Populistisch, racistisch en toch christelijk?

Waarom erger ik me eraan? Waarom stoort het me dat (sommige) mensen ondoordachte stellingen blijven delen op social media? Waarom vind ik het buitengewoon tergend wanneer een mede-christen een foto op haar statusafbeelding plaatst, die ik ronduit racistisch vind, puur omdat ze haar pro-pieten standpunt wilt onderstrepen?

Je mag er uiteraard ook niks van zeggen… Traditie is traditie en daar blijven anderen met hun poten vanaf.

Nu ben ikzelf geen heilig boontje. Absoluut niet. Ook ik hou ervan om soms op (zeer) prikkelende wijze mijn mening te verkondigen. Dus mea culpa; hand in eigen boezem.

Hoe komt het dan dat het me in sommige gevallen zo stoort?

Vroeger was de hoeveelheid informatie die je tot je kreeg lang niet zoveel als nu. Via krant, radio, tv en internet word je tegenwoordig overstelpt met berichten, argumenten, stellingen en meningen. Filteren is er niet meer bij, directe stellingname lijkt haast noodzakelijk. Tijd voor kritisch nadenken is er niet meer… Waardoor de ene na de andere hoax zich een weg baant naar de realiteit. Collateral damage nemen we voor lief omdat we onze dure tijd vooral niet aan nadenken en info filteren besteden.

Gevolg: onze eigen Piet verheffen we tot afgod en maken we belangrijker dan de (gekwetste) mensen om ons heen. Het geeft niet dat we ons in onze strijd racistisch uitlaten of bepaalde geloofsgroepen welwillend discrimineren. Andersdenkenden mogen oprotten en onze voorbeeldfunctie, zelfs ons christelijk gedrag, moet wijken voor die ene stelling waar we ons zo onnadenkend, zonder enig onderzoek achter schaarden. Social media zegenviert over Christus wanneer ze elke mogelijkheid tot zelfreflectie bij voorbaat al elimineert. Ere zij de God van onze mening, ere zij ons gevoel.

En op zondag? Dan doen we eventjes heilig, zingen in zogenaamde overgave mee, gedragen we ons christelijk en zijn we ons van geen kwaad bewust.

Waar maak ik me ook druk om? Vandaag is het zondag, dus laten we ons hart van racisme drenken in de saus van vergetelheid, de spiegels vooral een ander voorhouden en onszelf bemoedigen met hoe geliefd we als Zijn kinderen zijn … Geen kip die het merkt… Of wel?

IMG_4703.JPG

Advertisements

Gemeente Westland ‘parkeert’ gebrek aan veiligheid

 

VerkeerOngeveer anderhalve week geleden melde ik (wederom) het nijpende parkeerprobleem bij de gemeente. Het parkeerhaventje wat achter de bosjes bij de voordeur ligt kan 6 auto’s herbergen. Ruim 10 woningen kijken uit op dit pleintje en van ruim 12 huizen pogen de bewoners hun auto’s hier te stallen. Als je er dan bij optelt dat wij niet de enige zijn met 2 auto’s … een uitdaging dus.

Natuurlijk willen we ook wel iets verderop in de straat parkeren. Alleen staan daar weer andere huizen, met andere bewoners die ook allemaal 1 of 2 auto’s hebben.  Ook de lange Rubenslaan staat merendeel van de tijd bomvol.  Vooral ’s avonds kan je nergens meer parkeren … behalve dan op de stoep. Als ik zo gok staan er ’s avonds – in een straal van 30 meter rondom ons huis- minimaal 6 tot 8 auto’s met grote regelmaat verkeerd en hinderlijk geparkeerd. Ook ik. Maar je kunt nergens anders staan.

 

Toen onze auto voor 2 jaar terug in de fik gestoken werd (deze stond toen ook op de stoep geparkeerd) hadden we enorm mazzel dat de helft van de buren pleite was. De brandweer kon de straat in! Voor hetzelfde geld was dit heel anders geweest en was het niet alleen onze auto die was uitgebrand maar een compleet huizenblok.

Een tijdje geleden was een buurvrouw onwel. Maar de ambulance kon niet tot bij het huis komen. Ambulanciers hebben haar zelfs met brancard en al over de verkeerd geparkeerde auto’s getild. Ze had geen 100 kg moeten wegen …

Zo zijn er voorbeelden te over … en na het brancardvoorval kreeg de gemeente eindelijk door dat er wat moest gebeuren. Maar nee, niet de oorzaak van het probleem wordt aangepakt. De harde werkers in de buurt die zich tot ’s avonds laat voor de samenleving van DIT WESTLAND hadden ingezet konden ’s nachts nergens meer parkeren en zetten zich zoals altijd op de stoep. ’s Ochtends, toen merendeel van de andere harde werkers zich naar hun werk hadden begeven kwam de gemeentebeambte. … ‘Wat is het probleem? Parkeerruimte genoeg!’ en hoppa de slapende foutparkeerders kregen een waarschuwing met de belofte op een boete mocht het weer gebeuren. Zucht.

 

Dus net als een paar jaar geleden trok ik vorige week weer aan de bel. Ik zie namelijk wel mogelijkheden. Zo zou de straat 1 richtingsverkeer kunnen worden en kan een deel van de stoep en straat opgeofferd worden voor parkeerhavens. Een goede architect zou zijn oog kunnen werpen om bepaalde delen te herinrichten. Nouja, ik zie al dat als er een stel lantaarnpalen 2m naar achter gezet worden en er wat groen verplaatst zou worden, dat er zo’n 6 tot 8 parkeerplaatsen bij kunnen … en het groen – wat er niet meer uitziet omdat de gemeente bezuinigd op snoeien en opruimen- is met haar overwoekerde en onkruid liefhebbende status toch een doorn in het oog voor menig bewoner. Datzelfde groen is her en der zo volgroeid dat je op straat niet eens meer goed zicht hebt op wie er van de andere kant aan komt … dus hoezo groenbeleid? Dus, vol goede moed, schreef ik de gemeente. Ze bleken zelfs een leefbaarheids app te hebben wanneer je wat wil signaleren. Maar geheel ouderwets via hun site, volgde ik keurig de aanwijzingen over wat, waar en wie het ging … en diende -binnen het maximale aantal van 1000 woorden!- mijn signalement in.

 

Maar nee hoor. Alle hoop is weg. Net werd ik gebeld door meneer M. Vogelaar (als ik de naam goed gehoord heb).  Laat me wat flarden delen uit een niet zo constructief, soms nogal verhit, doch – ergens- ook wel amusant gesprek:

“Maar op de Rubenslaan is nu toch noch genoeg parkeerplaats?” (Klonk alsof hij er op het moment van bellen stond.)

“Euh, nee, en vooral niet ’s avonds. En je mag niet parkeren bij een kruising of in een bocht – laat die laan daar vol van zijn.”  (Lees: het probleem in de directe buurt werd in ieder geval erkend, verderop ontkend.)

 

“Ja, maar het is een landelijk probleem.” (Later herhaalde hij dat dit een probleem was in héél het Westland.)

“Euh, dus reden te meer om er wat aan te doen?”

“Je kunt dit probleem toch nooit oplossen, sommige bewoners hebben wel 5 of 6 auto’s.”

“Nou, beetje overdreven, maar dan nog, de gemeente kan pogen het probleem in ieder geval te verlichten i.p.v. op te lossen.”  (Lees: probleem groter maken dan het is, loskoppelend van mij als persoon en eindigen in fatalisme)

 

“Ja maar, de gemeente heeft als beleid dat groen niet opgeofferd wordt voor parkeerruimte.”

“Behalve dat het beleid (uit 2006 gebaseerd op cijfers uit 2003!!) misschien nodig geupdate moet worden, zou het groen ook verplaatst kunnen worden. Laat iemand kijken naar een efficiëntere herindeling.”

“Ja maar, dat groen is niet mijn afdeling.”

“O maar ik begrijp dat de gemeente verschillende afdelingen heeft, maar het overkoepelende orgaan ervan heet ‘gemeente’, en er zal daar vast wel ruimte voor samenwerking zijn.” (Lees: afschuiven van het probleem.)

 

“We kunnen er onmogelijk wat aan doen.”

“Ik begrijp dat er heel wat obstakels overwonnen moeten worden, maar ik zou het fijn vinden wanneer er gedacht wordt in uitdagingen en mogelijkheden i.p.v. in onmogelijkheden. Kijk naar wat wel kan.” (Lees wederom fatalisme – of een gebrek aan inzet – wat u als lezer wil.)

 

“Het probleem van veiligheid ligt niet aan de gemeente, maar het fout parkeren van de bewoners.”

“Ik begrijp dat op de stoep parkeren niet mag en dat wanneer hulpdiensten ergens niet kunnen komen, dat door de auto’s komt – die NERGENS anders kunnen staan- maar ik signaleer een veiligheidsprobleem waar de gemeente mogelijk wat aan zou kunnen doen. In ieder geval in mijn ogen.”

“Ja, maar we moeten op allerlei vlakken inkrimpen.”

“Dus eigenlijk zegt u dat geld boven veiligheid gaat?”

“Nee, dat zeg ik helemaal niet.”

“Impliciet dus wel.”

“Helemaal niet.” (wel, niet, wel, niet, … :P) (Lees afschuiven van de oorzaak- of nee, geniet gewoon van de hilariteit van het volwassen gewelles genietes.)

 

 

Anyway het draaide nergens op uit. Alle ideetjes die ik aandroeg (wat mijn baan niet eens is om daarover na te denken- dat was volgens mij toch echt zijn job) werden zonder pardon de goot in geveegd. En natuurlijk snap ik ook wel dat er bezuinigd moeten worden, dat niet alles zomaar kan omdat een gegoede burger wat woorden op papier krabbelt…. Maar bewoners middels parkeerboetes gaan laten betalen omdat je er zelf voor kiest niet te investeren of herverdelen, dat kan niet. Heeft geen nut.  Trouwens, ik vraag me even af: als de gemeente op de hoogte is van een veiligheidsprobleem (al dan niet veroorzaakt door ongehoorzame foutparkerende burgers die op hun beurt de gemeente om hulp hebben gevraagd zodat ze niet ongehoorzaam meer hoeven te zijn) en de gemeente weigert het probleem aan te pakken, kan de gemeente dan aansprakelijk gesteld worden bij ongevallen ed.?

 

Enfin. Ik vond het gesprek stiekem behoorlijk amusant, vooral omdat ik op elk argument een tegenargument had en het heerschap aan de ander kant van de lijn er niks van of mee kon. Tot het moment dat hij me te persoonlijk werd:  “Het is aan de gemeenteraad om besluiten te maken, niet aan mij, en er zijn verkiezingen geweest en u had kunnen kiezen…”

“Bent u nu de oorzaak van het probleem op mij aan het afschuiven omdat ik niet goed gekozen heb?”

“Nou, ik rond dit gesprek af, mijn volgende afspraak staat voor de deur.”

“Euh, u koos ervoor mij te bellen, en nu heeft u geen tijd?”

Nee dat had hij dus niet. Dat was het moment waarop ik pissig werd en heb opgehangen.

 

Zoals manlief zei ‘Ach, sommige mensen zijn niet zo communicatief ingesteld.’  Euh – nee, inderdaad niet. Ze hadden beter mij kunnen aannemen, ik weet het toch altijd beter… Oh nee, daarom zit ik al in het onderwijs. 😛

 

 

owja: critici: lees mijn disclaimer.

Kaneelbroodjes op de bbq!

Bakken vind ik heerlijk. Het ontspant me – doet me even nergens aan denken – en de belofte van een tongstrelend papillen-liefhebbend momentje doet me vooraf al zwijmelen.

Zelfs op vakantie wil ik bakken. Maar wat doe je als je geen echte oven in je caravan hebt?
Tuurlijk! Bakken op de bbq! En het kan perfect!
Het enige wat je nodig hebt is -uiteraard- een bbq en een ‘dutch oven’ oftewel een gietijzeren pan met deksel. Nieuw zijn die krengen hartstikke duur maar vroeger had iedereen ze dus kijk ff bij je overgrootoma in de kast of bezoek de kringloop … (Kringloop de Groene sluis in Lelystad geeft haar winst aan goede doelen dus daar moet je vooral naartoe!)

Annyway, ik had er niet aan gedacht een keukenweegschaal mee te nemen dus moest alles op de gok doen.
De basis voor al mn broodjes was standaard witbrood, dat recept heb ik zo in mn vingers zitten… Dat moest zonder weegschaal wel lukken (Gist, water, meel, suiker en zout: what can go wrong 😅) .

Kaneelbroodjes op de bbq:
Het deeg had ik licht aangepast: de helft van het water verving ik met room en ik voegde een flinke scheut vloeibare boter toe om eea zacht te houden mocht het bakken wat heftig gaan. In het deeg deed ik ook een dikke koffielepel kardemom en kaneel. Na de eerste korte rijs (half uurtje) bestrooide ik mn mini-glazen-aanrechtblad met bloem en drukte het deeg zo plat mogelijk in een rechte lap. (Ik had geen deegrol 😁 en sowiezo: drukken op een glasplaat vond ik eng.) De ongeveer een halve cm dikke lap besmeerde ik met een dikke laag boter (margarine of roomkaas kan ook) en dat bestrooide ik met flink wat kaneel, kardemom en suiker. Oprollen tot een worst. Ongeveer 3cm dikke plakken sneed ik eraf en die gingen met de zijkant naar boven de pan in. Allemaal naast elkaar met nog zoveel ruimte om te rijzen dat ze tegen elkaar aan zouden plakken. In die gietijzeren pot liet ik eea nog ruim een uur rijzen op een zo warm mogelijke plek. (Ik heb de pan zelfs 1x een minuut op het laagste pitje gezet om warmte te genereren want het was op dat moment behoorlijk fris.)

De pan had ik vooraf wel voorzien van een dikke laag bakboter (echt dik!) met daarover flink wat bloem. Reden: wanneer eea een beetje aanbrandt dan wordt die laag zwart en niet het brood zelf. De overschot van die bloem klop je na afkoelen zo van je broodje af. Doordat je de rolletjes naast elkaar in de pan laat rijzen kan je ze na het bakken ook makkelijk van het brood afscheuren.

Hoe bak je eea op de bbq:
Wij hadden een mini bbq van de Lidl mee. Ideaal ding en maar 15€! Heeft zn geld deze zomer echt meer dan opgebracht! Er zat zelfs een hitte bestendige tas bij dus qua reizen van camping naar camping kon het niet beter.

Ik (lees: manlief ❤️️) zorgde ervoor dat de kolen flink brandde en legde er 3 stukken hout bij op. Zodra deze goed fikte haalde ik deze weg, legde het rooster erop. Pan op het rooster en het smeulende hout bovenop het deksel.

Afhankelijk van hoe groot je pan is en hoeveel deeg erin zit moet je vervolgens de baktijd een beetje gokken. Mijn pan heeft een doorsnee van ong 25 cm en ik gebruikte amper een halve kg deeg per keer. Ik checkte elke 10 minuten. Best irri want het hout fikte meestal nog of was gloeiend heet. Een met dikke alu-folie bekleedde koekepan deed dienst als kolenbak. Met 25 à 30 min op de bbq vond ik het meestal wel best, daarna liet ik de broodjes altijd nog een half uur doorgaren / afkoelen in de dichte pan.

Let op: tussen de kolen en het rooster moet voldoende ruimte zijn! Er mag geen vlamvorming meer zijn ónder de pan. Dan verbrandt eea.
Ik zette de luchttoevoer ad zijkant van de bbq altijd dicht zodat de kolen langzaam uit gingen.
Het brandende hout bovenop kan je ook vervangen door hete kolen. Alleen moet je er dan wel op letten dat deze niet te snel uitwaaien of afkoelen.

Anyway… Het klinkt vele malen ingewikkelder dan dat het is 😁 – het was zo een succes dat ik vervolgens elke dag brood mocht bakken van mn heertjes. Op hun verzoek ook knoflookbolletjes, pizzabroodjes, suikerbrood, kaasbrood enz gebakken deze vakantie 😄.

Ondertussen geurt het huis nu naar gebakken brood en banaan… Ik poog iets nieuws te verzinnen: suikerbolletjes gevuld met bananacreamcheese… Ben benieuwd.

Foto: uien-bacon scheurbrood en knoflookbolletjes.

IMG_4606.JPG

IMG_4578.JPG

Toiletbenodigdheden

‘Nee’ zei ik stellig.
‘Watje’ antwoorde zoon 1, gevolgd door t commentaar van manlief: ‘Je waardeert daarna welke rastätte dan ook.’
‘Zelfs de schep in de grond is luxer’
‘Die ene daar beneden is ‘t meest te doen. Vooral als je net deo hebt opgedaan.’ Manlief spreekt deze laatste woorden met de boord van zijn shirt over z’n neus getrokken. ‘Als je er bent geweest heb je voorlopig geen last meer van vliegen.’ voegt hij er grijnzend aan toe.

We staan op een wilderniscamping ergens in Zuid Zweden. Het ellenlange koeienpad wat ons caravantje hier naartoe leidde was al een hartverzakking op zich. Dan denk je de bewoonde wereld achter je te hebben gelaten, ben je nog niet in de buurt. De tussen bomen en rotsachtige stenen slingerende kuilenweg leidde ons steeds dieper het oerwoud van naaldbomen, mos en varens in. Eindelijk kwam er een poort in zicht. Het schokbreker ruïnerende pad trok zich er echter weinig van aan en kronkelde rustig verder. Uiteindelijk, na veel te veel gehobbel en gestuiter kwamen we bij een verweerd houten gebouw waar de natuur al jaren overheen probeerde te groeien. Het dak was bedekt met zand, mos en stenen en her en der probeerden struikjes er hun wortels te schieten. Het donkergrijze wolkendek en de miezerige regen gaven het geheel een behoorlijk aftands uiterlijk.
Rechts van ons was een metershoge houtopslag en een geitenwollensokken bejaarde stond een lange boomstam in stukjes te zagen terwijl een spichtig jongetje een poging tot kloven deed.

We hadden ‘mazzel’ – er was nog 1 niet-gereserveerde plek over op de camping. Ik keek even om me heen, zag ergens in de verte een paar verdwaalde tentjes in het bos en boven op de heuvel dacht ik een camper en caravan te spotten… Ergens achter wat metershoge keien. Deze camping vol?

Met stijf dichtgeknepen ogen zat ik naast manlief die onze hut op wielen na wat aanwijzigen het vreselijk smalle bospaadje omhoog sleurde.
Maar nu staan we er: op de geweldige camping die manlief heeft uitgekozen. Bovenop een heuvel met ver voor ons, ergens beneden, de houtopslag.
Er is geen electriciteit en geen stromend water. Wie wil douchen moet ‘s ochtends in alle vroegte 70 keer aan de waterpomp hengelen om met het 80 meter diepe grondwater een solarzak te vullen. (Alsof je dat ding in het bos in de zon kan leggen.)

Water voor thee, koffie of het koken van je piepers: ga maar pompen. Tandenpoetsen, afwassen: ga maar pompen.
Voor het doorspoelen van het toilet moet je gelukkig niet pompen. Het houten hutje is gewoon om een gat in de grond gebouwd. Plank erop, een touwtje met een wcrol erbij en klaar.

Is het nodig te zeggen dat het campingvolk hier een heel ander slag mensen is van wat je normaal op vakantie ziet? Kinderen in zelfgebreide vestjes, ongewassen ogende vrouwen (Ik laat even in het midden of het echt zo is of niet.), baardige mannetjes met wollen trui, korte broek en crocs of Jesusnikes, met opgetrokken vuile sokken uiteraard. De pubers die hier rondwaren vertonen geen van allen enig interesse in hun uiterlijk vertoon. Er wordt continue gerommeld en gerotzooid en iedereen is bezig met zijn eigen drukte. Een wereld apart hier.

Als je het gebrek aan luxe even vergeet is het verder wel een prachtige camping. Je staat niet hutje mutje op elkaar, de omgeving waar je ruimschoots zicht op hebt is adembenemend, je kan vrijelijk kano’s lenen om het meer op te gaan. Het primitieve is absoluut een leuke uitdaging voor onze kinderen en gisteravond laat hebben manlief en ik heerlijk gesudderd in de Finse sauna beneden bij het meer. Voor het opstoken van dat geval moest je wel zelf hout hakken maar we schoven ongeneerd en vriendelijk lachend aan bij de oude Fin die dat werk overdag al had gedaan.

Ik moet zeggen dat het primitieve wel went. Het is maar wat leuk om de hele dag alle lui aan die pompen te zien hangen die een meter of 20 van ons huisje staan. Zoon 1 zaagt en klooft met plezier en zoon 2 stookt met alle liefde het vuurtje voor onze deur wat ons ‘s avonds warm houdt.

Het went echt. Vooral omdat op ons dak een zonnepaneel ons van stroom voorziet en ervoor zorgt dat mn mobiel ten alle tijde opgeladen en wel het internet kan gebruiken.
Het went dus echt… En niet in het minst omdat het stromende water uit mijn kraantjes ook mijn eigen echte schone, welriekende en vliegenvrije privétoilet doorspoelt.
Tja, het went.

Rasechte Lindenholsen gaan gratis naar Djupdalen 😝

Lindenholsen. Wij zijn rasechte Lindenholsen. Behalve aan de standvastigheid waar ik eerder al over schreef, herken je onze soort onderandere aan het eeuwige alles anders dan anderen willen doen.

Wanneer de hele camping zich hult in nederig gesnurk zitten wij nog gezellig te keuvelen bij het kampvuur. Uiteraard niet op de houten bankjes die erbij staan: nee, wij Lindenholsen slepen lekkere stoelen met dikke kussen naar het vuur. En behalve dat; we nemen niet een gewoon flesje wijn mee maar een compleet 4 liter pak, en het liefst ook nog wat rum of vodka erbij.
Waar andere campinggasten al lang en breed weer uit de veren zijn en hun activiteiten van de dag ruimschoots bezigen, draaien wij ons nog een keer snurkend om in ons comfortabele dromenland. Nouja, comfi voor ons als ouders: de kids mogen zich in minuscule éénpersoonstentjes proppen. En als het echt koud is geven we ze in alle liefde een kruik mee.
Lindenholsen zijn niet tevreden met een handvol zelfgeplukte besjes, nee, wij kammen gelijk 5kg bij elkaar. Met als gevolg dat ik uren sta schoon te maken om liters jam en gelei te fabriceren die we vervolgens in de eerder uitgekookte potten gieten. Potten die we speciaal hiervoor kochten. Nee, we spendeerden geen 40 Kroon voor de aanschaf van 1 lege pot, we kochten gewoon bokalen groenvoer bij de lokale supermarkt. Niet dat we eten moesten kopen – nee, mét inhoud kostten die krengen maar 8 Kroon. En wij Lindenholsen zijn zûnig, dus vraten we die avond, vreugdevol om onze beurs, met lange tanden het konijnenvoer terwijl de jaarvoorraad aan jam stond af te koelen.
Wij Monsterse Lindenholsen huren ook geen kano’s à 50€ voor een dag om op een overvol toeristisch meertje te recreëren, nee, wij kopen liever 2 opblaasgevallen om ze in the middle of nowhere op te pompen (niet handmatig, nee, wij Lindenholsen hebben een accupomp!) om vervolgens urenlang in alle rust de rivier af te dobberen. Nouja, rust, we hadden zoon 1 mee… De rust lag ‘m in het feit dat we geen rekening dienden te houden met andere recreatievelingen, op een enkele badende nudist na dan. Die had het trouwens koud – heel koud- volgens zoon 2.
Een wandelpad keurig volgen is ook zoiets wat niet aan deze Lindenholsen is besteed. Nee, na 300 meter zijn we er ruimschoots zat van en kiezen we ervoor vervaarlijk langs een brug naar beneden te klauteren om de waterval op gelijke hoogte te kunnen bewonderen. Daar bleef het echter niet bij, ijverig hebben we de loop van het vallende water een heel eind beklommen, dan weer in het water, dan weer via de stenen rotspartijen ernaast. Dit kon by the way alleen omdat ondergetekende een keer niet haar slippers aan had maar haar mooie nieuwe paarse bergschoenen en ook wel omdat het waterpeil relatief laag stond.

Dat wij Lindenholsen anders zijn moet er toch van af stralen… Dat ene kortstondige moment waarop we als keurig gezin rustig aan een pickniktafel zaten te genieten tussen menig druktemakende vakantieganger van Duitse afkomst, strompelde er een wat oudere dame precies onze kant op. Notitieblok in de handtas, camera bungelend aan haar pols … Of ze een foto van ons mocht maken en een kort interview: voor de krant. Wie we waren, waarom we in Zweden vakantie vierden, wat we in de buurt zoal hadden gedaan… Uiteraard deden we ons voor als hét voorbeeldgezin van de eeuw. En ik zou geen Lindenhols heten als ik niet – met voorbedachte rade- uitgebreid reclame maakte voor onze campingbazen Patrick en Peggy – ik mailde de dame ‘s avonds nog wat foto’s van het waterskiën, wederom met uitzinnige lof over camping Djupdalen. Mailde ze me terug dat ze zó blij was met al mijn tips. Ze zou zelfs een afspraak regelen zodat ze een apart artikel kon schrijven over deze bijzondere camping.
Hoppa – gratis reclame voor Djupdalen! Nu zijn we volgend jaar vast wel verzekerd van een gratis plekje op de camping 😜 – en goedkoop op reis is hét bewijs: we zijn echt, echte Lindenholsen!

(Noot: vakantieblogs zijn altijd (veel) later gepost dan beleefd of geschreven. Wanneer we op vakantie zijn letten de buren extra goed op, hebben we een trouwe huisoppas en een logeergrage broer met wolfshond. Desondanks waak ik ervoor dat potentiële dieven kunnen denken dat er ergens een gemakkelijke buit ligt.)

20140805-131339-47619922.jpg

IMG_4428.JPG

IMG_4431.JPG

Kwaliteit versus kwantiteit

“Mam, je bent gemeen.”
“Ik weet het lieverd, dat is mijn kwaliteit.”

We staan op een camping bij Laxsjön, ergens in Zweden. Voor het eerst in ruim 2 weken hebben we een -soort van- regendag. Vanmorgen lieten we met frisse tegenzin Djupdalen achter ons. Het weer was het er klaarblijkelijk niet mee eens want de warme zonnestralen waarmee ze ons tot nu toe verblijdde veranderde in het jammerlijke gejengel van gemiezer. Ijskoud negeerden we deze meteorologische treurnis en dat hebben we geweten. Het zachte gesnik ging over in dreinend gekrijs en geselde met dikke druppels ons vehicel. Zinloos. Als wij Lindenholsen ons iets in het hoofd halen dan doen we dat ook. Uiteraard nadat we eerst menigmaal, uit eigen beweging,
van gedachten veranderden. Maar als we dan ergens voor gaan, dan werkt tegenstribbelen alleen maar als de overtreffende trap op ons vasthoudend gedrag.

De dreigende wolkenpartij gedroeg zich als een ware peuterpuber naarmate de middag vorderde: dan weer dramatisch donderend gezeur afgewisseld met voorzichtige zonnige glimlachjes door vermoeide tranen heen om te eindigen in flitsend dramaqueengedrag. Voor nu lijkt het erop dat ze compleet gesloopt op de vloer in slaap is gesukkeld. Een paar stapelwolkjes drijven nog dromerig voorbij terwijl de geur van nat gras zich mengt in de nadampende atmosfeer.

Na een relatief korte rit hadden we vanmiddag ons complete kampement in een recordtijd van 20 min opgezet. Tussen de druppels door stoven onze pubers richting het strand om een uur of wat later stinkend naar greppel en gruis weder te keren. Tenminste, zo vertelde manlief mij. Ikzelf had intussen diepgrondig de binnenkant van mijn ogen bestudeerd.

Compleet van de wereld, met ogen vol Klaas-Vaak-zand en met mijn evenwichtsorgaan op standby-stand sukkelde ik richting het keukenblok ergens in het midden van onze sleurhut (maw: naast ons bed). Zoon 1 die net alle hobbit-sporen van zijn lijf had pogen te schrobben in 4 warme minuten liet zich langs me heen op mijn nog warme plekje vallen.

Dacht ik verlost te zijn van het weer denkt een puber me te kunnen tegenspreken… 😳

“Uit mijn bed, schat.”
“Mam, ik wil ff liggen.”
“Jammer voor je, uit mijn bed.”
“Mam, je bent gemeen.”
“Ik weet het lieverd, gemeen is mijn kwaliteit.”
“Nee mam, bij jou is het een kwantiteit.”

Zucht, kreun, steun … “Jurgen!”

(Noot: vakantieblogs zijn altijd (veel) later gepost dan geschreven of beleefd. Wanneer we op vakantie zijn hebben we altijd een trouwe huisoppas, letten onze buren extra goed op en komt broerlief met wolfshond met regelmaat logeren… Desondanks waak ik ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt.)

IMG_4465.JPG

IMG_4467.JPG