Dood in de klas

Vanmorgen een heftige les gehad. Mooi – maar heftig.

In het kader van levensvragen schreef de handleiding mij een videofragment uit ‘De leeuwenkoning’ voor.  Maar hoe zielig menig leerling kleine Simba ook zou vinden, ik vind het geen recht doen aan hun niveau. Ik liet ze een ander fragment kijken; een stukje uit een docu van de ncrv waar een meisje van 12 vertelt dat haar vader is overleden en wat dat met haar doet. Het verdriet, het lijden, de rouw … het leren verder gaan … De kwetsbaarheid van het leven werd open en eerlijk uit de doeken gedaan. Ook in het gesprek achteraf.

Het is moeilijk, en iedere keer wanneer ik onderwerpen als deze aansnij heb ik het gevoel een mijnenveld te betreden. Je weet immers nooit welke actuele emoties er bij je leerlingen aanwezig zijn of wat ze wel of nog niet aankunnen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je de hele klas in een huilbui manipuleert. Toch vind ik het van belang dat er geen taboe-onderwerpen zijn en dat ‘alles’ bespreekbaar gemaakt moet kunnen worden. Gevoelens zijn er niet op ze te verstoppen, ook tieners mogen weten en leren dat hun emoties als het ware de zintuigen van hun ziel zijn. En wie bij brandende pijn geen panlappen gebruikt krijgt blaren op zijn ziel. Godsdienst is het vak bij uitstek wat leerlingen kan leren nadenken over de levensvragen die voortkomen uit hun eigen gevoel.

Het werd een bijzondere les. Het ontwapenende filmpje maakte heel wat los. Voetje voor voetje waagde ik me in het mijnenveld. De ene vraag bewust over het eigen gevoel laten gaan … de volgende vraag heel gericht iets minder persoonlijk. Kwetsbaar zijn leerlingen op hun mooist. Ik vond het dan ook waardevol – voelde me zelfs vereerd- dat ze zo open en eerlijk iets van hun (gewezen) emoties durfden te delen; hoe het is om je opa te verliezen… of zelfs je meester op de basisschool omdat hij er zelf een einde aan maakte… of hoe je je voelt wanneer je de laatste keer naar iemand ‘kijkt’… waarom er zo vaak gelachen wordt bij de koffietafel van een begrafenis… Intens verdriet is de meeste tieners niet onbekend. De jongen die het er even te moeilijk mee kreeg kon na een adempauze op de gang rekenen op bemoedigende knikjes en schouderklopjes. Een breekbare sfeer van bewondering voor wie zijn diepste ‘ik’ durfde te erkennen ging als een zucht door de ruimte…

De pauze naderde … het gesprek werd afgerond. Dan moet je voorkomen dat het fragiele moment gebroken achtergelaten wordt, of een zwaarmoedig gevoel zich meester maakt zodra deze juf haar hielen licht …

“Het is bruin en kruipt langs je benen omhoog” Zei ik. “Stront met heimwee” gilt er eentje door de klas. En het geschater overstemde de bel.

Op dit soort momenten weet ik weer waarom ik docent Godsdienst ben.

Advertisements

ik ben 66.6

Het mag gezegd worden. Ik schaam me er niet voor. Het getal 666 slaat helemaal op mij. 77.7 is voorbij – die heb ik gehad, net als 88.8. Hopelijk duurt het niet al te lang, maar voor dit moment geldt; ik ben 66.6!

Ik weet het – ‘sommigen’ kennen het getal 666 toe aan de antichrist… Eeuwenlang is gespeculeerd ‘wie’ die antichrist dan was. Omdat letter-rekenspelletjes in de tijd van Johannes helemaal trendy waren bedacht deze man zich niet om in zijn schrijfsels zo een dubieus getal op te nemen. Letters stonden voor bepaalde cijfers en als je die bij elkaar optelde had je een getal en met elk getal had je dus een naam. Helaas boden vele namen dezelfde rekenuitkomst en een enkel getal kon dus vele namen dragen. Eeuwenlang werd er gespeculeerd wie die verschrikkelijke antichrist dan wel zou zijn… Nero was lange tijd favoriet tot pausgetrouwen cijferaars beweerden dat Luther’s naam de helse uitkomst gaf en dus …

Maar niet alleen namen, ook gebouwen, voorwerpen, plaatsen en zelfs streepjescode’s hebben lang in het verdomhoekje gestaan als potentiële duivels. De boodschap van redding en bevrijding, hoop en verwachting waar Johannes als auteur op doelde kwijnde weg in de schaduw van dergelijke angsttheorieën. De eigenlijke betekenis reddeloos verloren. Het 666vraagstuk tot eeuwig mysterie verheven…

 

Dus ik los het ‘eventjes’ voor u allen op. IK ben 66.6! Zoals ik al zei: het getal slaat op mij! Ben ik de antichrist?Nou, er zijn er al die mij als ‘Duivels’ bestempelde, maar ik laat het oordeel aan u;  ik hou niet van psalmen en gezangen; het zanggedeelte tijdens de kerkdienst duurt me altijd te lang. Waar ik me vooral aan kan ergeren is het eindeloze geherhaal van refreintjes en melodietjes, vrolijk gespring en uitbundig gedoe. Een spreker van Gods Woord heeft aan mij een zeer kritische luisteraar. Meestal ben ik het altijd wel ergens mee oneens, en als dat niet het geval is vind ik de gesproken woorden soms té emotioneel, dan weer emotieloos, de ene keer te kinderachtig, de ander keer totale onzin. Ik stoor me aan het gesikkeneur en gezeur van domme christenen en misschien nog wel het mooist van al: ik heb seks met de dominee 🙂

 

Nee, ik ben verre van perfect. En in die zin, draag ik een stukje ‘duivel’ in mij mee. Het zaad van de antichrist, het zaad van de zonde heb ik bij geboorte meegekregen. Perfectie zal ik nooit bereiken. Gelukkig mag ik weten dat ik door mijn geloof gered ben van het gevolg van dit verderfelijk alterego. Ik hoef niet te branden in de hel als de tijd aanbreekt. Door Christus ben ik volmaakt gemaakt. Nee, dat wil niet zeggen dat ik volmaakt doe. Het betekent wel dat ik stap voor stap leer me te gedragen naar wie ik werkelijk ben (geworden). Dus wanneer ik niet langer 66.6 kilo weeg en steeds dichter bij de 24 kilo minder afvallig ben… hoop ik dat ik ook de loden last van verderfelijk gedrag in hetzelfde tempo mag verliezen. Van dik 90 kilo naar 66.6: het is zoals ik al zei: het duivelse getal slaat ook op mij.

Statistiekjes sinds 2007 – …

21 februari 2007 is de dag waarop ik begon met een weblog. Ik heb geen idee waarom… maar ik begon met schrijven. Toen nog www.saralindenhols.web-log.nl – ik heb net wat oude blogs zitten herlezen. Grappig te zien hoe anders ik nu soms schrijf. Na heel wat gereorganiseer op die eerste site waardoor ik maanden niet kon bloggen, was ik het ongemak en het wachten beu en stapte ik over op wordpress.  Onze Amerikareis twee jaar geleden blogde ik via een travelsite die jur had opgesnord, en tussendoor heb ik voor sestra.nl ook nog een poosje boekenblogs en binnenkamers geschreven… Alles bij elkaar blog ik nu ruim 5 jaar. Met een zeer wisselend publiek mag ik wel zeggen. Nou ja – helemaal zeker weten doe ik het niet. Via de statistieken kan ik zien hoeveel luitjes mijn blog bezoeken en uit welk land ze komen.  Zo zie ik soms vlaggetjes van Roemenie, Zwitserland, USA, Frankrijk, Italië, België of … verschijnen – geen idee wie mij daar kent of waarom ze me ‘volgen’ .

De ene dag tel ik een kleine 10 views, de andere dag zijn het er een paar honderd…  De meest bezochte en tegelijk niet-gelezen blog is toch wel die van de doodzonde van cupjes. Slechts een enkeling vroeg en kreeg het wachtwoord om deze blog te lezen :).

Maar wie precies nou eea leest, en wat ze van mijn schrijfsels vinden blijft soms een raadsel. Ik weet (uit de reacties) dat er mensen tussen zitten die me nog nooit in real life hebben gezien of gesproken.  Anderen zijn weer (goede of minder goede) bekenden.  Het ene moment krijg ik een lading aan kritiek over me heen … dan heb ik blijkbaar een gevoelige snaar geraakt – het andere moment hangt er een ijzige stilte en blijven reacties uit. Een enkele keer keeg ik via de raad van de kerk te horen dat ik weer iets fout had geschreven… en soms krijg ik een lieve mail of kaart in de bus omdat iemand één van mijn schrijfsels las.

Het grootste compliment vind ik nog altijd wanneer mijn blog wordt doorgestuurd of ‘gedeeld’ of Facebook of Twitter. Op deze laatste zit ik niet meer dus daar zal het intussen wel afgelopen zijn. Op facebook krijg ik nog het vaakst reacties. Zij het in ‘likes’ of met een korte kreet … Al is het publiek er wel (zo bewijzen de stats) – erg reageerderig kan je ze niet noemen. En laat ik soms nou net een discussie willen 😀

Maar het geeft niet hoor – schrijven doe ik toch wel – een heerlijk medium om mijn stem te laten horen. Niemand die me van dit podium kan afhouden 😀

ouders laten kinderen bedelen bij C1000

Er moet me even wat van het hart. Schande vind ik het. Gelukkig doe ik de meeste boodschappen bij de Lidl – maar wanneer ik bij de C1000 kom erger ik me mateloos aan het gebedel. Ze mogen al niet meer ín de winkel staan van de filiaalleider – maar zodra je de deur uit bent krijg je een zwerm kinderen om je heen die er met elkaar een sport van maken om de Gogo’s uit je handen te bietsen om er vervolgens met moeite een dank je wel uit te persen…

Schooiers zijn het. Het feit dat ouders dit gebedel nog toe staan vind ik het ergst. Dat je je hand ophoudt wanneer je niets hebt en niet kan of mag werken; dat vind ik wat anders. Maar bedelen om speelgoed… waar gaat het heen?

Het is niet meer zoals vroeger. We leven niet meer in dermate armoede dat onze kinderen geen speelgoed meer krijgen. Zelfs in de meeste bijstandsgezinnen tref je tegenwoordig een flatscreen met wifi-uitrusting aan. En als het geen wifi is, dan is er op zijn minst een nintendo, psp, laptop of ander digitaal gadget. De meeste kinderen in Nederland kennen geen armoe! En ik weet wat het is om de touwtjes met moeite aan elkaar te kunnen knopen – en ik zie ook wel dat er ook gezinnen zijn waar het allemaal wat moeilijker gaat. Maar zelfs in die gezinnen zie je dat de kinderen – al zijn ze minder bedeeld dan andere- in wezen niets tekort komen. Kinderen van een jaar of 9 tot 12 ofzo zonder begeleiding laten schooien bij een supermarkt is niet nodig.

Daarbij: de c1000-gogo-bedelaars zien er helemaal niet zo minder bedeeld uit. De trendy kleding en dure schoenen spatten ervan af. En dan heb ik het niet eens over de mooie waveborden waarop ze aan komen glijden, of de prachtige fietsen die ze in afwachting van hun buit ergens hebben neergekwakt. Het excuus van armoede is dus ongeldig…Volgens mij zijn het ook vooral de ‘minder bedeelden’ die hun kinderen een stukje gezonde ‘trots’ bijbrengen hierin.

Ouders: wat leer je je kinderen door dit gebedel toe te staan? Leer je ze dat als je lang genoeg je hand ophoudt, er vanzelf iemand is die medelijden krijgt en jou iets geeft?  Ik weet het – het gaat om een paar domme Gogo’s. Maar het principe blijft staan; je staat je kinderen toe anderen om een kadootje te vragen. Niet eens omdat ze jarig zijn. Niet eens omdat ze niks hebben. Niet eens omdat ze ervoor geklust hebben of een mooi cijfer op hun rapport hebben. Je staat je kind toe om schaamteloos te bedelen terwijl het eigenlijk niets nodig heeft.  …

En iedereen die zijn gogo’s uit zogenaamde goeïgheid afstaat: je doet eraan mee! Je staat het toe. Vroeger luidde het spreekwoord “Kinderen die vragen worden overgeslagen.” … Nu geldt echter: “Kinderen met bedelnap, zijn niet arm maar knap!” Waar gaan ze om bedelen als ze 16 zijn? Of wanneer ze 21 zijn? Jong geleerd is oud gedaan… straks vinden we het nog gek dat er mensen zijn die niet willen werken, maar liever bijstand trekken…

Ik heb het mijn kids altijd ten strengste verboden. Ik heb ze ook altijd verboden om specifieke dingen te ‘vragen’ voor hun verjaardag. Ze mochten alleen uiting geven aan hun verjaardagswensen wanneer er om gevraagd werd.  Want zelfs bij een verjaardag geldt: het is fijn wanneer iemand je iets kado doet, maar het is geen recht waar je om kan vragen; net zo min dat je het mag verwachten van een ander dat ze je een kadootje geven.  En nu ze te oud zijn om zelf nog die domme Gogo’s te willen verzamelen, hou ik die ondingen in mijn tas. Op zondag (of een ander moment) deel ik ze uit aan de kleintjes die er niet om vragen. Kinderen die er bij mij om bedelen krijgen een stug nee. En ik vraag me altijd af: waar zijn de ouders? Want je kan het de kinderen niet kwalijk nemen dat ze hierin niet opgevoed worden …

Project X – schuldige gevonden!

Compassie … volgens de predikant van Haren moeten we vooral compassie hebben met Merthe na dit dramatisch verjaardagsfeestje.  Merthe is samen met haar dorp het slachtoffer geworden…

Burgemeester en politie hebben de potentie van het probleem onderschat. Hoe haalden ze het in hun hoofd om ‘slechts’ 500 agenten op te trommelen? Hun  gebrekkige inschattingsvermogen maakt ze mede schuldig aan de gevolgen …

Social Media … het negatieve effect ervan wordt steeds duidelijker. De keerzijde van digitale communicatiemiddelen wordt in hoog tempo zichtbaar. Een onzichtbare zondebok lijkt gevonden…

Ik vraag me af – is het volk werkelijk zo simple minded?   Zijn we werkelijk zo blind voor de werkelijke problematiek dat we onschuldigen verheffen tot schuldenaren?

Dat social media grondig misbruikt wordt is voor mij een feit – daar schreef ik eerder al over. Maar is de appel rot omdat ze verbrand wordt geserveerd?  Het werkelijke probleem ligt volgens mij op opvoedkundig vlak, en dan in meerdere opzichten…

We leren onze kids praten, lezen en schrijven, maar leren we ze nog met welke intonatie ze dat behoren te doen? Of hoe je die toon digitaliseert? Van taalgebruik tot inhoudelijke ‘noodzaak’; voeden we onze kinderen wel op  in de digitale wijze van communiceren?  Leren we ze nog wat ze wél en niet mogen zeggen of schrijven?  Brengen we ze de juiste normen en waarden bij – laten we ze op internet niet té ‘vrij’? Leren en controleren ouders hun kinderen de juiste weg in de digitale wereld?  Facebook, Twitter en Hyves … weet elke ouder hoe zijn kind zich er daadwerkelijk gedraagt?

Vrijheid is een hoog goed. Zo is menigeen grootgebracht … Maar staan we er wel bij stil dat een kind ook té vrij opgevoed kan worden? Of dat een gebrek aan grenzen en beperkingen de catalysator is voor totale anarchie? De angst om kinderen met een bepaalde (bekrompen) moraal op te voeden heeft geleid tot een generatie zonder normen en waarden.  Jong volwassenen en pubers  die de vrijheid ervaren om nutteloze vernielingen aan te richten hebben blijkbaar nooit de waarde van grenzen geleerd. Wat een opvoedkundige tekortkoming…

In wat voor maatschappij zijn de relschoppers opgevoed? Wie heeft verzuimd ze de juiste normen en waarden te leren? Wie leerde ze dat vrijheid niet betekent dat alles zomaar kan en mág?

Wie geeft zijn kids toestemming gebruik te maken van social media zonder ze erin op te voeden / onderwijzen?

En wie heeft pubers en volwassenen geleerd dat je de overheid niet moet ‘gehoorzamen’ en is dus medeschuldig aan de agressie tegen agenten en hulpverleners?

Juist, de maatschappij … dat ben jij.

Alleen maar apen op facebook

Een paar weken geleden schreef ik een blog over hoe asociaal social media soms zijn. Ik was na het zoveelste asociale geval van commentaar leveren er even helemaal klaar mee en heb acuut mijn account op facebook en twitter gedeactiveerd. Spuugzat ben ik het – dat iedereen te pas en te onpas zijn ongezouten mening denkt te kunnen spuien.  Recht door zee, daar hou ik van, maar dat is iets heel anders dan tactloos en ongepast.

Voor mij brak een tijd van social-mediastilte aan. Ondertussen heb ik er flink over nagedacht. Nog steeds ben ik van mening dat social media een mooi medium kúnnen zijn… en nog steeds vind ik dat velen er gruwelijk misbruik van maken. Blijf ik dus definitief weg van deze media? Ik twijfel…

Eerlijk is eerlijk echt missen doe ik het niet… wat heb ik aan het weten dat iemand in de zon ligt? Of dat hij of zij geen zin heeft in de werkdag? Of aan de vraag in het luchtledige ‘wat moet ik eten vanaaf?’ … Zitten mensen werkelijk te wachten op zulke berichten van mij? NEE:  maar 2 ‘vrienden’ uit de buurt hebben de moeite gedaan me ernaar te vragen en te reageren op mijn gefrustreerde blog- 1 ervan whats appt me nu in plaats van het media-contact. Slechts 1 ‘vriend’ van overver was me ‘kwijt’  en heeft me moeten googlen om me vervolgens een lieve kaart te sturen … 3 ‘vrienden’ die van zich lieten horen in de afgelopen 4 weken. Erg gemist werd ik dus niet. Het enige wat ik min of meer mis zijn reacties op mijn blogs.

Of het een teleurstelling is? Nee, eigenlijk helemaal niet. Het bevestigt dest te meer mijn gevoel dat social media een stuk minder sociaal zijn dan dat menigeen veronderstelt…  in een wachtkamer ergens in Den Haag las ik een artikel over één of andere spirituele goeroe. Ook hij had commentaar op Facebook. Hij verwoordde zijn ongenoegen met een heel treffend voorbeeld; Facebook heeft dezelfde aantrekkingskracht op de meeste mensen als een werkende microfoon op een stel kinderen … Zodra ze de kans krijgen het podium te betreden lopen ze als een aap te blèren om vooral zichzelf te horen – ‘Woehoeoe’- als de stemmetjes maar gek klinken. Vervolgens lachen ze er met elkaar om en gaan ze nog een stapje verder in de apenkooierij. Nadenken of ze hun stem zinnig gebruiken om een fatsoenlijke boodschap door te geven is er nauwelijks bij…

Zou jij iemand speciaal opbellen om gewoon mee te delen dat je misselijk bent? Of om even mee te delen dat je geen zin hebt in je werkdag? Of dat je een uur lesuitval hebt? Nee? Nou, als je het dan wel op Facebook zet – doe je dus aan apenkooierij.

De Yoga-goeroe werd gevraagd of hij dan zou stoppen met Facebook… ‘Nee’ luidde het antwoord. ‘Maar ik gebruik het alleen om een échte boodschap door te geven – iets waarvoor ik iemand ook zou bellen’.   En misschien doe ik dat ook wel…

goedgelovig in de klas

In mijn klaslokaal naast de deur hangt hij … het prikbord. De vriendelijke conciërge heeft hem voor me opgehangen en dus ga ik op zoek naar leerzame, grappige en prikkelende plaatjes en uitspraken om op te hangen…

Surfend op het web kom ik de meest vage items tegen: goedgelovig.nl komt niet met een broodje aap, maar met een broodje veulen op de proppen: ergens in de wereld zou een vrouw – in een kerk!- bevallen zijn van een paard…  Nu heb ik al moeite met het geloven in onverklaarbare wonderen – al denk ik wel dat als je gelooft in God, je nauwelijks anders kan. Daarbij; wie kan geloven in een onzichtbare, onverklaarbare God: heeft volgens mij niet zoveel moeite meer nodig om te kunnen geloven dat die God ook wonderen kan verrichten… Maar in dit soort broodje veulen verhalen – nee – ik vraag me gelijk af of de bevallige dame in kwestie het beest niet gewoon onder haar jurk hield en het met een goed geacteerde schreeuw heeft gedropt…

Als dit soort verhalen de rondte doen – hoe kan ik dan ooit geloofwaardig overkomen bij mijn leerlingen wanneer ik vertel over Gods wonderen?

 

Dan lees ik over de wetenschap dat 80% van de kerkgangers zich een masker aanmeet en in het dagelijks leven een heel ander soort Christen is? Tja, dat donkerbruine vermoeden had ik al lang… maar als dit mijn leerlingen ter ore komt, of -God verhoede-  ze ondervinden dit aan den lijve … hoe verkoop ik dan nog de waarde van de kerk?

 

Ik denk dat ik voorlopig maar vooral bij de basis blijf – een paar bijbelverzen uitprinten en ophangen… maar dan wel in de taal van de straat;

 

‘Gelukkig ben je als je een skirre mind hebt: Als je weet dat je niet veel voorstelt, als je een bigig fasi hebt voor God. Gelukkig ben je wanneer je weet van jezelf: Ik ben fokop. Voor zulke mensen is het koninkrijk van God.’

‘Als je bij mijn gang hoort, loop je het risico dat je opgepakt wordt of erger. Je kunt zelfs voor mij op de electrische stoel terecht komen.’

*Blz 36 en 50 uit de torrie van Mattie

Een paar van deze uitspraken, een Dokus erbij … en hopelijk zijn mijn leerlingen nog goedgelovig…

 

Godsdienst (on)belangrijk voor het onderwijs?!

Pff, als ik iets niet leuk vind in het onderwijs, dan is dat het geven van een 1. Maar helaas, soms kan je niet anders. Het ergst is het geven van een 1 wanneer het arme kind zich een eind in de rondte heeft geleerd maar alsnog alles fout heeft geantwoord. Gelukkig heb ik dat in bijna 12 jaar onderwijs maar 2 of 3 keer meegemaakt. Ook, erg, maar dan op een heel andere manier is wanneer je een leerling ziet spieken tijdens een overhoring. Vandaag was dat het geval, en met een stevige knoop in de maag verzocht ik de dame in kwestie kordaat of ze haar blaadje kwam inleveren. In een fractie zie je dan tegelijk verbazing, teleurstelling en onzekerheid. Ze is niet dom, die jonge meid, maar een slimme actie kan je dit ook niet noemen. Na afloop van de les probeerde ik haar te ‘vermanen’… en dan hoop ik vooral recht te doen aan de bijbelse zin van dit woord; dat het tegelijk als bemoedigend en opbouwend ervaren word.

Maar weinig leerlingen spieken gewoon ‘omdat het kan’ of omdat het een stuk ‘makkelijker’ is. Meestal gaat er een heel verhaal aan onzekerheid of gevoel van onvermogen aan vooraf. En het is precies dat wat ik zo jammer vind. Helemaal voor ‘mijn’ vak vind ik het zo onnodig. Wie bij mij duidelijk zijn best doet: die eindigt nooit met een onvoldoende! Wees gerust, ik doe niet af aan het belang of de inhoud van het vak Godsdienst! Wanneer ruim 80% van de wereldbevolking ‘gelovig’ is (in wat voor zin dan ook) dan is het maar wat nodig om de leerlingen hierin te onderwijzen (ook al zit het gros van de 20% hier in het Westen). Zo had ik vandaag een eerste klas die bomvol vragen bleek over het ‘mogelijk bestaan’ van een enge geestenwereld en waar er tal van verhalen bekend waren van schimmige ervaringen die ooit door deze of gene was doorverteld. Dan kom je op een moeilijke scheidslijn… je kan niet alles afdoen als onzin of toeval (al zou je dat graag willen: dan doe je ze tekort in hun geloof en vertrouwen in bepaalde personen) – maar je kan onmogelijk alles erkennen als ‘waarheid’. Boeiende gesprekken komen dan op gang, en menig antwoord leidde vandaag tot meer vragen. Het is belangrijk die vragen toe te staan, openlijk te bespreken, ze kennis te laten maken met mogelijke antwoorden en ze vooral te leren hoe je (enigszins) zin van onzin kan onderscheiden.

Soms is het best pittig – om dan temidden van al die ‘afleidende’ vragen en ervaringen – een duidelijke lijn uit te zetten hoe je ze gestructureerd leert nadenken. En vooral het mezelf houden aan die lijn lijkt dan de grootste uitdaging.  Nee, helaas blijft de grootste uitdaging heel wat anders: dat álle leerlingen leren geloven en vertrouwen in zichzelf, in hun eigen mogelijkheden, in hun eigen waarde – ongeacht hun levensbeschouwing of dat van anderen … En misschien vind ik daarom mijn vak wel het belangrijkst…

kaartjes

Heb al tijden niet meer geschilderd en sinds een week of 2 kriebelt het toch wel weer behoorlijk… maar het kan niet. Ik mag niet van Plonie (grapje). Sinds een paar weken hebben we beneden allemaal nieuwe meubels, en voor ze geleverd werden hebben we van het plafond tot de muren tot de lampen en vloer: alles met een sopdoek onder handen genomen. De trap die eens onder de kleurige verfspatten zat is nu weer glanzend wit). De rode houten stoelen hebben plaats gemaakt voor zwart leren fauteuils en  ons aftandse bankje is vervangen door een grote luxe hoekbank (waarop je overigens erg gemakkelijk in slaap valt gezien Jur met regelmaat midden in de nacht wakker schiet en dan toch maar besluit naar boven te komen :)). Alles is dus schoon, nieuw en netjes. En dat houden we graag zo. Dus ruimen we ieder wissewasje keurig op, eten we alleen nog op de bank als het patat of pizza is (en dan nog heeft ieder een eigen placemat op schoot en staat de keukenrol voor het grijpen) en gebruiken we heel trouw onderzetters voor vanalles en nog wat… wereldschokkend: we gebruiken nu echt een eettafel!

Dit wil helaas zeggen dat er geen ruimte meer is voor mijn geschilder. Letterlijk. En da’s wel balen… Ik ga dus met regelmaat Plonie irriteren en maak daar rommel. Helaas (nog) niet met verf en kwast (ze vilt me levend alleen al bij het voorstel) – maar met papier, schaar en lijm – kaarten maken bij de vleet. De meeste gaan gelijk de verkoop in – een enkele gebruik ik zelf. Vooralsnog hoop ik dat Jur in de nabije toekomst een keer veel zin en fut heeft om een tuinhuisatelier voor me te bouwen… waar ik niet moet opruimen, niet moet opletten op gespat en mezelf heerlijk kan laten gaan… tot die tijd … mmm … ik begin morgen alvast aan kerstkaarten denk ik 🙂