe lief je je aardse vader ook hebt, of hoe moeilijk je het juist met hem hebt (gehad). Jezus wil voor altijd jouw hemelse, zorgzame, liefdevolle papa zijn. Heel dichtbij en heel persoonlijk.  Dat is Pasen,  dat God de mensen zo lief had dat Hij zijn eigen Zoon, een deel van zichzelf, afstond. Dat Hij het voor iedereen mogelijk wilde maken om dicht bij Hem te komen en Hem als papa te ervaren.

 

Eeuwige Vader,  God met ons.

Zo ouders, zo leerlingen

Het gebeurt me zelden… en ik ben er best even ondersteboven van. Nu ‘doe’ ik soms wel alsof ik boos ben – reageer ik soms flink streng. Maar echt boosheid ervaren tov een leerling – dat overkomt me zelden. Maar vandaag was het zover…

Mevrouw de leerling had ik al lessen achter elkaar moeten waarschuwen voor haar onverbeterlijk kletsgedrag. Een gesprek, een time out op de gang, laten melden bij de teamleider… het had geen zin gehad. Dus gister, na de zoveelste waarschuwing gaf ik strafwerk. Heel kinderachtig, ik weet het, maar ik gaf haar overschrijfwerk. De hoeveelheid vond ik meevallen, maar miepje niet. ‘Ik moet vanavond werken, hier heb ik geen tijd voor.’ De arrogantie…  Stug volgehouden, zij en haar kletsmaatje hadden strafwerk, punt uit.

Komen ze vandaag mijn les inwandelen. De één keurig het strafwerk inleverend, maar miepie met een air van jewelste (neus in de lucht – bekende blik in de ogen) – ze duwde me een briefje van moeder onder de neus. Moeder had zogenaamd begrip voor mij maar besliste dat dochter geen strafwerk moest maken. Geen alternatief, geen steun, geen hulp … slechts tegenwerking. Als ik vragen had kon ik haar wel mailen!! Mailen! Ik kon wel uit mijn vel springen. Hoe kon ik dit uitleggen aan de leerling die wel keurig haar strafwerk had gemaakt? Hoe verwachten ouders dat ik gezag hou in de klas wanneer ze me zelf geen enkel gezag toekennen?

Na een paar minuten inwendig afkoelen heb ik de brief van moeder teruggegeven en de dame in kwestie gesommeerd het maar met de teamleider te bespreken. Ik had even geen zin in haar aanwezigheid. En met 28 andere leerlingen voor mijn snufferd kon ik hier geen juiste aandacht aan besteden. Met een enorm talk to the hand gebaar, een opvallend diepe zucht en een geirriteerde zwaai verliet ze mijn les.

Ik kookte. In een poging weer enige professionaliteit te tonen mijn boeken bij elkaar gezocht en begonnen met de les. Op zich ging deze les gelukkig soepeltjes. Leerlingen werkten goed mee (ze durfden denk ik niet anders) en stelden vrijuit allerlei vragen waar ik graag op in ging.

Halverwege de les komt miepje binnenstormen ‘De teamleider zit in vergadering’. ‘Dan ga je in de studieruimte maar even wat anders zitten doen.’ En met een zwaai gooide ze haar rugtas over de schouder en verliet met dezelfde air wederom de klas.  Ik heb het niet gezegd maar ik dacht wel ff: als jij weigert te luisteren en weigert strafwerk te maken dan weiger ik je in mijn les.

Maar ik had de balen. Enorm de balen. Niet alleen van de situatie maar vooral ook van mezelf. Waarom trok ik me dit zo hard aan? Waarom liet ik me zo meeslepen door mijn gevoel? Waarom kan ik hier niet gewoon ‘boven’ staan? Ik moet prof. blijven zei ik stil tegen mezelf. Mijn gevoel telt even niet – hoe onfair de ouder ook handelt.

Tegen het einde van de les ben ik maar even naar de studieruimte gelopen waar ik miepje vond: innig verstrengeld met haar liefje, Frans boek voor de snufferd en tranen op de wangen. Gossie. maar zodra ze me zag weer die blik. Hellup.

Toch maar op mijn allervriendelijkst gevraagd of ze straks in de pauze even bij me terug wil komen om eea te bespreken. Dat deze situatie voor geen van beide werkbaar is… Zag ik die blik even verzachten? ja, ze wilde wel tijd voor me maken… Ik loop weer terug naar mijn klasje, bedenk me en draai me nog even om “Ik weet dat je straks een rep hebt voor Frans, laat wat nu voorgevallen is je niet onzeker maken. Ik mag het dan niet eens zijn met hoe je je gedragen hebt – maar dat is ook dat. Meer niet. We mogen het beide een beetje in perspectief zijn, ok?

Ik krijg zowaar een vriendelijk knikje terug.

Straks met haar dus een gesprek – en moeder? Daar laat ik mijn teamleider maar in meedenken. Ik kan geen lesgeven noch orde houden wanneer ouders niet achter me staan en in mijn plaats gaan beslissen…