Een probeerseltje

schilderij vlinder

Advertisements

Bezuiniging werkt pestgedrag in de hand

Ik moet nu al trucjes uithalen … met 32 leerlingen in een klas krijg ik het in 50 minuten echt niet voor elkaar om ze allemaal evenveel aandacht te geven. Alle 32 verdienen het dat ik ze zie. Niet gewoon ‘zien’, nee, ik bedoel echt ‘zien’: het moet me niet alleen opvallen dat er een afwezige is omdat het aantal niet klopt, het moet me opvallen dat Nienke, Sam, Badr of … er niet is. Maar het lukt niet. De klassen worden te groot. En dan werk ik nog maar een part van een parttime job… Als ik full time zou werken zou ik dagelijks tussen de 200 en 250 gezichten zien. Hoe kan ik in amper 7 uur tijd 250 leerlingen écht zien staan? Zien in de zin van weten wat hem of haar bezig houdt, weten wat haar achtergrond is, weten welke ‘handicap’ hij heeft, weten wie nou weer dyslectie had, wie Asperger en wie adhd …

Vanmorgen gaf ik 4×50 minuten les. In amper 3,5 uur had ik ‘slechts’ 110 leerlingen. Ben ik een slechte docent omdat ik nu – na 4 maanden schooljaar – ze nog steeds niet allemaal vloeiend bij naam ken? Ja, de raddraaiers ken ik feilloos. De adhd-ers kan ik ook niet missen. Ik weet welke leerlingen (ongeveer) een rugzakje hebben en wie ‘iets’ heeft… De dyslectici vraag ik om aub op elke overhoring een D bovenaan te schrijven…  Maar de stille meiden achterin, de hardwerkende knullen met prima cijfers; ook zij verdienen het dat ik oog voor ze heb. Dat ik luister naar hun verhalen, weet wat hen bezighoudt wanneer ze dagdromerig naar buiten staren … Als docenten doen we moeite om de leerlingen met een onvoldoende te motiveren en te begeleiden zodat ze die begeerde 5,5 of 6 kunnen halen – quota’s dienen gehaald, met teveel onvoldoendes worden je kwaliteiten in vraag gesteld of je vakgroep vermandend op de vingers getikt. Maar een leerling die een 7 haalt, en met een beetje extra oog een 8 zou redden … daar hebben we geen tijd voor. Doe maar havo – is ook goed – dat je vwo zou kunnen met extra aandacht: jammer dan – niemand zal het ooit weten.

 

Deze week had ik het erover met een wat oudere collega. Ik vertelde dat ik ervoor kies om elke 4 weken mijn leerlingen een andere plek in de klas te geven. Hij stond verbaasd maar vond het een vernieuwend idee, een goede tip… Tja, het is nogal kinderachtig om ze een vaste plek te geven … maar door ze elke 4 weken te herverdelen ‘zie’ ik ze meer. Ik verplicht mezelf de wat onbekende leerlingen meer vooraan te zetten, dan weer ongewone combinaties maken, en dan weer de speciale gevallen meer ruimte te geven… de wisselende indeling maakt me dat ik iedere keer weer andere dingen zie bij wie dan ook … Ik heb bij iedere klas fotolijsten voor mijn snufferd … lees met regelmaat alle dossiers door … spendeer mijn pauzes aan gezellige gesprekjes met leerlingen in plaats van aan de koffie te gaan … alles om ze te ‘zien’.  Om te weten wie ze zijn. Zijn – in ruimere zin dan dat ik hun naam weet. En toch …

 

In de media wordt geschreeuwd dat het onderwijs meer moet doen aan pestgedrag. Scholen moeten pesters en gepesten meer in het visier hebben en er adequater mee omgaan. Docenten moet meer ‘oog’ hebben voor de zwakke leerlingen … Maar als de klassen alleen maar groter worden, hoe moet ik dat dan doen? Misschien pas ik gewoon niet meer in het nieuwe systeem … en ik werk nog maar part time … moet er niet aan denken dat ik voltijds zou werken…

Pestgedrag bestrijden helpt niet en toch weer wel…

pestenWebPesters zijn verschrikkelijk. Systematisch gepest worden is een drama.

Ikzelf ben jarenlang gepest geweest omdat ik als ‘protestant’ op een katholieke school zat. Zelfs moeder non die me in groep 8 les gaf had er een handje van om me ten overstaan van de hele klas voor schut te zetten. Pleinwachten – zogenaamde lieve en godvrezende zusters- negeerden het wanneer ik slachtoffer was van duw of trekwerk en daar maakten klasgenootjes dankbaar misbruik van.

Om me af te reageren gedroeg ik me verschrikkelijk tijdens de godsdienstles. God hielp me niet, dus zat ik Hem zo dwars als maar kon in dat ene uurtje. Wanneer de hele klas leuke dingen ging doen met één van de nonnen werd ik apart gezet in een achterafkamertje om protestantse les te krijgen door één of ander heerschap – Meneer Mantels- heette hij. Ik maakte het hem echt niet gemakkelijk. Twee keer per week kwam hij met zijn koffertje tegenover me aan een tafeltje zitten. Hij vertelde een bijbelverhaal en ik moest daar dan wat domme vragen over beantwoorden… Ik vond het verschrikkelijk – vooral omdat ik er door de populaire grietjes om uitgelachen werd. Dus gedroeg ik me als een adhd-er, PDD-NOSser, zware autist of crimineel, en – uiteraard- het liefst als alle vier tegelijk. Ik ging achterwaarts op mn stoel zitten, gooide m’n etui door het kamertje (natuurlijk terwijl ik hem strak bleef aankijken) of vertikte ik het een hele les om te praten… Eigenlijk pestte ik hem, besef ik nu. Maar hij bleef altijd even vriendelijk.

Ik misdroeg me mateloos – alleen in zijn les- daarbuiten kreeg ik de kans niet… tot dat … Voor de zoveelste keer was ik op het schoolplein voor schut gezet en voor de zoveelste keer zei de pleinwacht dat ik het zelf maar moest oplossen, mn knie was geschaafd omdat één van de jongens me had laten struikelen en ik had spuug op mn bril zitten. Ik trok het niet meer. Met tranen in de ogen en verslagen kwam ik het kamertje binnen en zakte neer op mn stoel. Hij luisterde 2 tellen, nam me bij de hand en samen liepen we het schoolplein af. 300 meter verderop, ergens in een soort van pastorie huisde meneer de directeur; een oude norsige brillenmans waarbij je het niet in je hoofd haalde hem tegen te spreken. Zonder kloppen stormde mijn leraar het kantoor in, zette me vriendelijk in één van de fauteuils en nam het voor me op. Hij schold niet, bleef netjes, maar zijn toon dulde geen tegenspraak. Er moest en zou wat aan gebeuren en meneer directeur – zijn werkgever-  zou daarvoor zorgen, nu… Nog nooit had iemand het zo voor mij opgenomen. Nog nooit had iemand zo openlijk NIET getwijfeld aan hoe ik de dingen ervoer. Nog nooit had iemand erkend dat ik hier het slachtoffer was …

Ik weet nog dat ik het hele gesprek zat te wachten op het moment dat hij ook even uit de doeken zou doen hoe verschrikkelijk ik me gedroeg maar in plaats daarvan maakt hij de ander even heel duidelijk dat ik te waardevol was om zo nog langer behandeld te worden. Ik stond perplex. En ik was beschaamd.

Ik wou dat ik kon zeggen dat het pesten aangepakt werd, dat juf ‘zuster’ me niet meer vooraan de klas voor schut zette… Nee, het ging gewoon door. En toch was het allemaal anders… iemand had het voor me opgenomen.  Iemand had me naar waarde geschat. Dat ben ik nooit vergeten.