Science of happiness

Over een paar weken mag ik mijn 4 havo leerlingen lesgeven over ‘geluk’.

Notabene ik… Ik die overgevoelig ben geweest voor somberheid en depressie. Ik met de burn out van nog maar een paar jaar geleden wat het zwaarste dieptepunt ooit was. Ik die er 35 jaar over heeft gedaan om eindelijk een soort van gelukkig te kunnen zijn met mezelf.

Gelukkig met mezelf – dat maakte echt ‘n verschil! Tussen haakjes, ik heb het nu even over hoe ik ben, inclusief kwaliteiten zowel als valkuilen. Qua uiterlijk ben ik ‘iets’ minder gelukkig 😅. Dus wie mij wil sponsoren voor wat cosmetische ingrepen kan zich direct melden: ik ontvang u hartelijk. Nee, grapje (niet echt maar toch 😅).

Anyway… Ik mag lesgeven over geluk en over dat wat je gelukkig maakt. Een gedegen voorbereiding was en is dus op z’n plaats. Zo kwam ik tijdens wat onderzoek terecht bij een prachtige reeks filmpjes van Science of happiness waarbij op semi-wetenschappelijke wijze uitgezocht en getest wordt wát een mens nou gelukkiger kan maken. En rara 1 van die filmpjes benadrukt het belang van ‘dankbaar zijn’ als geluksverhogend aspect.

Dus wat ga ik mijn stuudjes leren? Het belang van ‘Je zegeningen tellen’! Nou zo zou het in tale Kanaäns weerklinken… Ik verpak het uiteraard iets anders.

Maar denk nou eens zelf: hoe kan je dankbaarheid aanleren? Hoe train je jezelf om je dankbaarder te voelen? Hoe moet dat, je zegeningen tellen? Het klinkt veel simpeler dan dat het in werkelijkheid is…

Wanneer je geluksgevoel je in de steek laat is het helemaal niet zo vanzelfsprekend om een lijstje te maken van alles waar je wél dankbaar voor kan zijn. En zelfs als het je lukt om zo een waslijst aan kleine dingen op te schrijven… Wat dan nog?

Afgelopen weken heb ik menigmaal liggen janken, gillen, kronkelen en kermen van de pijn. Wanneer de pijn daalde tot een min of meer ‘verdraagbaar’ niveau kon ik vaak niets meer dan alleen maar liggen. Soms kon ik niet eens uit bed om naar wc te gaan. De pijn vermorzelde haast elk grammetje geluksgevoel. En toch was daar mijn echtgenoot die me troostte, waste, mij m’n medicatie toediende, het huishouden overnam… Zoon 1 ondersteunde hem en mij waar hij kon. Wanneer manlief weg moest voor z’n werk was het mijn zoon die me uit bed tilde en me naar de badkamer hielp… Zoon 2 kwam regelmatig even bij me op bed zitten, leidde me wat af, maakte me lekkere broodjes, thee of wat anders. Tijdens de pijnaanvallen was het onmogelijk om ‘dankbaar’ te zijn… Ik moest de pijn zien te overleven… Maar wanneer het ook maar kon bleef ik mezelf en hen benadrukken hoeveel mazzel ik met ze had. Ik appte erover, blogde erover, vertelde het aan iedereen die me vroeg hoe het ging. En belangrijk: ik bleef het tot in detail aan mijn 3 heren benoemen. “Dank je dat je me (weer) tilt.” “Dank je dat je de moeite neemt me te wassen.” “Dank je dat je naast al je werk ook zoveel voor mij doet.” Dank je voor …

Dankbaarheid zit hem niet in het maken van een zegeningenlijstje. Dankbaarheid zit hem in het elkaar benoemen wat je waardeerde en waarom, in het vertellen wat het met je doet en deed, in het openlijk erkennen en accepteren dat de ander je aanvult waar jij niet meer kan…

“Tel je zegeningen 1 voor 1.” Klinkt zo wel heel anders hè?

Kijk vooral het filmpje van Science of Happiness wat me inspireerde. Voer eens dezelfde opdracht uit: neem een persoon in gedachte die belangrijk voor je is en schrijf een kantje vol met waarom precies. Benoem karaktereigenschappen waar je van houdt, acties die je waardeerde, wat je ziet aan inzet en moeite voor jou … Beschrijf niet 1 tekortkoming tenzij het er een is waarvan je geniet…Noem voorbeelden en hoe jij je daarbij voelde. Schrijf een heel kantje vol en eventueel meer als dat je lukt.
En dan… Bel die persoon op of meet hem of haar face to face om alles wat je schreef voor te lezen. Uit je dankbaarheid!

Pijn, verdriet en omstandigheden zullen er niet door verdwijnen, maar je geluksgevoel heeft behoorlijk meer kans van overwinnen. Dit was duidelijk te merken aan de proefpersonen in het filmpje.

Maar ik kan het je ook uit recente ervaring zeggen: het is best gek om te huilen van de pijn maar op een rare aparte manier toch gelukkig te kunnen zijn.

Try it!

IMG_5009.PNG

Advertisements

Als een dief in de nacht

Onze samenleving verarmt in hoog tempo. Ik schrik van de hoeveelheid discriminerende en rascistische opmerkingen die te pas en te onpas weerklinken uit zogenaamd zelfbehoud.
Je kan ook haast niks goed meer doen of er wordt gezocht naar het addertje onder het gras. De zoektocht naar persoonlijke vrijheid en eigen recht neemt dramatische proporties aan en verplettert het beetje participatiegedrag wat onze samenleving nog rest. … Het recht wordt steeds vaker in eigen handen genomen, emoties escaleren in dreigende taal en gebalde vuisten.
“Handen af van onze…” is de leuze die met priemende vingers en verwijtende blikken wordt gecommuniceerd.

Kleine zowel als grote momenten die de bedoeling hadden om plezier en samenhorigheid te brengen worden bedolven onder onbezonnen taal, achterdocht en zelfs haat of geweld.

Triest. Waar gaat het met onze maatschappij naar toe? “De maatschappij dat ben jij” was ooit een leuze. Er niets tegen doen, is wat mij betreft hetzelfde als meedoen. Maar hoe je je steentje bijdraagt ten goede of ten kwade kan niemand voor een ander bepalen.

Denk er eens over na… In wat voor maatschappij wil jij leven en hoe kan jij bijdragen aan de verwezelijking ervan?

Jaren geleden wist mijn broer het dramatisch heersende gedrag te vangen in een sinterklaasgedicht. Haat, homofobie, geweld… Alles wist hij erin te vangen.

Het gedicht op zich vond en vind ik behoorlijk grappig … Lees het op z’n Vlaams, lees de humor en tegelijk de tragiek:

Als een dief in de nacht.

‘t is 5 december midden in de nacht,
ik lig in bed, de klok tikt zacht,
‘t is 4 uur, ik maak me kwaad,
ik kan nie slapen, ‘k weet geen raad.

Plots, opeens en onverwacht,
gepiep, gekraak, geluid heel zacht.
Een voetstap, gebonk, een deur uit het slot,
Miljaar deju, iemand in mijn kot!

Een rover, bandiet, misschien de buren,
ik sluip, ik waak en zit te gluren.
Een donkere schim, een bruin gelaat,
Miljaar deju het is een Kroaat!

Ik vlieg erop en molesteer,
ik sla, ik schop en hij gaat neer.
Langs mij staat nog een illegaal,
‘k bewerk zijn smoel met nog meer kabaal.

Hij gaat neer en ik trap hem na,
hij brult en tiert en schreeuwt “Mamaaa”.

En dan staat daar een ouwe vent,
Bejaard, seniel en incontinent.
Hij zwaait en zwiert met ‘n wandelstok,
‘t is een janet: hij draagt een rok!

Ik denk, ik peins, wie is die vent?
Die baard, die jurk, ik heb hem gekend…
Miljaar de dieu, ik ken die dwaas,
‘t is nondedoeme de Sinterklaas !

IMG_4972.JPG