Exponential 

  Je kan deze conferentie ook via webcast in NL volgen… Maar er zelf bij zijn is toch heel anders: je kan thuis genieten van een cdtje maar niets weegt op tegen de ambiance en sfeer van een real life concert.  

Vanmorgen om 8:30 werden we door een team van medewerkers opgewacht: een big smile en een ‘welcome’  van ieder en bij de deur een enthousiaste high five. Heerlijk! Met knallende muziek werd de dag ingeluid. 

Voordeel van alles in real life is niet alleen de sfeer met alle indrukken vandien: je proeft veel meer van de taal en het cultuurverschil inclusief de nuances en achterliggende bedoelingen. In de pauzes tref je de meest uiteenlopende types en kom je in gesprek met mensen van over de hele wereld. ❤️️ 

1 vd workshops werd afgesloten met de opdracht elkaar een gebedspunt te delen en voor elkaar te bidden. Dat kwam te dichtbij voordeze Nederlandse (jaja! Maar wees gerust heb een dubbele nationaliteit dus heb mijn Vlaamse kant niet afgezworen 😜). Dus draai ik me tactvol richting manlief met het voorstel ertussenuit te glippen. Maar voor ik het wist stond er al een dame uit Arizona die met uitgestrekte handen huilend een gebed over ons uitsprak. Dat raakte toch ff. 

Eind vd middag waren we het luisteren wel een beetje zat en smeerden we ‘m richting de kids die al heerlijk in de kajaks op zoek waren naar rondzwemmende alligators. En dat is nog zo een voordeel van conferentie op locatie: geen gedoe met de kids die thuis zitten te klieren. Nope: ze genieten vd zon, het zwembad en de natuur terwijl pa en moe aan het ‘werk’ zijn. En dat we hier ah eind vd middag nog stevig genieten van de zon (en voor de 3de dag op rij pizza) is het zoveelste argument voor deze trip 😉 (Schrijf ik terwijl hier de avond invalt, de krekels tsjirpen, de rivier rustig kabbelt, de wind tussen de palmbomen ruist en we als gezin heerlijk buiten op het terras zitten de genieten vd lome warmte.) 

Anyway… Nog ff een golden margaritha en ik maak me op voor de nachtrust. Morgen alweer de laatste conferentiedag.   

   

(BTW: wie denkt dat ons huis een easy prooi is nu we er niet zijn: mispoes! Behalve een waakhond van een lieve buurvrouw wordt ons huis ook bewoond en bezocht door een stel andere waakhonden + blogs zijn vaak later gepost dan geschreven.) 

Advertisements

Dierbare plofkip: ik doop u Multatuli

plofkip_bannertestOf je als christen gelooft in schepping of evolutie maakt me niet uit. Of God de beestenwereld maakte door een knip van zijn vingers of door eeuwenlange ontwikkelingen … zal me een worst wezen. Ik geloof dat Hij er is. Ik geloof dat alles wat bestaat, nog voor het bestond, ontstond in Zijn gedachten.  En of door macro- en of micro evolutie er ten tijde van Adam meer of minder dieren waren dan nu … Who cares? Het waren er sowieso veel.

En al die wezens moest een naam gegeven worden. Alle zoogdieren, of ze nu op twee poten liepen of op vier of zwommen in de oceaan, alle vissen, groot en klein, alle reptielen, al dan niet giftig, alle amfibieën  en alle fladderende, zoemende en prikkende insecten….  Wat een werk. Wat zal Adam gedacht hebben bij deze opdracht? “Lekker hoor, U maakt mij om deze klus te klaren? Morgen moet de namenlijst zeker op Uw bureau liggen?”. Of vond Adam het meer een eer en voorrecht? Alsof hij een soort van aanstaande vader was en mocht bedenken hoe het welkome wezentje wat straks bij hem was genoemd mocht worden?

In vele culturen, en zeker in de bijbels tijd was een naam niet iets statisch zoals wij dat kennen. Namen kunnen dynamisch zijn. Net als je identiteit die zich ontwikkelt door tijd en omstandigheden , is dan ook je naam aan verandering onderhevig. Neem bijvoorbeeld de indianen: daar kon je in de loop van je leven oneindig veel nieuwe namen krijgen en wanneer je overgegaan was naar het hiernamaals werd je naam niet meer uitgesproken omdat het geestelijk wezen wie je was geworden niet gebonden mocht blijven aan zoiets aards en veranderlijk als je naam.

De tweelingbroer van Esau wilde blijkbaar als eerste geboren worden maar het harige kind (Esau betekent harig) kwam als eerste ter wereld maar niet zonder dat het broertje z’n hiel greep. En dus werd de tweede kleine Jakob ‘(hij die de hiel greep’) genoemd. Esau bleef zijn leven lang harig en deed blijkbaar weinig noemenswaardig om van naam te veranderen maar wanneer Jakob op een haar na een gevecht met een engel verliest krijgt hij de naam Israël  ‘Vechter met God’.

Wanneer Ruth en Boaz hun zoon krijgen, geven ze als kersverse ouders niet zelf de naam maar wordt de naam van het kind door wijze oudere dames bedacht en gegeven. Een naam was iets bijzonders. Een naam weerspiegelde een stukje van je van God ontvangen identiteit.  Je naam maakte je uniek, erkende wie en hoe je was … een naam maakte dat je je gezien en gekend voelde. Een naam maakt dat jij, te midden van een massa, geroepen kan worden. Je naam verbindt je met je naamgever.

 

God geeft Adam dus de opdracht om alle dieren een naam te geven. Maar waarom deelde God zelf niet alle namen uit?  God had al alle wezens tot in hun DNA bedacht en ontworpen. Hij kende ze al. Hij had Zijn stempel al gedrukt.  Maar de mens zou de opdracht krijgen voor de aarde te zorgen, om verantwoordelijkheid voor elk wezen te dragen.   Dus moest elk dier door die mens gezien en erkend zijn.  Adam (betekent ‘mens’)  moest elk dier naar waarde leren schatten. En met het geven van de namen verbond hij de dieren met de mens.

 

Hoe verantwoordelijk gedragen wij ons tegenwoordig ten opzichte van de dierenwereld? Welke waarde geven we het vlees wat op ons bord ligt?  Misschien moet ik de plofkip in de koelkast maar Multatuli
(betekent: ik heb veel geleden) noemen en me eens bezinnen op het feit waarom ik nog geen vegetariër ben …

Martelgrafie – van hel naar hemel

 

 Met 20 mg oxacepam achter de kiezen en gehuld in het lichtblauwe designerpakje van MCH lig ik relatief relaxed in het ziekenhuisbed wat door een zwijgzame broeder door de gangen gehobbeld wordt. Ik ben onderweg naar de afdeling radiologie voor een discografie. Ik heb het koud. Het is een flinterdun dekentje wat mijn zomers geëpileerde benen bedekt. Maar hé, ze zijn glad! En relatief bruin dankzij een stel lampen dus ik hoef me wat dat betreft niet te schamen als ik zo half naakt op een tafel lig. 

“Tot straks” zegt de kerel en hij verlaat me voor de volgende patiënt. Daar lig ik dan. Ik kijk naar de lege rij stoelen rechts van mij en naar de kale muur aan links. Af en toe sloft een verpleger langs en een paar patiënten lopen in en uit de deur waarboven radiologie staat. 

Eindelijk komt een knappe jonge gozer me halen en rijdt me tot naast de CTscan. Voorbereidend praatje, vriendelijke stem, geduldig krijg ik alles nogmaals uitgelegd en de dokter wordt er nog even bijgehaald voor wat vragen van mijn kant. Maar intussen besluiten mijn zenuwen koppig om de oxacepam te negeren en stromen ze met malende gedachten ongegeneerd door mn bloedbaan. Het gaat pijn doen. Dat weet ik, heeft de arts duidelijk genoeg gezegd. En niet zo een beetje pijn ook, verdoven kan niet. 

Hel! Brandende pijn. Een messteek. En weer die vlammen. Ze zouden toch in mn ruggewervel prikken?  En niet met een mes? M’n hoofd in het kussen, m’n handen in mn haar. Letterlijk zowel als figuurlijk. Zoute tranen vermengen zich met m’n mascara en mn tanden bijten zich dwars door het papier vast in de stof eronder. 

Het antwoord komt zonder woorden: ik voel hoe de niet zo dunne naald zich door mijn vlees een weg baant richting de hoogbejaarde discuswervel L5S1.  Nog meer waterlanders.  De naald trekt zich even terug, een stikkend gevoel tot ik besef dat ik m’n adem inhield. Lucht. 

De plank waarop ik lig schuift dieper de scan in om vrij vlot weer terug te keren. Ik hoor stemmen maar ook weer niet. De naald beweegt weer. En nog een keer. En weer een keer. Gezucht en gesnik; ik weet niet van wie welk geluid komt. Een paar handen planten zich tussen de wervels en daar waar de naald mijn lijf binnendringt en proberen de naald te sturen, dwars door huid- en vetlaag heen.  Pijn!

Gewroet, gerommel, intense druk, brandende steken, het gaat eindeloos door. Ik voel me een kind wat onbehoorlijk gestraft wordt en ergens vaag in mijn achterhoofd hoor ik het kleine meisje in mij vragen waarom ik het toesta.  Ze jammert maar haar verdriet wordt overstemd door het gezoem van de CT-scan en de stemmen achter mij. 

Waar ben ik? Wie staat er achter mij? Ik hoor dat ze wat tegen me zeggen maar versta ze niet. Ze zijn te ver weg. Verdoving? Nog een keer? Die mocht ik toch niet? Maar de pijn is allesoverheersend, ik laat ze doen. Gehoorzaam blijf ik zo stil mogelijk liggen maar wanneer ik in mij het brandende staal tegen mn botten voel schrapen trappelen m’n benen als van een klein onmachtig kind.  Het besef dat de echte pijn nog moet komen doet mij me diep in mezelf begraven. Maar ik moet het doorstaan. Ik knijp mn ogen dicht, bijt me vast in het kussen en trek aan m’n haar. 

Elke vorm van tijdsbesef verloren geven ze het martelen ineens op. Met teleurgestelde blik vertelt de beul zacht dat het ze niet lukt. M’n wervels staan te dicht op elkaar, er kan geen naald meer tussen.  Op het moment dat ik wat tissues en water aangereikt krijg besef ik dat ik schaamteloos aan het huilen ben.  

Het is mislukt. Ik mag even bijkomen en word vervolgens de hel weer uitgerold. “U wordt zo weer opgehaald.”  

Ik wil Jurgen. Hij is maar 8 verdiepingen van mij verwijderd maar de afstand voelt hartverscheurend eenzaam. In een vlaag bedenk ik dat ik hem kan bellen maar ik lig hier, in een een kanten boxer en een lik-me-vessie designerjurk met rode ogen en mascaravegen all over the face. 

 

Ik probeer m’n tranen te bedwingen. Dit was de enige manier om te ontdekken of een operatie kon. Het was een laatste strohalm. Moet ik dan maar leren leven met alle beperkingen en pijn? Ik ben 37 en wil nog zoveel kunnen… Ik wil dat Jur me komt troosten. Maar moet wachten op de broeder die me weer naar boven zal brengen. Intussen borrel ik over van zelfmedelijden en een gevoel van intense verlatenheid.

Maar dan is daar een dame van ergens in de zeventig. Witte broek, blauw jasje, sprankelende lach en lieve meelevende ogen. “Ik zie dat het je niet gaat, slecht nieuws gehad? Huilen mag hoor.” En ik huil. Ik huil terwijl zij mijn hand liefdevol streelt en  me zacht troostend toespreekt tot ik eindelijk bedaar. 

“Hoe heet u?” “Carla, Carla van der Zwan.”  

Al zou ik haar naam niet onthouden, ik zal nooit vergeten dat een engel me kwam troosten.  

Ik zat in de hel maar God gaf me een stukje hemel. 

Academisch verantwoord wachten …

Soms word je gewoon moe van over hoeveel schijven alles moet gaan. … via de huisarts naar neuroloog 1, naar MRI, naar neuroloog 2, naar pijnpolie die op zich laat wachten, dus dan maar van huisarts naar anesthesist, nog een keer anesthesist en nog een keer en dan toch maar door naar de orthopeed om van daaruit, via het wervelkolomcentrum naar de neurochirurg te gaan om toch nóg een laatste ‘onderzoekje’ te moeten doen voor ik, uiteraard pas na weer een vervolgafspraak, weet of en wat ze aan mijn versleten ruggenwervels kunnen doen. …  7 maanden van wachtlijsten en doorverwijzen en weer wachtlijsten. Het lijkt wel of je niet serieus genomen wordt …

In het onderwijs is het niet beter. Al maanden geef ik aan dat leerling x niet in zijn vel zit, geen aansluiting toont, emotioneel toch echt wel achter loopt op de rest … via de mentor, via de zorgcoördinator naar een extern begeleider die op zijn beurt nooit contact zoekt met de docenten op de werkvloer … Ik heb de puber al een keer bijna zien ontploffen, diverse malen schaamteloos huilend in mijn les gehad. Ik heb al gemeld dat ik, de leek, hem echt het type vind wat een keer doordraait en grensoverschrijdende agressie zou kunnen vertonen. De leerling zelf is daar ook wel bang voor…  Vandaag het nog een keer hardop gemeld “Wanneer de media hier aan de deur staan omdat er een steekpartij is geweest, sta ik niet verbaasd te kijken.” Had ik duidelijker moeten zijn? Maanden van wachtlijsten en doorverwijzen en weer wachtlijsten.  Het lijkt wel of je niet serieus genomen wordt als docent  …

Is het een trend? In dat geval: beste familie, voor uw volgende verjaardag graag maanden vooraf in drievoud melden wanneer je je verjaardag hoopt te vieren, na maanden van academisch verantwoord wachten zal ik dan laten weten hoelang de wachtlijst betreft en wanneer het me wel past. Het lijkt misschien of ik je niet serieus neem… maar dat is maar schijn hoor.

Waarom Pasen wel om eitjes draait …

eggcellent“Hoe diep kan je zinken?” Vandaag hadden een stel leerlingen het over de Roelvinkjes. Het kijken naar dat programma alleen al is onder een aantal van mijn pubers not done. Begrijpelijk. Héél begrijpelijk. No offense voor de knul hoor. Ik begrijp heel goed dat real life tv verre van real life is en dat het hele georkestreerde drama hem totaal geen recht hoeft te doen … Maar dan zap ik vanaaf richting The Passion en zie ik minister Roelvink als Barrabas. Of ik het uiterst toepasselijk of eerder misselijkmakend moet vinden weet ik niet.  Iig zap ik nog geen paar minuten later verder.

Social media explodeert van de  ‘Passion’berichtjes. Voornamelijk, herstel , alleen van christenen??  Eigenlijk vind ik dat er al genoeg gezeik is over wat allemaal niet christelijk genoeg is en vind ik het initiatief om dit te organiseren uiterst lovenswaardig. Wie zijn kop boven het maaiveld durft uit te steken kan ‘wat’ commentaar verwachten. (En wat dat betreft hebben nogal wat christenen de gave van kritiek.) Dus van mij hoor je niets negatief over The Passion.  Wat niet wil zeggen dat het me aanspreekt overigens. Hoeft ook niet. Ik behoor niet tot de doelgroep … hoop ik … denk ik.

“Gelooft u in God” “Ja” “En in geesten” “Ja” “Oh, ok…” Na het Roelvinkgesprek schakelen m’n stuudjes ineens over op een ander gespreksonderwerp. Ze snappen dat ik in geesten geloof, want het bestaan daarvan vinden ze aangetoond. Het bestaan in God echter niet. “Heeft u het idee dat uw gebeden ook echt verhoord worden?” Instant denk ik aan onze laatste vakantie en de laatste 4 plaatsen in het vliegtuig die we wonder boven wonder wisten te bemachtigen maar voor ik kan antwoorden schakelt mijn brein door naar andere gebeden waarbij ik het idee had in het luchtledige te brabbelen.  “Bidden doe je niet alleen om iets te krijgen – soms kan je met God ook gewoon e.e.a. op een rijtje zetten.” “Oh,ja.” Aan de reactie te zien was het een logisch antwoord.

The Passion heeft mij niet als doelgroep. Ik geloof al. Ik hoef niet ‘geraakt ‘ te worden om een ‘paasgevoel’ te doen ontwaken. Ik hoef het ook niet massaal op social media te delen met een juffenvingertje in de lucht wat duidelijk maakt dat Pasen om Jezus en de opstanding draait en niet om eitjes en de paashaas. Wie dat niet weet heeft geen boodschap aan die boodschap. En wie dat wel weet ook niet. Of The Passion compleet ‘ongelovigen’ als doelgroep heeft weet ik echter niet zo zeker. Ik vraag me af of ze die er echt mee ‘bereiken’. Dan bedoel ik verder dan een spiritueel getinte mooie voorstelling.  Tja … wie willen ze het liefst bereiken met dit programma? En gaat het wel om bereiken of eerder om bereikbaar zijn?

Vandaag deelde ik eitjes uit aan mijn mentorleerlingen. Voor elke dame en heer had ik een satijnen zakje met iets van 5 chocolade eitjes. Ik had voor ieder een kleine persoonlijke bemoediging op de zelfgemaakte labeltjes gezet. Op de voorkant van het labeltje stond: “You are EGGcellent”. Eén van de knullen keek verbaasd op van het presentje in zijn handen en zei met een zucht “U bent echt lief!” “Dat is 1 van mijn talenten.” knipoogde ik in antwoord.

Kritiek op The Passion komt van alle kanten. Maar in ieder geval lukt het de EO wel om heel wat mensen stil te doen staan bij de boodschap waarvoor Jezus op aarde kwam. Wat mij gebruiken ze dus de complete Roelvinkclan als dat mensen aanspreekt. Wanneer de gezongen nummers en de gekozen acteurs de aankomende weken op tv, radio of in het café de revue passeren zal menig kijker en luisteraar terugdenken aan dit spektakel.  Het gaat dus niet om 1 theaterstuk, 1 avond of 1 bijzonder weekend. Het gaat om dé boodschap die dag in dag uit doorleefd én uitgedragen wordt.  Thuis, op school, op het werk, onder vrienden, collega’s, familie …

 

 Liefde moet het nr. 1 talent zijn van ieder christen! Niet alleen met Pasen. Maar elke dag weer. En als eitjes daarbij helpen …