Social media asociaal of imago-controle?

Voor wie het nog niet is opgevallen: ik doe niet meer aan social media. Waar het kon heb ik mijn accounts gedeactiveerd en op mijn iphone heb ik de apps verwijderd… hyves kan ik niet deactiveren maar erop kijken doe ik niet meer.

Waar ik eerst best een fan was van Facebook en Twitter ben ik er nu totaal op afgeknapt en vind ik het meer imagoaccelerators dan sociale media. Social media is ideaal wanneer je jezelf bewust op een bepaalde wijze aan de wereld wil presenteren. Het gros gebruikt deze media om -wie dan ook- te laten weten hoe goed het leven is; foto’s, kreten en zelfs bijbelteksten worden hiervoor te pas en te onpas gebruikt. Wanneer je een tekort aan aandacht hebt, gefrustreerd bent of juist verdrietig kan je jezelf geheel nikszeggend blootgeven en de nodige meelij ontvangen. De ruimte die je hebt om iets van je leven te delen is zo klein dat je hooguit een fractie van het geheel aan de internetmassa kan tonen; Je wekt een illusie en ontvangt een illusie. Want wees eerlijk: wie zit erop te wachten dat je deelt een rotvakantie te hebben gehad? Dus post je berichten als “Het weer is hier geweldig”, en wanneer je in en in verdrietig of gekwetst bent, ben je als christen niet de eerste die met luxueuze bijbelteksten strooit… We kiezen wat we wel en niet over ons leven vertellen en berekenen met ernstige precisie hoe we willen overkomen. Social media is het toppunt van imago-controle.

Het is relatief gemakkelijk om via de digitale weg een groot aantal contacten te onderhouden. Mensen van overver ‘spreek’ je alsof ze om de hoek wonen en wie werkelijk om de hoek woont kan je erg makkelijk negeren. Het grote gevaar is dat het échte contact, het diepe menselijke meedeleven en intense gesprekken, opgaan in de maskerade en je heel sneaky vergeet of verleert wat het is om een (vrienschaps)relatie op te bouwen, laat staan te onderhouden. Geduld wordt niet langer een schone zaak, miscommunicatie komt bovendrijven en frustraties ten opzichte van elkaar worden publiekelijk gedeeld. Afslachtingen zijn het gevolg, helaas niet altijd figuurlijk.

Na zelf diverse keren het slachtoffer te zijn geworden van ondoordachte frustraties en miscommunicaties geef ik het op. Ik hou het bij bloggen; met veel meer ruimte om eea te zeggen, zonder de sfeer dat je je leven open en bloot op tafel legt (lees ook mijn disclaimer)…  Ik heb geen behoefte om mezelf een bepaald imago aan te meten… om mee te doen aan de maskerade van vreugdevol en sociaal leven. Misschien ben ik wel niet sociaal genoeg voor social media … Anyway: wie met mij contact wil krijgen of onderhouden zal meer moeite moeten doen door de telefoon, auto of de fiets te pakken om me in real life te spreken. Waarheid gebiedt me te zeggen dat ik geen van drieën echt verwacht. En dan rest me de vraag: Als ik ‘zó’ interessant was om te volgen of om ‘vrienden’ mee te zijn … waarom zat ik dan nog op social media?

Advertisements

Wester en Knevel verkrachters

Het is maar goed dat ik niet mag stemmen … ik vrees dat ik uit pure meelij voor de SGP had gestemd. Laat één ding duidelijk zijn; ik sta helemaal niet achter het partijprogramma van deze Christelijk fundamentalistische partij, maar gister vond ik dat Nederland toch wel erg Amerikaans reageerde op de uitspraken van Van der Staaij.

Ik weet niet of menigeen vóór het vormen van diens mening het bewuste interview volledig heeft gevolgd, maar hij heeft toch echt NIET gezegd dat een verkrachtte vrouw MINDER kans heeft op zwangerschap, noch heeft hij geïnsinueerd dat het hun eigen schuld zou zijn als ze na een dergelijk brute aanrading in verwachting blijken. Hetgeen hij WEL zei en insinueerde moet je in het licht zien van zijn antwoord op een vraag over de abortuswetgeving. Hierin benoemde hij dat er als pro-standpunt wel eens geargumenteerd wordt  dat er vrouwen zijn die na een verkrachting zwanger raken en dús abortus standaard moet kunnen… De geest van zijn reactie hierop was dat van alle gepleegde abortussen het maar om een klein aantal ging verkrachtingen ging. Tuurlijk verklaarde hij daarna pijnlijk ongelukkig dat de kans op zwangerschap na een verkrachting statistisch genomen klein is, maar hij benadrukte erbij dat het desondanks, dus óndanks dat kleine aantal van groot belang was dat deze vrouwen goed opgevangen en verzorgd werden. Het belang van de vrouw stond duidelijk hoog op de prioriteitenlijst bij deze partijleider…

Hoe Amerikaans valt Nederland over hem heen door vervolgens een enkel zinnetje gruwelijk uit de context te trekken, te vergelijken met de Republikeinse Akin die beduidend minderwaardig over vrouwen deed. Ten grondslag hiervan ligt uiteraard Frits Wester die het Amerikaanse schandaal direct en hoogst onterecht koppelde aan dat wat Kees bedoelde te zeggen. Knevel deed hier ‘s avonds nog een schepje bovenop door aanhoudend te vragen of hij dan niet beter zijn uitspraken kon terugnemen. Heel christelijk en broederlijk meneer Knevel. Als Knevel zijn wijze van journalistiek op de bijbel zou toepassen zou hij de Psalmist haast dwingen te zeggen dat deze, net als Staaij, zijn woorden dient te heroverwegen;

Knevel: U heeft nu eenmaal gezegd dat er geen God bestaat… Enig idee hoeveel mensen u hiermee diep beledigd heeft?

Psalmist: Laat ik voorop stellen dat het NIET mijn bedoeling was mensen te kwetsen, ik heb ook niet gezegd dat God niet bestaat. Een en ander moet je zien in het licht van wat ik in de overige verzen zei en welk punt ik ermee wilde maken. Wat ik zei was “Alleen een dwaas denkt in zijn hart ‘Er is geen God'”.

Knevel: Ja ok, maar had u dat beter niet anders kunnen formuleren, op zijn zachts gezegd was de uitspraak nogal twijfelachtig, zoniet ronduit fout. Is het niet beter uw woorden terug te nemen? Vele mensen zeggen dat u hen dwaas vindt. Dat kunt u toch niet zomaar zeggen?

Ik zie het al helemaal voor me. Knevel die de Psalmist opdringerig een excuus aan probeert te praten. Walgelijk. Hiermee zet Knevel een trend voort die ik al eerder signaleerde; nl. dat het in Nederland vaak niet meer toegestaan is je eigen mening te hebben, vooral niet wanneer deze afwijkt van de algemene opinie. Iedereen vindt zogenaamd dat hij zijn eigen mening mag hebben…maar ondertussen; Homo’s vinden dat ze moeten kunnen trouwen – maar wee het gebeente dat hier moeite mee heeft en die mening niet deelt; weigerambtenaren zijn niet gerechtigd tot het hebben van een eigen mening…   Net zo met abortus; velen vinden dat de moeder baas in eigen buik is en dat zijzelf mag beslissen of het nog ongeboren leven recht heeft op een toekomst. Wie vindt dat het ongeboren leven wel degelijk ‘leven’ is en niet zomaar dood gemaakt mag worden is ouderwets en moet zijn mening onder stoelen of banken steken. God verhoedde dat je een dergelijk discussiepunt opneemt in je partijprogramma … dan ben je extreem, fundamentalistisch, hopeloos ouderwets en mag Catherine Keyl je eventjes dom veroordelen terwijl Pechtold populistisch mee mag doen.

Nee, meneer Knevel, nee, meneer Wester, journalisten mogen iemands mening best aan de tand voelen, maar dit was ronduit verkrachten en zeggen dat Staaij het zelf gezocht had …

Zo zie je, de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.

Ik wil verhuizen

Verhuizen. Al maanden voel ik de kriebel. Ik wil weg. Met mijn hele hebben en houden verkassen naar een ander huis. Opnieuw verven en behangen, nieuwe kleurtjes, frisse muren, andere omgeving. Nee, wees gerust, ik hoef het Westland niet uit, zelfs Monster niet. Gewoon een andere wijk, misschien nóg dichter bij zee, of een iets grotere – vooral minder lawaaierige- tuin. Een andere voordeur, nieuwe keuken … mmm

De afgelopen 15 jaar hebben Jurgen en ik maar liefst 6 woningen tot de onze bestempeld. Iedere keer vond ik het leuk. Het inrichten van je nieuwe stek, bepalen welke kleuren op dat moment bij je leven horen, wat voor type inrichting op dat moment bij je karakter past… Verhuizen is een moment waarop je alles weer overdenkt; van al je materiële dingen tot het sociale en geestelijke aspect aan toe…

 

Ons eerst huisje stond in de tuin van mijn ouders. De muren kregen een perzikkleur, de vloer was een mozaïk van overgebleven tegels en qua meubels was alles gekregen. Niet één stuk paste bij iets anders. Het was über vintage en studentikoos. Amper ter grootte van een stacaravan waanden we ons in de verbouwde garage koning en koningin van het universum.We woonden er dik een jaar toen Seth ons kwam vergezellen. Een bedje of commode konden we niet kwijt, dus werd een plank boven de wc bevestigd waarop we hem konden verschonen en in de box (tussen ons bed en de keukentafel gepropt) kwam een matrasje zodat hij daarin ook kon slapen. Alles was oud en krakkemikkig, maar voor ons was alles nieuwer dan nieuw. We hebben er 2 jaar gewoond voor we in een achterafwoonwijk in Lelystad terecht kwamen. Op de hoek werd soms een vuurwapen uitgeprobeerd op wat drugsdealertjes, we kregen dreigbriefjes van de overbuurman en een zeldzame keer ervaarden we zelfs een politieinvasie met getrokken wapens die ons rijtjeshuis omsingeld hadden (ze hadden gelukkig de verkeerde straat uitgekozen). Maar ondanks de verloederde buurt hadden we eindelijk ruimte! Vergis je niet, het bleef een klein huurhuis maar met een redelijke woonkamer en open keuken, 3 slaapkamers en een fatsoenlijk zoldertje. Menig puber vermaakte zich in het weekend bij ons. Ieder weekend gingen er zowat 50 frikadellen de deur uit en kon ik het fris niet aanslepen…  Toppunt was een mistige 1 januari-ochtend: om half 5 ‘s ochtends zette Jur de laatste groep jongeren de deur uit nadat een horde van ruim 50 jongelui mijn laminaatje tot een grijze modderzooi hadden gefeest. Gezellig was het wel – vooral toen om 7:00 te kids weer wakker werden, want ook Matthias had toen al besloten ons als ouders te kiezen. Nog steeds hadden we alles tweedehands, de kleurtjes waren weliswaar wat getemperd en de kakafonie werd wat degelijker… De slaapkamers wisselden met regelmaat van bewoner, met vaak  ‘onverwachte’ ‘slapers’ die zo ‘huisgenoten’ werden.  Op het hoogtepunt woonden we er met zeven …  Ons huis stond altijd open voor iedereen.

Huis nummer drie is tot op heden – bij uitstek- nog steeds mijn favoriet. In een fatsoenlijke, kindvriendelijke wijk pronkte ons kasteeltje. Ruime ingang, aparte ingang voor de keuken, héél ruime woonkamer met een prachtige, zwart stalen trap die heel luxueus naar boven wentelde. 5 ruime slaapkamers, en een knal van een dakterras vanwaar je kon zien dat onze tuin uitkwam op het speeltuintje van de buurt. Hier hebben onze kids leren fietsen. Langzamerhand ruimde het tweedehandsgebeuren zich in voor nieuwe spullen. Zo trots als een pauw was ik op mijn splinternieuwe (ikea)keukentafel, die – als je hem uittrok- 15 man kon herbergen. Zelfs een stel oude stoffige stoelen kregen hier sterallures.  Er was ruimte zat en een jaar lang woonde m’n nichtje bij ons in huis. Gastvrijheid stond hoog in ons vaandel en hier hadden we alle ruimte en mogelijkheden daartoe.  Toch hadden we beduidend minder aanloop dan in het vorige huis… misschien dat kerkelijke teleurstellingen hier de oorzaak van waren? Na een jaar bleek mn nichtje ook aanzienlijk minder charmant en eerlijk. Na een reeks van vervelende incidenten ging ze de deur uit … en met haar leek ook onze gastvrijheid te zijn vertrokken… Anyway Jur besloot (zonder dat ik het wist) te bieden op een krot. We hadden net de badkamer en keuken verbouwd toen we de sleutel van huis nummer 4 kregen.

 

Wat een drama was dat huis zeg! De dag van de sleuteloverdracht heb ik in paniek hartstochtelijk gehuild en was ik ervan overtuigd dat we onszelf de afgrond instortten… Alles was kapot. Alles. Alle ramen, deuren, muren, de trap. Alles was smerig. Het stonk naar een herentoilet in Amsterdam wat al jaren in gebruik was maar nog nooit een sopdoek had gezien. Gelukkig hadden we een overdosis visie, vaardigheid en vermogen… Maandenlang zijn we bezig geweest met het schoonmaken, opruimen, uitbreken, verbouwen en opbouwen van dit executie-pand. Het werd een paleis. Ik kon mijn auto (na die van Jur) zo de garage inrijden, mijn kratje booschappen naast de auto in de lift! zetten. Knopje drukken en de lift kwam boven uit in de giga-grote keuken. Het keukeneiland was iets van 3 bij 2. Vanuit de ruime, open woonkamer stapte je door de openslaande deuren zo het terras op en kon je liggen aan of in het zwembad. Beneden naast de garage was de saunakamer, onze slaapkamer boven was 8 bij 4, ikzelf had een eigen lichte hobykamer en de kids hun territorium boven was afgebakend met schommels, acro-ringen en een zwevende zitzak. Het maandenlang klussen had echter zijn tol geëist… ik was hartstikke overwerkt… Nog geen 2 jaar hebben we van het huis en haar luxe kunnen genieten. We verruilden dit paleis voor de bekende tuindershut aan de Maasdijk. Volgens Jur was het een Godsgeschenk dat we eea zo snel hadden verkocht en dat we zó snel wat anders hadden. Ik vond dat God beter zijn best had kunnen doen. Had ik hiervoor jaren gewerkt? Was ik daarvoor overwerkt geweest? … De keuken was een donker hol, de kamer veel te klein, nergens ruimte voor de kids om te spelen (indoor dan) en we sliepen op een ongeïsoleerde zolder waar het in de winter zó koud was dat ik echt begreep waarom de slaapmuts ooit uitgevonden was. Als het buiten te hard waaide, waaide binnen het touwtje van de lamp mee… Mijn mooie bank paste niet eens in de kamer en vond een nieuw, beter, leven bij een marktplaatsstel, net als mijn prachtige tafel. Gehuild heb ik, tranen met tuiten, deze keer niet vanuit een voorbijgaande paniekreactie. Ik wist : dit huis verbouwen we niet zoals het vorige… Dit huis is ook nooit een thuis geweest, gelukkig was het van in het begin de bedoeling dat dit maar een tijdelijke plek zou zijn. Gastvrijheid leek terug te komen… onze caravan stond in de kas achter het huis en een aantal keer was dat iemands slaapkamer… met regelmaat zat de kamer vol pubers of jong volwassenen, of ik en de kids werden verbannen tot de slaapkamers omdat Jurgen beneden een vergadering had… Tot onze jongste telg een keer zei “Ik word later nooit dominee; dan heb je altijd mensen over de vloer!” Nou, dan weet je dat je paal en perk moet stellen…

We vonden na 1,5 jaar ons huidige stekje in Monster. De 4 slaapkamers zijn niet groot, maar goed genoeg. Met de grootste kamer als kantoor voor Jur, blijft er weinig (opberg)ruimte over… Zeker als je vergelijkt met de 2 paleizen waar we eerder in woonden… we hebben immers geen zolder of kelder… God, ik ben echt geen zendelingstype, maar goed dat Hij ons daartoe niet roept. Ik denk dat ik sterf bij gebrek aan enige luxe. Het lekkere aan dit huis is de ligging, nou niet de directe ligging: de drukke straat aan de achterkant maakt een gezellig gesprek in de tuin vaak onmogelijk. Ik bedoel het strand: we wandelen er zo naartoe… De stad: in 10 minuten zitten we in hartje Den Haag! Het bos: even de andere kant op rijden en je ziet de bomen van het Staalduinse verrijzen… Aan de andere kant: we wonen ver – te ver- van familie. Het gastvrije was ook hier soms een thema: Jur zijn kantoor is een aantal maanden iemands slaapkamer geweest… en vergeet mijn blog over de zwerver niet. Maar voor nu vind ik het wel welletjes. Het verhuizen kriebelt weer. We hebben nog nooit zo lang ergens gewoond als in dit huis – het voelt bijna onnatuurlijk aan. Ik wil wat nieuws. Dringend wat nieuws! Maar verhuizen zit er niet in. Met de huidige markt krijgen we a- ons huis nooit verkocht en b- nooit een nieuwe hypotheek (en vind in het Westland maar eens iets ‘groot’ en betaalbaar) … Anyway ik heb er wat anders op gevonden. Als het huis niet nieuw, kan, dan maar de inhoud.

Afgelopen week ben ik in topdrukte in de weer geweest, gelukkig met veel hulp van Plonie, man- en zoonlief. Geen kast, kamer, hoek of gaatje liet ik ongemoeid. Alles is opgeruimd, gesopt en geboend (sjemig, de badkamer mag alwéér). Zelfs de muren zijn gesopt! De kids hun kamers waren al helemaal gerestyled dus daar moest ik alleen puin ruimen, de gigantische warboel van het kantoor boven is eindelijk opgeruimd, en beneden heb ik alles nieuw. Nieuwe bank, nieuwe kast, nieuwe stoelen, nieuwe tafels, nieuw kleed, nieuwe kussens, nieuwe planten … zelfs nieuwe kleding (mag ook wel met 22 kg eraf)…  Misschien een beetje surrogaat ten opzichte van verhuizen, maar wel een lekker surrogaat 🙂  Héb ik toch het gevoel dat we verhuisd zijn, dat alles anders is, maar dan mét behoud van hardware 🙂 Maar voorlopig haal ik de gastvrijheid niet meer uitgebreid uit de kast hoor, die laat ik lekker ff stof vangen op zolder. Het alleen en op onszelf zijn vind ik té heerlijk. Het ‘s avonds domweg voor de buis hangen vind ik nu wel erg gemakkelijk en relaxed…  Na jaren van alles delen en er voor anderen zijn, continue klaastaan… ik vind het wel best. Een nieuw tijdperk breekt aan. Het MOI- tijdperk. Nouja – mijn gezin hoort er ook wel bij…

 

Oh-ow… Als God ons nu maar niet roept voor wat anders… ik vrees dat ik dan nee zeg…