Ademnood

Ademnood.

Mijn longen lijken te barsten. Wat seconden moet zijn lijkt uren te duren. Mijn lijf slaat om zich heen maar mijn spieren verzuren in hoog tempo waardoor het water mij als een dikke gelmassa lijkt te omhullen. Het wilde gezwaai van mijn armen bereikt alleen de honderden lichtblauwe luchtbelletjes die al wervelend het vrije oppervlak ontmoeten.  Met geen mogelijkheid kan ik een weg naar boven banen. Ik kronkel en draai, omwentel, ploeter en tol. Maar de knoestige handen met worsten van vingers en zwart omrande nagels omklemmen mijn hals, knijpen de aders en luchtpijp dicht, houden me stug onder water. Adem, nood.

Een verzengende druk in mijn borst. Hoe lang kan dit duren? Ik schop en sla in het luchtledige. De ploppende druk in mijn oren heeft inmiddels mijn ogen bereikt die nu uit hun kassen lijken te puilen. Opengesperd doch niets is zichtbaar, behalve die armen en naderende duisternis. Opwellende tranen lijden schipbreuk nog voor ze mijn ooghoek bereiken en de vloeibare stilte smoort het oorverdovende geschreeuw wat oprijst vanuit het diepste van mijn ziel maar enkel  in vage gedachten haar klank vindt. Angst omklemt mijn hart net zo stevig als de monsterlijke handen mijn keel. Met een laatste list probeer ik mijn belager nog te misleiden. Ik laat mijn lijf verslappen alsof alle leven het water insijpelt.  Half zwevend, alsof de dood reeds is ingetreden, drijven mijn handen bij mijn lichaam vandaan terwijl mijn hoofd met een traag knikje naar de bodem draait. Maar mijn agressor blijft mij met gestrekte armen het water in persen.

 Ik geef op. Diepe eenzaamheid en het gevoel van totale verlatenheid lijkt ineens het angstige geklop van mijn hart te domineren.  Ademnood.

Sterven doe je echt alleen.

Wakker worden ook.

#nachtmerries #dromen #biblejournaling #Job Meer tekeningen van mij vind je op Instagram.

Vannacht …

Het is midden in de nacht maar het is kraakhelder; iemand schuifelt in oorverdovende stilte de trap op. Ik probeer het nog voor mezelf te ontkennen – ik ‘hoor’ ‘s nachts wel vaker nooit geklonken geluiden. Dus ik twijfel. Maar dan is het daar weer: het typische protest van een traptrede die gedwongen wordt het trage gewicht van een insluiper te dragen.

Ik por mijn snurkende wederhelft op niet zo delicate wijze. Voor de verandering houdt het piepende gefluit van zijn ademhaling gelijk op, en ook al is het verblindend duister, ik voel hoe hij met gespitste oren gealarmeerd rechtop gaat zitten.

Het zou echter mijn echtgenoot niet zijn wanneer hij onmiddellijk en doelgericht het bed uit zou springen om heldhaftig het gespuis te bestrijden. Dus met groeiende ergernis van mijn kant trekt hij tergend langzaam de lakens aan de kant en een broek aan. Het gekraak heeft inmiddels de overloop bereikt en tot mijn afgrijzen zie ik een zwak licht en een schim in de kier van de opendraaiende deur verschijnen.

Mijn nekharen – voor zover ik ze heb- staan recht overeind, de gezwollen aders in m’n keel bonzen vervaarlijk en de vuist die m’n hart in haar ijzige greep houdt maakt zich klaar voor een infarct. Ik bevries. Met geen mogelijkheid lijk ik me te kunnen bewegen en mijn stembanden weigeren pertinent mijn innerlijke paniek in daadwerkelijk krijsende geluidsgolven om te zetten.

Het zwakke schijnsel van de maan wat zich achter het angstaanjagende silhouet lijkt te bewegen werpt ineens een heel ander licht op de zaak; de trap staat verkeerd om. En in plaats van de halve draai strekken de laatste drie treden zich rechttoe uit.

Ik droom.

En ook al werd ik vannacht voor de verandering een keer niet gewurgd; het griezelig huiveringwekkende gevoel beklijft.

Als een gekwelde zenuwlijder kruip ik tegen het ronkende lijf van manlief. Zijn klamme warmte werkt deze keer echter niet als een sedatief. Ik had beter kunnen opstaan om een kalmeringspil te pakken want terwijl ik de volgende droom inglijd word ik alsnog vermoord.

Nachtmerries. Ik kan het niemand aanbevelen.

Foto van kinderwensbloggers.com