Autisme? Is dat een ziekte die overgaat?

autisme-01Sommige mensen zitten echt onder een steen. Ik had werkelijk niet gedacht dat het anno 2014 nog mogelijk was maar mijn collega was echt serieus.  … Of autisme een ziekte was die ook over ging…

Wat vooraf ging: we hadden bijscholing. We konden kiezen uit een cursus ‘Moeilijke gesprekken voeren’ – mentoraat – omgaan met adhd of  ‘autisme: asperger en PDD-nos’.  Nou, training over moeilijke gesprekken heb ik zat gehad, Mentoraat was niet aan de orde toen we ons moesten opgeven en dus bleef adhd of autisme over.  Ik koos autisme. Mijn verwachtingen waren al laag omdat we hier in huis ondertussen behoorlijke ervaringsdeskundigen zijn.  Ik hoopte wel wat meer handvatten te krijgen over hoe je eea in groepsverband kan toepassen…

Het werd een dikke teleurstelling.  De dame in kwestie was basisschooldocente geweest en ik denk niet dat ze ooit ervaren heeft wat het is om in het VO te werken. Ze had absoluut kennis over het bereiken van autistische kinderen (autisme in welke gradatie dan ook). Maar haar eigen werkgebied betrof het therapeutische en van docenten kan je toch echt niet verwachten dat het therapeuten zijn, dus steigerde diverse collegae menigmaal.  Ze verduidelijkte op welke vlakken je allemaal obstakels kan ervaren en al snel werd mij duidelijk (voor zover het dat nog niet was) dat het allemaal blijft draaien om het spanningsveld tussen het persoonlijke mandaat van de docent (wat wil de docent doen – waar worden persoonlijke grenzen bereikt.) en het organisatorische mandaat (wat faciliteert de organisatie, wat kan en mag, welke ruimte wordt geboden.)

Leuk om te weten dat Einstein, Elvis, Newton ea elk waarschijnlijk ook een autistoforme  stoornis hadden maar daar zijn we niks mee.  Op niet 1 concrete probleemstelling gaf de dame in kwestie een heldere oplossing.  Wat doe je bijvoorbeeld als een autistische leerling – voor de zoveelste keer – een zeer ongehoorde opmerking door de klas gooit? Hoe doe je de leerling in kwestie recht, zonder de 30 anderen onrecht te doen?  Want behalve adhd’ers, aspergers en pdd-ers hebben we ook nog kinderen uit gebroken gezinnen, beschadigde jongelui en (Deo Volente) gezonde pubers die ook recht hebben op aandacht en zorg.  enz enz . Ze kwam niet met concrete handvatten …

Ze probeerde wel met leuke filmpjes een beetje uit te leggen wat de problematiek eigenlijk was. En ik dacht dat ze dat wel goed deed maar vergat dat ik al een stap verder was als de rest en dat ik al eea wist en in oudertherapie geleerd had). In eerste instantie begreep ik dan ook niet dat mijn collega’s zo steigerden. Het leek wel of ze niet snapten wat het verschil was tussen het onvermogen van bepaalde leerlingen en de onwil om op een bepaalde wijze te functioneren.  Dat een kind iets niet doet wil niet zeggen dat hij te lui is. Collegae vroegen zich af hoe vaak dat niet misbruikt werd en waarom alles zo op die ene leerling gericht moet zijn – er zijn nog zoveel anderen… Een 50 plusser noemde dat hij steeds meer op zijn bordje kreeg en in gesprek met ouders en zorgcoördinator wel iedere keer ja knikte en zei eea op te zullen pakken maar dat het er in de praktijk gewoon niet van kwam omdat hij al zoveel moest doen.  … En ik snapte gelijk de ouders die op hoge poten, teleurgesteld en gefrustreerd nog meer aan de bel ging trekken en nog meer mogelijkheden  zou aandragen en nog meer aandacht opeisen zou … en hij die dan nog meer ging steigeren en weigeren … Het kind de dupe.

Ik hou mijn hart vast, met steeds groter wordende klassen en steeds meer problematieken en steeds meer verwachtingen…  Ik weet dat ik nooit fulltime zou kunnen werken in het onderwijs, voor mij is 3 dagdelen al 50% werk…

En dan – helemaal op het eind – werd me duidelijk hoe nutteloos de bijscholing was geweest toen ik een ouder wordende collega hoorde zeggen; “Ik vond het maar vaag, is Pdd-nos nou een ziekte? Gaat het nooit over? Ze heeft dat niet eens uitgelegd!”

Zucht – sommige mensen moeten ook gewoon met pensioen.

Advertisements

Van Sotsji naar christelijke pornografie

123 dames schaatsenHet dames 1,2,3tje van de 1500 meter is net olympisch ingehuldigd. Het ontroerde me zowat. Ergens kwam er een soort van plaatsvervangende trots bovendrijven. En ik ben niet eens Nederlander – maar met mijn inlevingsvermogen en integratiegehalte is – wat dat betreft – niets mis.

Omdat ik de afgelopen dagen nogal negatief was over het Reformatorisch dagblad dacht ik ff te kijken wat zij online postten over de fantastische prestaties van deze dames. Mogelijk kon ik iets positief bespeuren en daarover bloggen. Maar niets. Nee, echt NIETS. Nu heb ik geen papieren versie en heb ik geen abo maar dan nog … niets? Is het omdat de dames de zondagsrust met de voeten getreden hebben? (De Schrift spreekt overigens over Sabbatsrust wat echt niet op zondag valt – maar das detail – dergelijk foutje vergeven we ze nog wel, toch?)  Anyway, ik dacht dat ze er vandaag wel wat over zouden zeggen maar niet dus. Jammer.

Maar nu ik toch op de site zat gleed mijn blik over een headline – in eerste instantie (vergeef me) las ik ‘Christelijke pornografie’ . Mijn interesse was onmiddellijk gewekt.  Heu – vanuit theologisch perspectief natuurlijk. Maar er stond wat anders. “Christelijke opvoeding wapen tegen strijd pornografie” kopte het stukje.  Het bleek zelfs een redelijk lezenswaardig artikel over de strijd tegen pornografie en hoe je daar al in de opvoeding mee kan beginnen (met de strijd er tégen, niet met de pornografie uiteraard :B). Het zal niemand vreemd in de oren klinken dat ik het er niet helemaal mee eens was; ik zou ik niet zijn als ik geen kritiek had. Maar mijn commentaar is van milde aard deze keer.

Ik ben het in zoverre met de schrijfster eens dat je niet moet dweilen met de kranen open, dat je soms beter de oorzaak kan onderzoeken en aanpakken dan je elke keer weer te richten op individuele gevallen.  Waar ik een beetje voor terugdeins is om het probleem bij een gebrekkige – geloofsarme – opvoeding te leggen. Pornoverslaving is een probleem van zowel  christenen als niet-christenen.  En voor wie denkt dat de christenen in deze problematiek in de minderheid zitten heeft het mis. Opvoeding of geloof is niet de enige ‘bron’ waarnaar gekeken dient te worden.  En je opvoeding kan nog zo goed zijn … een kind gaat uiteindelijk zijn eigen weg.

Het artikel neigt een beetje naar het zoeken van externe motivaties. Er worden,  buiten het kind of de persoon om, redenen gezocht om een bepaald gedachtegoed op te leggen.   Op te leggen. Dat is het gevoel wat ik er een beetje bij krijg, maar dan kan mijn allergie zijn. Als we nou eens beginnen met porno niet als ‘probleem’ te bestempelen maar beginnen met het streven om  ‘gezonde seksualiteit’ te onderwijzen en te promoten. Niet ergens ‘tegen’ maar ergens ‘voor’ zijn is een heel andere houding. (Coming from me, I know. Ik van iedereen ben zo tégen gristenen die overal tégen zijn… :B)

Anyway – van Sotsji naar pornografie lijkt ws. een overdreven grote gedachtesprong. Hoewel: er zijn verschillende sporters die al uit de kleren gingen, plus er zullen vast ook pornoverslaafde atleten tussen zitten en on top of it all  zijn er chevron-types die ik zelf graag uitkleed…  Chevron – ik ben er nog steeds niet overheen. Wat dacht die ontwerper? Nee, het Nederlandse team mag blij zijn met hun stylist! Prachtige outfits; modern, de juiste kleuren, mooie vormgeving en leuke, typerende ‘Neërlandische’ mutsen.  En dan zien we onze dames (ja, nu spreekt de nederlander in mij) op het podium met hun dikke plakken goud, zilver en brons … stralend in hun oranje outfit. Niemand die nog denkt: kleren maken de man en zo weinig mogelijk kleren de vrouw!

Noot: Foto van deze site

Sotsji – Curlingteam uit de kleren!

curlingWie mij kent weet dat ik – zacht uitgedrukt- geen sportief type ben. De laatste keer dat ik ging skiën scheurde ik mijn kniebanden, in de wildwaterbaan van Centerparks stoot ik me onhandig en breek mijn duim, voor fietsen ben ik te stuntelig, ik heb welgeteld 1 poging gewaagd om te leren hardlopen maar mijn gevulde voorgevel stuiterde zo heen en weer dat ik dacht mezelf knock-out te slaan en zelfs bukken om de vaatwasser uit te ruimen levert de locale fysiotherapeut een paar weken werk. Zwemmen is nat en wandelen vaak te koud. Nee, laat mij maar uitblinken in het 10 km platliggen of het 500 meter bankhangen. Ik zeg je – als één van deze ooit tot een olympische sport wordt verheven haal ik een gouden plak binnen. Easy!

Verder ben ik nou ook niet echt een wintertype. Zelfs tijdens deze vrij warme winter (wat een contradictio in terminis – warme winter) zit ik ‘s avonds – met een dik vest ingeduffeld onder een deken – open haard op standje sambal met hete thee (of chocolademelk met rum) om mijn handen aan te warmen. Zelfs met 2 paar sokken en dikke wintersloffen – onder die deken- krijg ik mijn voeten niet warm.

En dan komen die Olympische spelen… Winterspelen. Het is sport voor en na alles. In gesprekken op m’n werk, wanneer ik thuiskom, wanneer je de tv of radio aanzet. Het is Sotsji voor en achter. Zucht. Schaatsen, skieën, bobsleetje rijden, slechte sneeuw, te milde winter. Het is zóó niet ‘mij’.  De enige lichtpuntjes zijn de 1,2,3tjes, het hossende en uiterst meelevende koningspaar, en knappe mannen in strakke pakkies.

Maar vanmiddag werd het dieptepunt bereikt. (Ja zelfs nog dieper dan het geneuzel uit reformatorische hoek.) Manlief zette de tv op curling. CURLING OMG! Het is nog erger dan het volwassen geknikker met stokjes en geruite broeken. VEEL erger. Mannen met broekjes in chevron print. Oh my! De ultieme fashionfail. Je snapt prompt waarom de dames liever uit de kleren gaan.  Het masculiene gehalte (voor zover dat er nog was) daalde met elke haal van de bezem en wat werd er heen en weer gewreven… Nee. (Ik weet iemand die zou zeggen “Daar wordt mijn schaamhaar kunstgras van.” maar dat herhaalt deze waardige (ahum) domineesvrouw maar niet.)

Curling. Nee. Dan nog liever 500 meter bankhangen in mijn onelegante ma Flodder outfit met badhairday-oversised shirt en kniehoge sokken in sloffen, dekentje over de schouders. En dan manlief die zegt “Mmm, dat flateert niet echt.”

Bankhangen – Ik ruik het goud al…

Noot; Foto van www.vg.no

Refokritiek op de Koning

Willem-alexander_en_maxima_anp_hqTe gek voor woorden – bekrompen, zielig, schandalig … woorden schieten me tekort wanneer ik nadenk over het commentaar wat te lezen valt in het Reformatorisch Dagblad. (Thank God dat ik daar niet op geabonneerd ben – ik las het via FB.)

Het koningsechtpaar zou zich onwaardig gedragen hebben, foutief kleden, een verkeerde indruk wekken, niet doen waarvoor ze naar Sotsji zijn gegaan, ze zouden de zondagsrust niet eren, ongegeneerd bier zuipen en blablabla bla.   En dan als klap op de vuurpijl wordt hem nog ff met een uit-de context-gerukte- bijbeltekst om de oren gesmeten.

Kunnen ze wel? Je zou je voor minder schamen om jezelf christen te noemen.  Het christendom wordt zo weer lekker gepromoot. NOT! Wat een antigetuigenis.  Sta mij even toe een ander geluid te laten horen:

Als er één was die kon feesten, dan was het Jezus.  Hij kwam eens op een feest waar de drank al dermate had gevloeid dat halverwege de avond de wijn op was. En WIE werd er geraadpleegd over het alcoholprobleem? Juist ja; Jezus.  En hij zei niet dat ze dan maar een colaatje moesten drinken. Nee, Hij zorgt voor nieuwe wijn. Niet een beetje wijn, nee, Hij produceert maar liefst enkele honderden liters!

En God verhoede het maar die geweldige Zoon hield zich ook al niet aan de zondagsrust toen hij een zieke man genas. Niet stiekem waar niemand het zag, nee openlijk en duidelijk voor iedereen!

Ergst van alles: middenin de politieke crisis van destijds– waar mensenrechten ook met de voeten werden getreden – ging Hij uit eten met hoeren en belastingambtenaren. Alsof hij losbandigheid goedkeurde en achter de enorme geldverspilling stond. Schandalig!

Nog een koning die zich niets aantrok van protocollen en dresscodes was koning David, voorvader van Jezus. (Het zat dus in de genen.) Die presteerde het zelfs om NAAKT te dansen – nee, niet stiekem achter gesloten deuren maar midden op straat!  Over een verkeerde indruk wekken gesproken …

Jezus werd veracht in velerlei opzicht. Toch wordt hij door de christenen van nu gezien als dé Koning. In zijn tijd was hij echter rebels, opstandig, tegendraads, zelfs blasfemisch.  En dan zijn het juist Zijn volgers die commentaar hebben op de Nederlandse koning. Wie het snapt mag het mij uitleggen. Hebben ze Zijn leer wel goed begrepen?

Als ik als klap op de vuurpijl ervoor zou kiezen om deze lui ook met een bijbeltekst om de oren te slaan zou ik kiezen voor “Drink tot je hart er vrolijk van wordt.” – maar dat doe / zeg ik natuurlijk niet.

Anyway, het mag duidelijk zijn: deze Belg reageert als een in-haar-gat-gebeten-Nederlander als je oordeelt over het Koningspaar …

.

Noot: foto komt van nieuws.nl 

kernkwadranten in de klas en in de kerk

Kernkwadrant_NLDiverse collega’s vonden het te hoog gegrepen. Ook de teamleider keek me enigszins verbaasd aan dat ik dit aspect in havo en vwo 3 wilde uitproberen. Ooit had hij het een keer geopperd maar niemand geloofde dat derde klassers dit al konden beredeneren.  Toch heb ik het gedaan. Je zou me eigenwijs kunnen noemen maar ik geloof gewoon in hun kunnen. Jonge mensen moeten niet onderschat worden. …

De 4 kwadranten. Wat zijn je kwaliteiten, je valkuilen, je uitdagingen en je irritaties? Leerlingen weten dondersgoed waar ze zich aan irriteren. Ze weten feilloos waar ze de mist in gaan en wat anderen vinden dat ze zouden moeten leren. Nadenken over dát waar ze goed in zijn is over het algemeen nog het moeilijkst van de 4.

De gedachtengang achter deze kwadranten hadden ze eigenlijk direct door. Natuurlijk had ik een stel treffende voorbeelden.  In elke klas zit wel een druktemakende humorist…

Kernkwaliteit: humor – drijf je dat te ver door / weet je van geen ophouden dan is je valkuil dat je niet serieus genoeg kan zijn. Je uitdaging wordt dan ‘serieus leren zijn’ en als je dat te ver door drijft krijg je ‘saai’ – en daar heb je dan ws een hekel aan. Héél herkenbaar voor leerlingen in lessituaties. Want er is altijd wel een docent die ongelooflijk saai is en zich dood ergert aan de oeverloze humor van deze of gene. Met als gevolg dat hij nog saaier en serieuzer gaat doen en de leerling zo eigenlijk forceert om dat nog meer te compenseren met humor.  Echt wel dat ze door hadden hoe dit in zijn werk ging.

Het moeilijke aspect was hun eigen kwaliteiten leren herkennen. En het dan kunnen omzetten naar één van de andere kwadranten. Daar heb je eigenlijk best wel wat woordkennis voor nodig. Maar moeilijk is niet onmogelijk.  En met wat hulp kwamen ze er echt wel.  Soms klopten hun interpretatie van bepaalde woorden niet helemaal, maar dat geeft niet. Hun gedachtegang was ok.  Ze leerden nadenken over zichzelf en over anderen. Over waarom het soms zo lastig is om samen te werken en dat je dan ook bewust kan kiezen om van elkaars kwaliteiten gebruik te maken in plaats van in elkaars allergiezone te blijven hangen.

Het was ook best confronterend voor mij. Want natuurlijk koppelde ik het aan ‘Godsdienst’ en geloofsgemeenschappen. Dat veel mensen zich er juist zo goed bij kunnen voelen wanneer er gekeken wordt naar elkaars kwaliteiten en je geholpen wordt met je uitdagingen.  Maar dat dit ook iets is waar mensen juist op afknappen in geloofsgroepen  en waarom ze zo negatief kunnen zijn over godsdiensten – omdat ze teveel gewezen werden op hun valkuilen, ze verwijten naar het hoofd geslingerd kregen en zich daardoor mateloos ergeren … En zoals altijd ben ik open over mezelf en met een inkijkje aan mijn ervaringen leer ik ze wanneer grenzen worden overschreden en hoe belangrijk het is jezelf in acht te nemen – te geloven in jezelf (yep – coming from me – the worst example ever).

Na mijn laatste les vanmorgen kwam 1 van ‘mijn pubers’ terug naar het lokaal: “Ik vond het een erg leuke en interessante les mevrouw, bedankt!”  – Soms kan ik me emotioneel leeggeven, maar complimentjes als dit geven je toch weer energie.

Ik herinner me een oneliner van Jurgen 2 weken geleden… Dat je de kerk beter ‘uit’ hoort te gaan dan dat je er in ging. Sommige zaken gaan niet voor iedereen op.

Geloofsinstellingen kunnen teleurstellen, mensen kunnen (diep) teleurstellen maar dat dit niet wil zeggen dat je je geloof aan de kant moet zetten of dat God teleurstelt. … Of dat je zelf een teleurstelling bent …  Al voelt het soms wel zo.

Endure & Always remember Whose you are

EndureHet was volgens mij in de vampierenfilm Dark Shadows dat ik het woord voor t eerst tegenkwam. Endure. Helemaal aan het einde van de film, wanneer de familie Collins voor de zoveelste keer alles verliest vraagt een zoon aan zijn moeder “Wat doen we nu?” – “What we always do, we endure.”

Qua films ben ik een grote liefhebber van fantasy en adventure. Vampieren, Goblins, schaduwjagers of whatever – die fantasiewereld en spanning vind ik heerlijk.  Met dubbele verhaallijnen, verborgen boodschappen, mystieke sferen … niet iedereen zal het even gristelijk vinden maar ik hou er gewoon van. Ik vind ze de realiteit meer recht doen dan ‘standaard’ films.  In deze film worstelen de Collins met het leven van elke dag. Er zijn absoluut mooie dingen die ze ervaren en ook de dagelijkse beslommeringen ontgaat ze niet. Maar onder de oppervlakte is er een leven vol worsteling, afwijzing, boosheid en verdriet. En wanneer ze – voor de zoveelste keer-  alles afgepakt zien worden, ze weer als uitschot behandeld worden, is er dit fragment met Michelle Pfeiffer  “Zoals altijd, doorstaan we ook dit weer.”   Endure.

Het raakte me zo – dat ene woordje.  Het zegt meer dan de woorden volhouden of doorzetten waarbij de actie bijna vanuit een heldhaftig activisme geboren wordt. Volhouden of doorzetten  is iets waar je voor kiest; een actieve houding die je jezelf aanmeet. Doorstaan doe je omdat er niets anders overblijft om te doen. Doorstaan onderga je. Het is een soort van tolereren, ongewild lijdzaam verdragen.

De diepgang van dit ene woordje gekoppeld aan de situatie van verlies en afwijzing raakte me intens. Op dat moment wist ik dat ik het zou schilderen.  Niet het filmfragment. Nee, ik bedoel wat dit ene woord met me deed.  Het heeft me heel wat maanden gekost voor ik me ertoe kon zetten. Dan begon ik er weer aan en binnen een paar minuten hield ik het weer voor bekeken.  Schilderen is voor mij een emotionele uiting. Sommige emoties stop je liever weg. Uiteindelijk heb ik dit weekend het schilderij afgemaakt. Endure.  Daaraan gekoppeld ‘Always remember Whose you are’.  Omdat bij Wie ik hoor me eea helpt doorstaan. Omdat de grote Wie maakt dat ik dingen tolereer, ongewild lijdzaam verdraag.

always 4always remember whose you are

Easy cooking: trifle van speculaas, karamelpudding en vanille cheesecake met een topping van karamelroomsaus en witte chocoladeganache

trifleOoooh het ziet er zo lekker uit… en alle elementen apart zijn al om te smullen. Bij elkaar: dat moet het hoog bezoek van morgen maar melden… XD

Het recept is in principe super easy én goedkoop! (iets van 5 euro voor 8 á 9 toetjes) Het vraagt alleen wat werk.

Het is een laagjes recept en van onder naar boven hebt je:

Een bodempje van speculaasboter  – karamel roompudding – karamel roomsaus – vanille cheesecake pudding – caramelroomsaus – een een topping van witte chocoladeganache.

Nodig: 3 flinke speculaaskoeken, 40 gr gesmolten boter, 200 gr roomkaas, 1 kopje poedersuiker,  400 ml slagroom, 100 gr suiker, 1 pakje kloppudding karamel, 1 pakje kloppudding vanille, (optie: 1 vers vanillestokje), 700ml melk, witte chocolade. (Het is dus absoluut NIET weightwatchersproof!  haha)

Als eerste maak je de karamelroomsaus want deze moet iets afkoelen voor je hem gebruikt: In een pannetje de suiker met een beetje water laten karamelliseren. Zodra de karamel bijna op de juiste kleur is het vuur uitzetten (hij kleurt altijd nog een beetje door). 100 ml room in de magnetron verhitten (bij mij ongeveer 20 sec) en flink roerend bij de karamel gieten. De saus moet niet té dik zijn, want tijdens het afkoelen dikt hij nog verder in. Is hij te dik dan nog iets meer room erbij. Laten afkoelen.

De bodem: super easy: je verkruimelt een paar speculaaskoekjes in je blender en voegt er wat gesmolten boter aan toe. Je lepelt wat in het te serveren glaasje en stampt het ff aan. Deze laag moet echt niet te dik zijn. Het is de bedoeling dat je hem mee oplepelt met de pudding en niet apart eet. Ik had hem ongeveer een halve cm dik.

Karamelroompudding: in je keukenmachine de karamel kloppudding en 200 ml room goed opkloppen en zodra het stijf is stukje bij beetje 200 ml melk aan toevoegen. Je krijgt een vrij stijf soort van beslag. Ik deed het vervolgens in een spuitzak en spoot het op de speculaas. Maar je kan het uiteraard ook gewoon met een lepel erop scheppen. Tot ongeveer halverwege je glas.

Bovenop deze pudding doe je een eetlepel karamelroomsaus.

Vanille cheesecake pudding: De keukenmachine heb ik ff snel schoongesopt en vervolgens heb ik het merg van 1 vanillestokje, de vanillekloppudding en 500 ml melk in de kom gedaan en op hoog tempo gemengd. Zodra eea goed gemixt is voeg je er 200 gr roomkaas bij  en een kopje poedersuiker en blijf je mixen tot alle klontjes weg zijn. Je schept het wederom in een spuitzak en spuit een laagje bovenop je karamelroomsaus.

Bovenop deze laag doe je weer een eetlepel van je smeuïge karamelsaus.

De laatste 100 ml room maak je flink heet in de magnetron en onder voortdurend roeren doe je er de in kleine stukjes gesneden witte chocolade door tot je een smeuïg geheel hebt. Een eetlepel saus bovenop de karamel. En je laat het geheel in de koelkast opstijven. Liefst een uurtje of 2.3.

Ik laat het een hele nacht staan – dan kan de verse vanille zijn smaak goed afgeven.

Ik denk dat ik morgen eea nog afwerk met geraspte witte chocolade of chocolade chips. … nu ff een slot voor de koelkast zoeken …

Help! Is er ook een meldpunt voor ‘normale’ kids?

jongereIk geef godsdienst. Dat wil zeggen dat ik ervoor betaald word om voor de klas te staan, de christelijke identiteit van de instelling moet representeren (zonder te evangeliseren) en geacht word de leerlingen wat kennis over godsdiensten bij te spijkeren.  Maar het vak is zoveel meer. Ik noem het ook liever ‘Levensbeschouwing’ omdat ik mijn ‘pubers’ inzicht wil geven in zichzelf, anderen en in (geloofs)groepen. Ik sta stil bij verschillende levensvragen die zich onverwacht, ongevraagd en vaak ongewild zomaar aan je kunnen opdringen. Er is niet 1 lesmethode die ik werkelijk recht vind doen aan het vak en dus ‘verzin’ ik met regelmaat mijn eigen lessen, wanneer mogelijk afgestemd op de actuele noden van m’n leerlingen.

Zo merk ik nu dat het kiezen van een profiel / vakkenpakket menigeen onzeker maakt en ze daardoor gaan twijfelen aan zichzelf. Ongenoegens komen bovendrijven en bij vlagen uit zich dit in onrust en onvrede.

Deze week heb ik al een aantal keer -zomaar ‘tussendoor’ – een stel gesprekjes met  leerlingen gehad. Buiten de lessen om uiteraard. In mijn pauzes of soms blijf ik zelfs een uur of langer ‘wachten’ omdat ze vroegen of ik tijd voor ze kon maken.  De één moet thuis erg veel helpen (ook in de zaak), heeft een zieke oma waarvoor gezorgd moest worden en aangezien ouders de Nederlandse taal niet helemaal machtig zijn maar toch een bedrijf hebben moet zij merendeel van de zakelijke brieven schrijven.  Financieel staan ze er nu niet heel goed voor. Ze sliep slecht. (Goh – hoe zou dat komen). Haar cijfers laten toe dat ze kan kiezen wat ze wil. Voor het bedrijf zou iets wiskundig wel handig zijn – maar daar heeft ze niet zo veel mee. “Wat moet ik doen?” “Hoe weet ik wat ik moet worden?”

Een ander worstelt met trauma’s – waar ik nu maar even niet over zal uitweiden.  Vandaag spendeerde ik mijn pauzes aan een leerling die zich door het thuisfront niet geliefd voelt. En voor wie denkt ‘Daar heeft haast elke tiener wel eens last van.’ – hier betreft het geen puberkwestie, dit speelde vorig jaar (en de jaren daarvoor?) ook al – het gevoel is reëel.  Het is voor niemand leuk om nooit te horen ‘Hé hoe was je dag vandaag.” Of om avond aan avond alleen voor de tv te moeten ‘hangen’. Maar voor een puber is het extra erg: middenin je ‘losmakingsproces’ wanneer je volwassen probeert te worden heb je juist een liefdevolle en betrokken omgeving nodig. De basis van waaruit ze hun vleugels horen uit te slaan moet stabiel zijn willen ze niet struikelen of vallen om al klapwiekend en stuntelend te hoeven starten in het leven wat ‘volwassen’ heet.

Het enige wat ik kan bieden is een luisterend oor – wat mij betreft elke pauze weer. Ik kan verwijzen naar de schoolmaatschappelijk werkster, maar vaak sta ik toch dichterbij. Niet in het minst vanwege mijn vak…

Via via hoor ik dat een eersteklasser het thuis ook niet makkelijk heeft. Weer een ander zit in het zoveelste pleeggezin. Nog een ander is extreem vaak ‘ziek’. Add, Adhd, Pdd, Asperger… wanneer een leerling een sticker heeft (en ook die zijn er voldoende) komt daar altijd moeite en worsteling bij kijken.  Menig leerling voelt zich vaak eenzaam en verdrietig (Ok, iets wat bij de leeftijd hoort maar a) dat weten zij vaak niet en  b) dat maakt het niet minder erg), sommigen zijn ronduit down of depressief.

Op facebook zei iemand dat het leek alsof ik steeds minder toekwam aan lesgeven. (Complimenteus bedoeld) En ja, in verhouding ben ik steeds meer tijd kwijt aan ogenschijnlijk onbelangrijke tussendoor gesprekjes. En dat maakt ook dat ik steeds meer tijd kwijt ben om me in te dekken. Als een leerling mij smst of whapt (ja ze hebben mijn 06 – nee dat was niet de bedoeling maar ging ‘per ongeluk’ – en nee, ze hebben er nog nooit misbruik van gemaakt- maar ja: ik anticipeer op hun wijze van communiceren.) anyway – als ik terug sms of whap ben ik continue aan het bedenken hoe ik iets schrijf, welke emoticons ik erbij kan gebruiken of welke beter niet, hoe het over kan komen, hoe ik dit ga uitleggen als ik ervoor ter verantwoording wordt geroepen. enz enz. Heel vermoeiend.

Na elk ‘gesprekje’ ben ik tijd kwijt aan het overwegen of ik dit moet melden of niet, wat ik dan wél doorvertel en wat niet, of ik het vertrouwen van de leerling niet beschaam, of dat het te onbenullig is om door te geven of juist niet …  En bovenop dit alles heb ik soms echt verdriet. Dan huil ik om de tranen die zij moeten huilen, voel ik de pijn die zij voelen. Ben ik boos op deze onrechtvaardige wereld. Zit ik even zelf heel erg slecht in mijn vel. Vanmiddag had ik zo een moment.

Ooit zong ik het lied “Heer raak mijn hart aan” (Opwekking 471)  “Heer raak mijn hart aan, maak mij bereid uw pijn te voelen, uw tranen te huilen, bewogen te zijn … maak mij bereid.” 

En hoezeer ik ook besef dat mijn pubers een luisterend oor kunnen gebruiken… soms wordt het me teveel en heb ik haast spijt dat ik dit ooit oprecht zong. Ik heb toen nooit geweten wat ik met dit lied vroeg … wat ik werkelijk zong … Wat Zijn pijn voelen, Zijn pijn om de gebrokenheid in deze wereld, om het verdriet van deze jongens en meiden, om al het onrecht wat hen overkomt… Zijn pijn voelen, is absoluut niet leuk.

Eigen recept voor Snicker / mars-muffins

snickermuffinsTja – wat doe je als manlief een doos met eieren uit de boodschappentas laat kletteren en je met een stel gebarsten eitjes zit? Ja! Bakken! Heerlijk – voor mij een heerlijke vorm van ontspanning. Niet dat ik hier thuis veel aftrek heb hoor … manlief houdt niet van gebak (heeft dus niks met mijn kookkunsten te maken) en zoon 1 en 2 hebben elk een heel andere smaak. Ik lust als enige werkelijk alles – wat ik met oog op mijn figuur niet als een zegen ervaar. Maar muffins kan je prima invriezen dus geen excuus – ik heb even onderstaand recept bedacht, uitgeprobeerd … en goedgekeurd 🙂

 

Ingrediënten voor ong 15 muffins:

250 gr bloem, 2 eieren, 50 gr boter, 1 el cacao, 1,5 zakje bakpoeder, snufje zout, 2 dl marsmelk (kan ook chocolademelk), 70 gr suiker (mag vanille), en 2 (of 3) snickers.

 

recept snickermuffinHoe ga je te werk?

1. verwarm de oven alvast voor op 180 gr.

2. mix alle droge ingredienten en haal het door een zeef (dat maakt het beslag luchtiger).

3. smelt de boter zonder hem echt te verwarmen, klop de eitjes luchtig en meng alle natte ingrediënten.

4. Meng de natte en droge ingrediënten in een paar flinke roerbewegingen. Niet teveel of te lang roeren, dan is het bakpoeder alweer uitgewerkt en krijg je minder luchtige muffins.

5. Meng de fijn gesneden snickers door het beslag.

6. Spuit je muffinblik in met anti-kleefspray (bijv. van Oetker 0f zet er papieren cupjes in.) Gebruik iig niet alleen maar papieren cupjes want dan rijzen de muffins in de breedte in plaats van in de hoogte. Doe de bakjes niet te vol, hou ongeveer 2/3de aan.

7. Ongeveer 20 minuten in de oven. Ik heb een hetelucht oven. Elke oven is toch weer iets anders dus hou het even in de gaten. Wil je graag droge muffins zou ik de 20 minuten aanhouden. Ben je net als ik meer een smeuïg type, dan doe je ze er iets minder lang in.

 

Je kan de muffins prima invriezen. Wanneer je ze er iets minder lang hebt ingezet kan je ze na ontdooien eventueel in 2 of 3 minuten ‘afbakken’.

 

Hier is het nog ff wachten tot de zoons op de geur afkomen 🙂 maar het resultaat mag er iig wel wezen