de pijn is dwingend, niet belangrijk

optimismeEr zijn zo van die momenten dat de dwingende werkelijkheid je afleiden van de belangrijkste. Afgelopen week schreef ik over mijn ziekenhuisperikelen en maakte ik daar een heuse klaag(m)uur van. Wanneer je jezelf niet eens zelf kan afdrogen of aankleden na een moeizame douche is de dwingende werkelijkheid een behoorlijk aanwezig feit. Ik wil niet afhankelijk zijn van een ander. Ik wil niet continue pijn hebben. Ik ontbijt liever met warme bakkersbroodjes dan met Tramadol en Lyrica. Ik wil niet continue bang hoeven zijn voor de potentiële pijnscheuten die me zomaar achter elke beweging kunnen opwachten om me aan het gillen en huilen te brengen.

Hoe dwingend deze feiten zich ook aan me opdringen, het zijn niet de belangrijkste. Dit gegeven trof me toen we al zappend terecht kwamen bij het tvprogramma ‘Over mijn lijk’. Een jonge vrouw stond samen met haar vriend te kijken naar een rouwkoets, voortgetrokken door 4 gitzwarte paarden. Als ze dan toch moest gaan, wilde ze het zo. Slik. Een meisje van 18 in een zweefvliegtuig, genietend van het uitzicht, vertelde dat er maar 2% kans is dat ze de hersentumor overleeft. Dubbelslik. Een jonge vent, dolgelukkig omdat hij epilepsie heeft want dit betekent dat zijn terminale ziekte niet in snellere opmars is, misschien kan hij nog trouwen, misschien kan hij nog …

 

Ik schreef het al eerder, maar ook vanmorgen had ik een lieve vent die me uit de douche hielp, me zorgzaam afdroogde en mij m’n kleding aantrok. Zoon 1 staat klaar om de weekboodschappen te halen en zoon 2 stofzuigt vandaag het hele huis. Ik heb een huis, een dak boven m’n hoofd, een warm bed om in te slapen.  Ik kijk naar kast waar de foto van Abdullah Ahad, ons sponsorkindje uit Bangladesh staat. Ik weet niet eens of hij een echt bed heeft om in te slapen.

 

De dwingende werkelijkheid is een feit, ik doe niets af aan de pijn aan de wachttijden in de zorg of aan mijn gevoel van onvermogen. Maar wanneer ik kijk naar de belangrijkste werkelijkheid kan ik me toch dankbaar stemmen.

 

bron foto

Advertisements

Klaag(m)uur

lage-rugpijnMag ik een wekelijks klaaguur introduceren? Nee, niet de klaagmuur – Israël als topic roept bij teveel mensen heftige emoties op die voorkomen dat ze bepaalde schrijfsels degelijk kunnen interpreteren … nee, ik wil een klaaguur. Een uur om me even af te reageren op alles waar ik van baal.

En hetgeen ik momenteel het meest van baal zijn de wachttijden binnen de zorg.

3 weken geleden poogde ik ’s ochtends op te staan om naar m’n werk te gaan. Hevige pijnscheuten van mn rug tot m’n tenen tot m’n kruin deden me gillen. Gillen van de pijn. Ik kon geen centimeter links of rechts. 100 mg Diclofenac maakte geen enkel verschil, de 50 mg Tramadol die ik eroverheen kreeg inclusief de 2 paracetamols deden me niets. De pijn bleef onveranderd en heftig aanwezig. Huilen, huilen, ik was radeloos van de pijn. De dankbaarheid was groot toen de huisarts me een flinke dosis morfine toediende. Dat ik daarvan tich keer flauwviel was een zegen. We hebben gelukkig echt een goede huisarts. De volgende ochtend kwam hij onaangekondigd langs om te checken hoe het met me ging en om te vertellen dat hij de neuroloog had gebeld… top huisarts Terng!!

Anyway, een spoedafspraak met de neuroloog was nodig. Mogelijk deed hernia nr 3 zich voor. Deze SPOEDafspraak was welgeteld ruim een week later. Ik wist dat er een MRI nodig was om te kunnen bepalen of ik wel of niet een hernia had – maarja, de neuroloog van het Haga ziekenhuis moest bepalen of ik die krijg. Dus na een week werd ik, zoals verwacht, doorverwezen om een afspraak te maken bij de röntgenpolie. Pas na een pijnlijk onderzoek waarbij hij mijn knie zowat uit de kom trok en meneer me pas na het opnemen van de telefoon vertelde dat ik me weer kon aankleden: “Tja, het zou weer een hernia kunnen zijn.”  Tss Hup, van de Bruijn mocht ik 3 verdiepingen naar beneden strompelen om daar de eerstvolgende mogelijkheid voor de scan te plannen. 2 weken later.  Vervolgens mocht ik weer helemaal naar boven waggelen, om daar een afspraak te plannen om de uitslag van de MRI te bespreken. Wat een heen en weer geloop – en lopen deed me zoveel zeer… onderling ff bellen kunnen ze niet.  17 november kon ik pas terecht. Nou, daar was ondergetekende het niet mee eens en na heftig heen en weer gesteggel kon het dan ook op 20 oktober, 4 dagen na de MRI.

De week erna kreeg ik een brief thuis dat de afspraak van 20 oktober verzet werd naar 31 oktober. Wederom bellen, maar eerder was absoluut niet aan de orde. Dus belde ik met Ohra, onze zorgverzekering, en vroeg hoe het zat met wachttijdbemiddeling. Nou, dat bestaat dus niet. Wachttijdbemiddeling houdt in dat de verzekering je vóor een traject kan aangeven bij welk ziekenhuis de wachttijden het kortst zijn. Van bemiddelen is geen sprake. Bedankt Ohra, van je zorgverzekering moet je het hebben. Switchen van ziekenhuis mocht ik ook niet meer, ik zat nl. middenin het traject. Natuurlijk mocht ik wel switchen, maar dan betaalde ik de behandeling zelf. Hufters.   Huilend van de pijn en frustratie belde ik weer naar Haga. En blijkbaar, als je tranen laat lopen is ineens meer mogelijk. “Met wie belde u vanmorgen mevrouw? 21 oktober heb ik nog een plekje voor u.”

 

Afgelopen dinsdag mocht ik dus strompelend van de pijn richting de neuroloog, uiteraard weer een andere dan de vorige keer. “Geen hernia, wel een ontsteking van de tussenwervelschijf. En die duwt het littekenweefsel van de vorige operatie tegen de zenuw. ” Het enige wat hier tegen te doen was, was rust.  Zucht. Tranen. Hoelang en hoeveel rust? Ik kon die morgen niet eens douchen van de pijn, manlief had me moeten aankleden en de trap af moeten tillen …  Tja, “Ik zie dat u toch nog veel pijn heeft.” DUH!! Mogelijk zouden bepaalde prednison injecties kunnen helpen tegen de ontsteking en de bijhorende pijn. Dus daar maar weer een verwijzing voor, hup richting de pijnpolie.

Strompel ik dat hele ziekenhuis door richting de pijnpolie. “Sorry, die zijn er niet, ze zijn er vrijdag pas weer.” “Maar het is dinsdag…” “Vrijdag kunt u bellen en dan maken ze voor u een afspraak met de anesthesist en die regelt dan een afspraak voor de injecties. Kan al met al wel 8 weken duren.” Huilen van frustratie. De dame had medelijden en stuurde me richting de anesthesie. Daar aangekomen bleek niets mogelijk. Wel kreeg ik een nummer mee om een ander ziekenhuis te bellen.

 

Al met al: manlief heeft tich ziekenhuizen rondgebeld. Hij heeft vandaag de MRI-foto’s op cdrom opgehaald en we wachten nog steeds op de verwijsbrief van de neuroloog. Ook dat kost hun blijkbaar zoveel moeite dat het dagen duurt voor je die ontvangt … Dank u wel Koppen en de Bruijn! Pas wanneer we die brief hebben kunnen we ergens afspreken … met een minimale wachttijd van 6 weken voor een eerste gesprek om dan weer x aantal tijd te wachten op de eigenlijke injecties …

Van de dag dat de huisarts bij mijn bed stond tot de eigenlijke behandeling duurt dus ruim 12 weken, als het niet langer is … En als ik niet zo mondig was, was het waarschijnlijk ruimschoots een viertal maanden geweest … En dat voor een behandeling die 15 minuten duurt. Belachelijk.

 

Ondertussen slik ik een vermogen aan pijnstillers weg, en omdat ik hoofpijn krijg van zoveel Tramadol en Lyrica, nog maar extra Ibuprofen, en omdat mijn stoelgang ervan naar de knoppen gaat ook nog maar met regelmaat een Dulcolax … voor de zekerheid toch ook maar een maagbeschermer erbij. … En ik zal maar zwijgen over de hoeveelheid honger die ik ervan krijg en over de kilo’s die ik straks weer kwijt moet zien te raken.

 

Ik zit ook nog met de vraag hoe het na het herstel met die bagger kapotte tussenwervelschijf moet. De afgelopen 12 jaar heb ik ongeveer 10x een reeks sessies bij de fysio gehad omdat de pijn weer behoorlijk opspeelde. Kan er niet beter een nieuwe wervel geplaatst worden? Wie moet ik daarover spreken?? Heeft een second opinion nut? En zal ik manlief nog meer belasten door ook dat traject te bewandelen? Hij heeft het nu al zoveel meer druk doordat ik geen flikker meer kan. …

Dus mag ik ff klagen? Ik zit hele dagen binnen en ben de pijn en het stilliggen behoorlijk zat. Ik loop figuurlijk tegen de muren op. En zo wordt het toch een klaagmuur ipv klaaguur.

Goed te weten wat niet werkt tegen pesten

Vrouwke blogt

Schermafbeelding 2014-10-14 om 23.26.44Op de basisschool werd ik gepest door twee meiden. Mijn moeder wist dit, maar het was geloof ik niet echt een zorg voor haar. Het waren andere tijden zullen we maar zeggen. Voor mij was het echter wel een zorg. Op een gegeven moment had mijn moeder genoeg van mijn geklaag over het pesten en vertelde ze me dat ik dan maar gewoon een harde klap moest uitdelen. Toen ik werd opgewacht greep ik mijn kans. Een keiharde buiktrap betekende het einde van de pesterijen. Waarschijnlijk koos het duo een nieuw slachtoffer, maar dat was buiten mijn zicht. De middelbare school kwam geen dag te vroeg. Onze wegen scheidden.

Misschien was het wel vanwege het feit dat mijn moeder zich niet met het pesten bemoeide, dat ik bezwoer er bij mijn kinderen bovenop te zitten en goed beslagen ten ijs te komen, in het geval dit nodig mocht zijn. ‘De school…

View original post 786 more words

Gezondheid op de tweede plaats

imageVoor me ligt ‘vrouw’, het weekendblad van de Telegraaf. Een foto van een kale vrouw prijkt op de voorkant. Termen als ‘Borstkanjers’ en ‘Kaal en krachtig’ omlijsten het gelaat. Een magazine vol artikels van vrouwen die kanker hadden of hebben: over artsen die zeiden dat er vast niets was om je zorgen over te maken en over vrouwen die de uitnodiging voor deelname aan het bevolkingsonderzoek negeerden.

Nog maar een paar jaar geleden lag bij mij in de bus ook zo een uitnodiging. Maar ook ik negeerde dat stukje papier. Tot drie keer toe belde de doktersassistente me wanneer ik dan wél kon komen. Uiteindelijk, met het lood in m’n schoenen ging ik dan toch, om me later die middag af te vragen waarom ik vooraf zo had tegengestribbeld.

 

Alweer dik 2 jaar geleden bemerkte ik een knobbeltje in m’n rechterborst. Geen tijd en vooral geen zin om er drukte om te maken stopte ik als een struisvogel m’n kop in het zand. Na een paar maanden had ik echter het idee dat het knobbeltje groter werd. Dus toch maar naar de huisarts en die vond er weinig ‘kleins’ aan. Aan het knobbeltje bedoel ik, hé! 🙂  Hyperdepiep, ik mocht de volgende dag al naar de mammopolie. “Het is standaard hoor, zo een mammografie en echo.” Maar er mocht gelijk een bioptie achteraan. “Niks om me druk over te maken.”

Gelukkig, het bleek uiteindelijk inderdaad niets ernstig te zijn. Maar schrikken doe je wel en vanaf het eerste doktersbezoek tot de finale uitslag hangt het zwaard van Damocles boven je hoofd te bungelen.

“Pff, het lijkt alsof je voor de dood bent weggehaald.” zei manlief na het hele drama. En op dat moment besefte ik dat ik niet alleen had gestaan in mijn zorgen. Hij was er altijd bij geweest, letterlijk en figuurlijk.

 

Ook nu ik met mijn rug sukkel, staat hij voor me klaar. Ok, dit is niet zo levensbedreigend, maar pijn doet het wel. En al valt dat nu wel weer mee (ahum)… vorige week liepen de tranen gestaag over m’n wangen en zette de paniek in alle hevigheid op. Ik kon geen kant op. Mezelf op mijn zij draaien was niet eens mogelijk. Beide waren we dankbaar dat de huisarts morfine bij zich had. Simpele dingen als opstaan uit bed en naar wc gaan bleken ineens een hele onderneming. Nog steeds kost het me moeite mijn eigen sokken aan te trekken.

 

Wanneer je het hebt neem je het zowat voor vanzelfsprekend. Wanneer je het mist ervaar je haar waarde des te meer. Gezondheid is een groot goed: iets wat we allemaal moeten koesteren. Maar nog meer dan die gezondheid, koester ik de kerel die nu naast me op de bank naar het sportkanaal zit te kijken. Languit onderuit gezakt, in zijn zondag-middagkloffie. In alles staat ie maar mooi naast me, klaar om me bij te staan. Klaar om mijn geluk, maar zeker ook mijn zorgen en pijn te delen. Wat is er mooier dan dat?

Eerst je partner, dan de kinderen …

gezinIk reblogde vanmorgen een post van een Amerikaanse blogger die het lef heeft om de overdreven zorg voor kinderen aan de kaak te stellen. Volgens hem gaan sommige ouders veel te ver in het verafgoden van hun pupillen. Het mag de kroost vooral nergens aan ontbreken, ze doen ‘alles voor de kids’ en daarmee verwaarlozen ze een belangrijk onderdeel van hun opvoeding: hun kind leren dat ze een heel voldaan gevoel krijgt wanneer ze zelf ergens voor gewerkt of gevochten hebt of ze leren omgaan met teleurstellingen. Ik deel zijn mening. Hoezeer ik ook onderschrijf dat je van je kinderen moet houden en je verantwoordelijkheid als ouder moet dragen… je kan hier stevig in overdrijven.

 

Nog vaker dan deze extreme vorm van je kids centraal stellen zie ik dat ouders zichzelf als stel verwaarlozen. “Hij slaapt alleen maar bij ons in bed” , “Nee, ik doe ze niet zomaar naar de oppas.” ,”Het is veel te leuk om de kinderen erbij te hebben”, “De tijd voor elkaar komt wel weer als ze de deur uit zijn.” “Nee, we kunnen het geld nu beter voor de kids gebruiken.” En zo zijn er excuses te over om niet of te weinig in elkaar te investeren. En dat terwijl je als ouder moet voordoen hoe je je eigen relatie onderhoudt en prioriteit geeft. Ouders hebben hierin een voorbeeldfunctie! En nee dat hoeft niet ten koste van je kids te gaan. Sterker nog: doe je het niet, dán gaat het ten koste van je kinderen! Want hoe wil je je kinderen leren hoe ze (later in het leven, uiteraard liefst zo laat mogelijk) een duurzame relatie kunnen opbouwen én onderhouden wanneer je daar zelf jammerlijk in faalt?

 

Ik zie ze zoveel… de ouders die elkaar uit het oog verliezen. Die ‘omwille van de kinderen’ niet meer investeren in zichzelf als koppel. Jonge mensen die het niet eens meer leuk vinden om met z’n twee uit te gaan, omdat ze niet meer weten wat ze tegen elkaar zouden moeten zeggen of omdat ze zich op zo een avond meer zorgen maken om de kinderen dan om zichzelf. En laten we de excuses van oppas en geld even laten voor wat het is: excuses. Want oppas kunnen / willen regelen is meestal een kwestie van prioriteiten stellen en samen iets ondernemen hoeft echt geen geld te kosten.

 

Hoe graag ik ook mét mijn kinderen op vakantie ga, hoezeer ik er ook van geniet om als gezin e.e.a. te ondernemen: even alleen met manlief op pad is iets waar ik behoorlijk veel waarde aan hecht. Al stel ik het lege-nest graag zo lang mogelijk uit: ik kijk stiekem ook al uit naar de dag dat man en ik met z’n twee genieten van lange avondjes voor de open haard, met z’n twee op reis, met z’n twee kokkerellen, met z’n twee …

 

Wat velen vergeten is dat je behalve de mooie dingen ook de vervelende dingen met elkaar moet delen. En delen is heel wat anders dan VERdelen. Natuurlijk ‘verdelen’ wij hier in huis ook de klusjes: ik hoef me totaal geen drukte te maken over de was en kan mijn vuile kleding heerlijk dumpen in de hoek bij de trap, wetende dat manlief het voor me opraapt, wast, uithangt en opgevouwen weer op mijn kant van het bed legt. Hij hoeft zich daarentegen nooit druk te maken over het soppen van de wc of het dweilen van de vloer en het avondeten komt meestal van mijn hand. Maar daar heb ik het niet over. Hoe je als koppel samen omgaat met de minder leuke kanten van het leven zegt alles over de houdbaarheid van je relatie.  Zo peinst manlief er niet over me alleen naar het ziekenhuis te laten gaan voor één of ander vervelend onderzoek.  Ik accepteer zijn teruggetrokken stilzwijgen voor zolang het goed is voor hem en daag hem daarna uit door samen in actie te schieten.  Wanneer moeilijke gesprekken met derden zich aandienen gaan we deze – waar mogelijk- samen aan, of we bereiden ze in ieder geval samen voor.  Waar moeiten ons overkomt nemen we de tijd om er samen even op uit te trekken, samen uit te waaien in het bos of samen een kopje koffie bij een strandtent te drinken…

Het gevolg van dit SAMENleven is dat je elkaar steeds meer begrijpt, steeds meer emotioneel op elkaar ingespeeld raakt en, niet onbelangrijk, anderen geen kans geeft inbreuk te plegen op je relatie.

 

Nu pretendeer ik niet dat wij het perfecte koppel zijn, dat ons nooit wat kan gebeuren. Natuurlijk zijn wij het ook wel eens grondig met elkaar oneens en spat dat er bij tijd en wijle vanaf. Zonder downs geen ups. Maar dat we elkaar na zo een down-fase weer ‘vinden’ heeft alles te maken met de investering die we op andere momenten hebben gedaan.

 

Juist wanneer je kinderen hebt moet je de momenten van investeren vermenigvuldigen. Altijd eerst voor elkaar kiezen (en pas daarna de kids) en in elkaar investeren zorgt ervoor dat je een stabiele basis legt waarop je als gezin kan bouwen. Zonder die basis is de rest slechts een kaartenhuis wat elk moment in elkaar kan storten.  “Alles voor de kids” begint dus met samen-leven in plaats van naast elkaar leven, in mét elkaar praten ipv tegen elkaar, in elkaars leven delen ipv taken verdelen.  Dus: wanneer je je kinderen écht wilt verwennen, verwen dan eerst je partner.

 

 

bron foto: vriendinnenonline heeft mbt dit onderwerp ook een lezenswaardige column: Het mooiste kado voor je kind.

Israël – Vloeken in de kerk

israelzondagIsraël. Het zal wel vloeken in de kerk zijn, maar ik heb niet zoveel met dit land. En dan is het vandaag in kerkelijk Nederland Israël-zondag. Voor mij niets meer dan een overdreven dosis halleluja-amen-handjes-in-de-lucht-gedoe wat gerust achterwege gelaten kan worden.

Vanwaar mijn aversie? Hoe komt het dat ik bij de minste geringste ophemelarij van dit volk het gevoel krijg alsof ik het eeuwig achtergestelde kind ben? Alsof ik het kleine meisje ben wat altijd moet toezien op hoe overdreven broerlief in de watten gelegd wordt. Hoe schandalig het broertje zich ook gedraagt: ooms en tantes, verre familie en vrienden hemelen dat rotjoch continue en overdreven op als hét oogappeltje van papa en mama. Hij is dé erfgenaam, alle potentie zit in hem en elk ander kind staat in zijn schaduw. Het vergeten en genegeerde zusje moet maar begrijpen dat zelfs op haar verjaardag hij het is die een kadootje krijgt.

 

Newsflash

Israël als volk heeft zich schandelijk gedragen. Meerdere keren. God liet Jozefs familie niet voor niets eeuwen lang tot slaaf verworden in Egypte… Toen Hij eindelijk over zijn hart streek en ze op spectaculaire wijze redde was het volk zó dankbaar dat ze binnen drie dagen – 3 dagen!- weer steen en been klaagden, zich als een klein verwend joch gedroegen en schreeuwden tegen Mozes dat ze in Egypte nog beter af waren dan bij God.

God de Vader toonde mateloos veel geduld ondanks herhaaldelijk, oneindig gemier en gezeur. Keer op keer krijgt het volk het weer voor elkaar. Ze misdragen zich maar krijgen toch wat ze nodig hebben.

En dan is het zover… Eindelijk krijgt het joch (het volk) het grootst mogelijke kado. God komt zijn belofte aan Abraham na en leidt ze naar hun beloofde land. Een land, in het midden van ruig, heet en dor woestijngebied, wat zo intens vruchtbaar is dat er heuvels glooien vol rijp en sappig gras. Schapen, geiten en koeien kunnen er naar hartenlust grazen waardoor ze overdadig veel melk geven. Bloemen in allerlei maten, kleuren en geuren sieren de omgeving en dienen als voeding voor de talrijke bijen die het volk voorzien in honing. Het kleine verwende nest krijgt zijn kado: een land wat overvloeit van melk en honing!

En wat gebeurt er? Het kind zeurt over de verpakking! God heeft het niet leuk genoeg ingepakt. (OMG denk je dan toch??) Bekijk het zo: je koopt zo een groot duur modern apparaat. Dat apparaat zit dan in het piepschuim, omgeven met van die piepschuim bolletjes in een joekel van een doos wat onmogelijk met cadeaupapier in te pakken valt.  Toegegeven, het piepschuim is rotspul, maar wel noodzakelijk om je aankoop veilig te stellen. Anyway, je kocht het van je zuurverdiende spaarcentjes  en geeft het met alle liefde en toewijding aan je jarige partner. Maar helaas, bij het ontvangen van zijn nieuwe, allergrootste meest dure gadget kijkt hij jou verwijtend aan, barst in tranen uit , laat zich als een klein kind op de grond vallen en begint hysterisch te stampen en in het rond te slaan omdat het piepschuim de woonkamer vies maakt en hij straks dus moet stofzuigen. …  Nou, dat is Israël. Dat is Gods oogappeltje. Dit zogenaamde Godsvolk verheft de klaagzang en het verwende gedrag tot opperste kunst omdat de mensen in het land nog niet zijn vertrokken.  Het vergeet alle liefde en bescherming die het de afgelopen maanden ontvangen heeft, zet het op een beschamend jammerlijk janken. Rotkind.

Eerlijk is eerlijk

De ‘Ja maars’ met termen als ‘geënt zijn op’,  ‘oogappel’ of ‘door God uitverkoren volk’ doen mijn nekharen overeind staan. Ik heb niks met Israël als bedevaartsoord en begrijp er niks van dat sommige christenen zover gaan dat ze liever half Jood dan christen zijn. …  “Over het paard getild kind” denk ik dan.  Als eerste zonen en dochters van de Allerhoogste hebben de Joden zich in beginsel lang zo representatief niet gedragen als dat de bedoeling was.  Dat valt niet te ontkennen. Dat kunnen, en mogen we niet wegpoetsen.

Maar eerlijk is eerlijk. Christenen konden en kunnen er ook wat van: elk kind gedraagt zich wel eens als een verwend en onhebbelijk wezen. Daar zijn het kinderen voor. En christenen gedragen zich met enige regelmaat als ondankbare en onopgevoede koters. Wees gerust: ik ben niet van mening dat over het paard getilde en zondige kinderen niet geliefd moeten zijn. Ze verdienen het niet om opgesloten te worden in welk denkbeeldig kolenhok dan ook. Voor de ouder blijven ze waardevol. Echter: God ziet het ene kind niet liever dan het andere. Eerstgeborene of zelfs bastaard: voor God maakt het niet uit. En als het voor de Vader niet uitmaakt: waar maken de kinderen zich dan druk om?

 

Waardeer het verschil

Als volwassen broers en zussen, met dezelfde Vader, is het niet de bedoeling dat we één keer per jaar óver de ander praten. Volgens Hem verdient élk kind voldoende aandacht en elk kind mag zijn eigen karakter, zijn eigen talenten en zijn eigen toekomst ontvouwen en hoeft daarbij absoluut niet aan broer of zus gelijkvormig te worden, als ze maar lijken op Hem …

 

Israël-zondag: ik heb er dus niks mee. Ik ben dankbaar en blij dat ik mijn broer en (schoon)zus het jaar rond spreek en dat hun acceptatie voor mij zich niet beperkt tot het 1 keer per jaar óver mij praten.

 

Bron foto