Mevrouw, ik heb u nodig, de nieuwe docent stinkt!

Ik ben docent. En wat een luizenbaantje is dat toch. Al die vakanties. Wat een feest! Nu heb ik uiteraard geen flauw benul wat anderen met hun vakantiedagen doen, maar sta me even toe een kijkje te geven in hoe ik mijn vakantie besteed.

Deze vakantie gaan we helaas niet weg. Je zou zeggen; centjes genoeg, maar behalve dat hubby niet vrij is vallen de centjes wel mee; mijn instaploon was absoluut ok maar ik zit al jaren aan het einde van mijn schaal en aangezien ik geen directeursfunctie ambieer (lesgeven is veel leuker) is er totaal geen perspectief meer op doorgroeien. Financieel gezien dan, uiteraard kan en moet ik steeds meer verantwoordelijkheden nemen, inclusief het meerwerk en met bijhorende stress, maar het salaris blijft hetzelfde.

Ik ben tweedegraads docent maar doe alles wat bij een eerstegrader hoort; ik ben sectieleider, werk merendeel in de bovenbouw (havo / vwo), en als BOSser begeleid ik nieuwe collega’s en stagiaires. Ik blijf mezelf actief bijscholen, zoek continue naar nieuwe werkvormen en ben fervent voorstander van vernieuwend les geven. Daarnaast lever ik met zekere regelmaat mijn vrije dagen in om toch maar weer te helpen met diverse activiteiten en voorbereidingen maar God verbied dat ik het bijhorende salaris krijg.  Laat ik het even duidelijk stellen: ik ben niet armzalig. Ik heb het goed. Ik heb een prachtig huis en een nog prachtiger gezin. En wanneer ik de wekelijkse boodschappen doe hoef ik niet elke cent tig keer om te draaien. Ik ben me heus bewust van het feit dat dit een zegen is en daar ben ik ook oprecht dankbaar voor. Tegelijk: het voelt niet rechtvaardig dat mijn salaris niet meegroeit met de hoeveelheid activiteiten en verantwoordelijkheden waar dat voor anderen wel geldt.

Maar dat terzijde. Ik wou het hebben over mijn vakantie. En ik heb deze keer vet mazzel. Want de leerlingen hebben uitstel gekregen voor het inleveren van hun PO. Normaal gesproken had ik nu zo een 190 werkstukken op mijn keukentafel liggen: elk tussen de 12 en 18 bladzijden, een enkele meer. Zonde van het papier – dat weet ik. Bij voorkeur laat ik het ze inleveren via Magister – maar newsflash: Magister laat het regelmatig afweten. Puntje van ergernis voor zowel leerlingen als docenten, maar dat terzijde. Met deze slordige 3000 bladzijden nakijken ben ik wel even bezig. Geen idee hoe snel een ander leest maar ik ben hier heel wat uurtjes zoet mee. Maar dus niet deze vakantie. Want het uitstel maakt dat ik dit straks mag doen in de verloren momentjes na het lesgeven, voor het vergaderen, na het bespreken en bij voorkeur niet tijdens het surveilleren.  Er volgen dus nog vele lange avonden.

Nee, deze vakantie doe ik dus lekker niets. Nouja, ik ben bezig met het kijken naar hoe ik me volgend jaar kan bijscholen, want als ik de lerarenbeurs wil moet ik dat voor 1 juli aanvragen. Opleidingen, cursussen, congresdagen … ik scroll, lees, wik en weeg; waar hebben mijn leerlingen het meest aan? Trek ik een studie naast mijn baan? Tussendoor kijk ik nog een keer kritisch naar mijn lesvoorbereidingen; ‘Hoe kan ik die ene havo 4 klas meer motiveren? Welke werkvormen zouden hen helpen? Hoe kan ik de lessen zó activeren dat ik het beste in ze naar boven haal?’  Ik bestel nog een stel boeken voor mezelf, als achtergrondinformatie, lees intussen verder in ‘Teach like a champion’, uiteraard doe ik dat even buiten in het zonnetje. Heerlijk zo’n vakantie! Dit is zo relaxed! Aan mijn ene zijde staat de zonnebrand en Heineken 0%, aan de andere kant een notitieblok, pen en stapeltje boeken.

Genietend van het weer en de fluitende vogels denk ik verder na over de leerdoelen van klas 1 en hoe we deze volgend jaar nog beter kunnen vormgeven … en dus denk ik ook na over de doorlopende leerlijnen en eventuele aanpassingen in het PTA. Ik beantwoord mailtjes met vragen van leerlingen over het in te leveren werkstuk; dit brengt me in herinnering dat er voor de vakantie best een aantal leerlingen niet lekker in hun vel zaten … dus schrijf ik ze even een bemoedigende, opbeurende kaart. In alle rust wandel ik naar de bus om ze te versturen. In de super kom ik een moeder tegen die me nog even aanspreekt over zoonlief. Intussen trilt mijn telefoon; 1 van mijn stuudjes stuurt een whatsapp berichtje… een foto van een homemade poké bowl. De jonge dame zit alleen thuis. Ouders op vakantie. Vrijwel elke avond stuurt ze me een foto van haar kookkunsten. Heerlijk! Owja. Ik moet ook nog koken. Manlief moet vanavond nog naar een vergadering dus moeten we op tijd eten. Tijdens het koken app ik wat heen en weer met een andere leerling die ook alleen thuis is en een tikje depressief. Hoe gek ook; dit zijn voor mij de krenten in de pap. Onderwijs is zoveel meer dan alleen maar lesgeven. Leerlingen moeten weten dat het leven niet alleen om cijfertjes draait. Ze hebben het nodig om gezien te zijn, gewaardeerd te worden om wie ze zijn, niet om wat ze doen. En wanneer ze mij een inkijkje in hun leven buiten school durven geven weet ik dat ik dat ik dat deel van mijn baan goed doe.

’s Avonds laat, heel laat, komt er een berichtje binnen via snapchat. Foto van weer een andere leerling. Hij is overduidelijk in kennelijke staat. Hij is 18, dus negeer ik het even. Want als ik reageer kan dat overkomen als goedkeuren… maar negeren kan lijken op hem als persoon afkeuren. Ik hoop maar dat hij het zo niet ervaart. Ook de snapchats die erop volgen beantwoord ik niet vanwege dit dilemma. Na de vakantie moet ik wel met hem in gesprek want erg gezond is dit niet. Het is echt een leuke knul… zag hij dat zelf ook maar. Hier moet ik wat mee, maar niet nu. Ik maak een aantekening in mijn agenda, schenk een glaasje wisky in en kijk een aantal afleveringen van The good doctor. Morgen hoef ik een keer niet vroeg op te staan.

Het wordt een korte nacht. Want ’s ochtends vroeg komt er een berichtje via whatsapp binnen (Wees gerust, normaal negeer ik leerlingen op dit tijdstip maar ik dacht dat iemand anders appte, dus vandaar …) ‘Mevrouw, ik maak me erg zorgen om xx, ze eet niet en zegt dat ze nog meer moet afvallen, dat ze thuis stiekem alles overgeeft, ik denk dat ze anorexia heeft, echt, maar ze wil niet dat haar ouders het weten. Wat doe ik nu?’ Toeters en bellen gaan rinkelen, puzzelstukjes vallen op hun plaats. Ik ken xx. Dus bel ik met de bezorgde leerling (een verantwoordelijke jonge dame die ik heel serieus neem), overleg even hoe of wat en wat we kunnen doen, wat zij kan doen, en wat ze vooral niet moet doen en hoe we het beste kunnen helpen. Uiteraard wordt de schoolleiding ingelicht. Omdat ik toch wakker ben ga ik maar even verder met de lesvoorbereidingen. Dat scheelt volgende week weer stress wanneer ik al die werkstukken krijg.

Snapchat meldt me even later dat er weer een berichtje is; een foto van mijn kaart, met de woorden ‘U bent echt de beste! Dit had ik nodig, dit maakt mijn dag goed!’ – leuk. Ik geniet. Dit voelt goed. Misschien is het een idee om met levensbeschouwing talentlessen rondom geluk aan te bieden. Voor die leerlingen die er juist moeite mee hebben… Ik woon dan wel vlak bij het strand maar surf op internet naar info en besluit dat ik dit met de zorgcoördinator wil oppakken. Mijn gedachten dwalen af naar het opzetten van een GSA en hoe we dit kunnen inbedden en vormgeven met de identiteit van de school.

Ik krijg weer een mailtje “Mevrouw, over opdracht 10, hoe …”. Ze kunnen ook echt niet zonder mij, die leerlingen. En ik neem de tijd om het uit te leggen. Een andere leerling stuurt me een gek selfie met “Hoe oud bent u eigenlijk?“En ik lach, niet alleen om dit berichtje maar ook om het vorige berichtje wat ze een paar weken geleden stuurde en zomaar weer in mijn scherm verschijnt: “Mevrouw, ik heb u nodig! We hebben die ene nieuwe docent en hij stinkt! Echt heel erg! Kunt u er wat van zeggen?”

O- wat heb ik toch een heerlijke baan. Ik vraag me af wat een gewone sterveling in zijn vakantie doet 🙂

(PS, lees mijn disclaimer!)

Advertisements

Sprinkle kindness like confetti!

Sinds ruim een jaar kies ik elke maand een leerling (of meer) van de maand… geheel subjectief, zonder enige standaard anders dan mijn edele welbevinden… ze krijgen er helemaal niets voor behalve dat hun foto in het lokaal opgehangen wordt en ze een eervolle vermelding op social media krijgen … het blijkt een zeer, zeer begerenswaardige titel 🤣 … leerlingen strijden erom.

En weet je wat het mij leert? Dat elk kind gezien wil zijn! Daarom doe ik mijn best om bij aanvang van iedere les bij de deur te staan om ze welkom te heten… en na afloop sta ik er bij voorkeur weer om ze nog een compliment mee te geven of ze een fijne dag te wensen…

Wat doe jij om de mensen om je heen te laten weten dat je ze ‘ziet’?

Sprinkle kindness like confetti!

(Foto’s met toestemming vd leerlingen gedeeld!)

A little over a year I decided there should be a student of the month, every month. Just for my course, no big deal, just for fun and very subjectivly chosen; I just needed some ‘vibe’, it’s not like the student had to achieve anything. It was just my way of saying ‘I see you’.

I never expected it to be a succes. But it is. All of my students want to ‘earn’ this title; those who are 12 as well of those who are 17 or older.

It teaches me that people want to be noticed. They want to be seen.

So every day, at the beginning of every lesson I try to stand by my door to welcome them. Just to say Hi and to show them I’m happy to see them. And at the end of every lesson I try to stand there again, to tell them how smart they awnsered or just to wish them a good day, telling them I hope to see them again next lesson.

People need kindness. So sprinkle it as confetti!

What do you do to let people around you know you see them?

Study wears you out

Scroll down for English translation

Prediker 12:12-13

img_7891

Als docent ben ik in dit stadium van het schooljaar behoorlijk toe aan vakantie. En de meeste leerlingen beleven dit net zo.

Het is goed om jezelf uit te dagen en te blijven leren, studeren. Kennis doet je goed. Het helpt je in het verwerven van inzicht en het behalen van je doelen.

Maar deze waarschuwing van Prediker trof me vandaag. Er zijn eindeloos veel boeken geschreven en teveel studeren put je uit. En ik denk dat veel leerlingen dat laatste volmonding beamen. 😉

Met alles wat je in het leven leert en bestudeert draait het volgens Prediker uiteindelijk maar om 1 ding: dat je God vreest. Niet als in angst voor Hem hebben, maar als in ontzag voor Hem hebben. Wat hoe machtig mooi, ingewikkeld en wonderbaarlijk heeft Hij alles immers bedacht!

 

But, my child, let me give you some further advice: Be careful, for writing books is endless, and much study wears you out … Here now is my final conclusion: Fear God and obey his commands, for this is everyone’s duty. Ecc 12:12,13

I’m a teacher, in desperate need for a summer break. I guess my students feel the same way. These last 2 weeks before summer break are wearing me out.

It is good to study and to grow in knowledge. But this warning just hit me… in the end, it’s all about obeying God… Fear God: not as in be afraid. But as in have awe for everything Is because of Him and His wonders!

Onzeker in de klas / rocky class

(Scroll down for English translation – please note that English isn’t my native language so translation won’t be perfect.) 

Kernkwadrant_NLDe innerlijke worsteling werd angstvallig verstopt. Maar ik zie het in de gespannen trekjes om zijn ogen en kan het niet laten. “Ik zie dat het je wat doet.”  De tranen wellen wanneer hij haast fluisterend spreekt: “Maar ik zie alleen de tekortkomingen mevrouw, en dat zijn er veel.” Mijn hart staat even stil. Met moeite bedwing ik mijn eigen tranen. Hoe is het mogelijk dat jonge mensen soms zo verblind worden door zogenaamde onmogelijkheden? Het is zijn gevoel, zijn waarheid dat er zoveel is waarin hij faalt. Hij staat nooit op de voorgrond en geeft anderen altijd de ruimte die hij stiekem zelf ook wel eens wil innemen. Zijn inzet en motivatie zijn torenhoog maar slagen er niet in van hem een hoogvlieger te maken.  Het hoogst haalbare is hem niet hoog genoeg. En dus zwemt hij in het eeuwige gevoel van net-niet-goed-genoeg-zijn.

Hoe open ik zijn ogen zodat hij de schoonheid in zijn eigen waarde ziet? Hem ongelijk geven zou zijn gevoel slechts bevestigen. Het gezellige geroezemoes van de klas sluit ik buiten, ik hurk neer naast het tafeltje en focus. Ergens hoor ik de bel en de klas komt in beweging. “Maar zie je, achter elke tekortkoming schuilt een kwaliteit, altijd. Zonder valkuilen geen kwaliteiten. Kom, laten we er samen even naar kijken.” Ik hoor de wanhoop in zijn stem wanneer hij vertelt over de valkuilen die hem op dit moment het meest frustreren.

road ahead unclearTerwijl de volgende klas alweer aan de deur staat te wachten kijken we aan de hand van de kernkwadranten naar zijn overgevoeligheid en onzichtbaarheid. In een mum van tijd komen we uit bij ‘gevoelig / inlevend’ en ‘bescheiden’. “Maar mevrouw, wat heb ik daar nou aan?” Ik hoor en zie wanhoop. “Mensen als jij houden deze wereld leefbaar. Mensen als jij zijn nodig om de grote denkers en durfallen in toom te houden zodat ze niet over anderen heenlopen. Jouw kwaliteiten zijn nodig omdat je door je inlevingsvermogen anderen tot luisterend oor kan zijn. Jij kan anderen helpen om sterk te zijn en te blijven. Zonder jou zou deze wereld er een stukje harder en onpersoonlijker uitzien. Jij bent nodig om mensen menselijk te houden.”

Er breekt iets. In hem maar ook in mij. Maar ik moet professioneel blijven en dus zijn het alleen zijn tranen die vloeien. Langzaam dringt het rumoer van de onrustige groep leerlingen aan de deur tot ons door.  Het moment vervliegt. We maken de afspraak dat hij me deze week nog een keer opzoekt om er op terug te komen. En terwijl een klas vol onstuimige brugpiepers binnenstormt ren ik snel even naar zijn volgende docent en fluister dat hij even tijd voor zichzelf nodig heeft en dus later komt.

Mijn volgende les begint in opperste chaos. Maar voor nu is dat ok.

 

The inner struggle was painfully hidden. But I could see it in the tense traits around his eyes and couldn’t resist the burning question. “I see it moves you?” Tears well when he whispers “But I can only see my shortcomings, and there are many.” My heart stops for a moment. I’m trying not to cry. How is it possible that young people sometimes are so blinded by so-called impossibilities? It is his feeling, his own truth that there’s so much in which he fails. He never asks for attention. always gives others the space and attention he secretly needs. His dedication and motivation are sky-high, but they fail to make him a egghead. The highest achievable isn’t high enough to him. And so he wallows in the eternal feeling of being just-not-good-enough.

Schermafbeelding 2014-10-14 om 23.26.44How can I open his eyes so he sees the beauty of his own value? Telling him he is wrong would only confirm his feeling. I ignore the buzz of the class, squat down next to his table and focus. In a distance I hear the bell and the class starts to move. “Behind every shortcoming there is a quality, always. No qualities without pitfalls. Let’s take a look at it together.”  I hear the desperation in his voice when he talks about the pitfalls that are most frustrating to him.

While the next group of students is already waiting at the door, we look at his hypersensitivity and invisibility. In no time we agree that ‘sensitive / empathic’ and ‘modest’ are the qualities behind hypersensitivity and invisibility. “But ma’am, what’s good about those qualities?” I hear and see desperation. “People like you keep this world liveable. People like you are needed to keep the big thinkers and daredevils in control so they do not hurt themselves or others. Your qualities are necessary because your empathy can be the encouragement others need. You can help others to be and stay strong. Without you, this world would be harder and more impersonal. You are needed to keep people human.”

Something breaks. In him but also in me. But I have to stay professional. The sound of a troubled group of students at the door returns to me. The moment we have evaporates. We agree he will visit me again this week to talk it over again. And as the next class rushes in, I quickly run to his next teacher and whisper that he needs some time for himself and will come in late.

My next lesson starts in utter chaos. But for now that’s ok.

Gelabeld Onderbuikgevoel

Het onderbuikgevoel van de samenleving zegt dat er steeds meer kinderen een labeltje krijgen ; de haast versleten stempel adhd gaat meestal gevolgd door de pot met pillen.  Nog nooit waren er zoveel kinderen aan de medicatie. 

Op social media worden anti-stempel plaatjes en artikels veelvuldig gedeeld en geroemd. Omdat ‘iedereen’ dat onderbuikgevoel als realiteit herkent. 

Maar is dit wel zo? Wat klopt er (niet) aan dit onderbuikgevoel? 
In vergelijking met 15 jaar geleden heb ik nu meer, veel meer ‘label-kindjes’ in de klas.  Waar. Maar de hoeveelheid adhd-stempels vind ik intussen heel erg meevallen.  En medicatie is een taboe zo lijkt het wel. Waar ik vroeger wel een enkele keer een door Ritalin enigszins afgestompt kind in de klas had, zou ik nu soms wensen dat ouders een pilletje overwegen. (Sorry, niet omdat ze druk zijn maar soms domweg onopgevoed brutaal.) 
Maar draai de boel eens om: als we met elkaar vinden dat er teveel labeltjes uitgedeeld worden… aan wie ligt dat dan? Ligt dat dan niet aan de ouders van nu (hand in eigen boezem)?  We willen niet dat ons kind een stempel krijgt maar we willen wel dat het persé op een bepaald -hoog- niveau kan meedraaien.  We vergeten dat er een groot verschil is tussen ‘kunnen’ en ‘aankunnen’ en als ons kind iets niet aankan (wat overduidelijk niet ligt aan zijn cognitie) ligt het dus maar bij ‘het systeem’. Ons huidige schoolsysteem deugd dan niet. 
Ooit gedacht aan de mogelijkheid dat ouders van nu gewoon teveel eisen van hun kind? Vroeger ging een kind ‘simpelweg’ een niveautje lager of deed er gewoon wat langer over. Wat was daar mis mee?? Naar mijn bescheiden mening zijn er nog nooit zoveel (hoog)begaafde kinderen geweest. Maar het onderontwikkelde EQ en het falende copingmechanisme is vooral de schuld van ‘het systeem’. Docenten en scholen moeten zich aanpassen, niet het kind! 

Kijk vooral niet naar jezelf. Kinderen hebben echt geen last van een tv die altijd aanstaat, ze merken er niks van dat mama niet meer van papa houdt en zich liever een poosje richt op haar eigen ontwikkeling. Wat een onzin dat kinderen er ook maar iets van merken dat er nooit meer goed gepraat wordt. En hoezo is vervelen gezond? Volplannen die handel: voorschoolse opvang, school, bso en dan vooral eerst naar zwemles – op maandag dan want dinsdag is het voetbal, woensdag pianoles, donderdag zijn ze bij oma en opa, vrijdag …. 

En geef je kinderen vooral zoveel mogelijk! Verwennen bestaat niet. Leer ze vooral niet dat je moet werken voor geld en waag het niet ze de broodnodige merkkleding, iphone of al dat speelgoed te ontzeggen. Maak ze vooral heel mondig; brutaal en eigenwijs is immers het nieuwe ‘volhardend’. En leer ze vooral dat de wereld aan hun voeten ligt; aanpassen en doorzetten is niet meer nodig. 
Nope, als ze e.e.a. niet ‘aankunnen’ ligt het aan ‘het schoolsysteem’; dat deugt niet … en als het echt niet aan school ligt, is het toch een label en dus weer een probleem van het onderwijs. Maar, vergeef me, dat is slechts mijn onderbuikgevoel.  
(Ps- lees vooral mijn disclaimer

15 feiten over het Zwarte Piet debat

  1. Het is niet erg om het met elkaar oneens te zijn. En: mensen zijn het niet met je oneens om je te pesten. Zo belangrijk ben je niet.
  2. Het feit dat een nuance in hoe we ons verkleden op een kinderfeest het belangrijkste debat is van onze tijd, zegt iets positiefs over onze tijd en iets negatiefs over onze prioriteiten.
  3. Het is maar een kinderfeest.
  4. Dat wil niet zeggen dat dit geen waardevolle discussie is. Zwarte Piet is een groot onderdeel van onze cultuur en het is niet erg om na te denken over het invullen van tradities. Als je je elke november zwart schminkt, mag je best eens bedenken of je dat eigenlijk wel wilt.
  5. Kinderen maakt het niet uit welke kleur Zwarte Piet heeft. Als je naïef genoeg bent om in Sinterklaas te geloven, kun je ook wel geloven dat Piet van kleur verandert.
  6. De mensen die Piets kleur willen veranderen, doen dat omdat zij geloven dat Nederland er beter van wordt.
  7. We kennen allemaal het gevoel van verdriet als er iets uit onze jeugd verloren gaat. De ontdekking dat je oude school gesloopt is of een jeugdvriend dood. We lopen allemaal door de wijk waar we opgegroeid waren en zien in de nieuwe dakkapellen onze eigen vergankelijkheid gereflecteerd. Verandering is eng.
  8. Tradities veranderen constant. Denk je dat we al sinds 1850 gourmetten met Kerstmis?
  9. Niet alle voorstanders van kleurverandering zijn allochtonen. Niet alle tegenstanders van kleurverandering zijn racisten.
  10. Het is toegestaan om van mening te veranderen.
  11. De discussie gaat over de beeldvorming en onderliggende culturele connotaties van blackface. Iets kan kwetsend zijn, onwenselijk of racistisch zonder dat het zo bedoeld is. Iets kan zonder kwade intenties toch niet meer van deze tijd zijn. Je bent geen racist als je Zwarte Piet leuk vindt.
  12. Het feit dat binnen de fictie van het sinterklaasverhaal Zwarte Piet zwart is door de schoorsteen, is niet relevant voor het vraagstuk over de negatieve culturele connotaties van de traditie. Als er een hakenkruis op de mijter van Sinterklaas zou staan, zou je er ook niet mee wegkomen door te zeggen dat het een Indiaas symbool voor de zon is.
  13. Je kunt niet zeggen ‘einde discussie’ tot er consensus is.
  14. Een petitie gaat niets veranderen. Petities werken nooit. Serieus. Denk eens terug aan alle petities die je ooit hebt getekend. Nou precies.
  15. Niemand neemt jou je jeugdherinneringen meer af. Behalve de tijd. We gaan allemaal dood en al onze herinneringen gaan verloren.

 

Deze feiten heb ik niet zelf bedacht. Ze komen uit een artikel wat 2 jaar geleden gepubliceerd werd.

Tijdloze Piet

Hier in de klas lopen de meningen behoorlijk uiteen. Degenen die vóór zijn hebben het meeste commentaar en uit hun mond hoor ik vooral argumenten die vooral van mama en papa zijn. Want let’s face it: mijn brugpiepers hebben in het dagelijks leven een heel ander taalgebruik en denken meestal niet zover na.  Wanneer ik doorvraag en doorprik durft een enkeling met moeite toegeven het niet eens te zijn met de grof gebekten. Het is dat ik er in mijn lessen altijd op hamer dat iedereen zijn eigen mening mag hebben dat de tegenstanders niet onmiddellijk met de vloer gelijk gemaakt worden.

Zwarte Piet, wie kent hem niet.

Ooit was ik een voorstander. Alweer een aantal jaren geleden snapte ik niet dat mensen in dit feest iets racistisch zagen (al wijst de geschiedenis duidelijk genoeg aan dat dit verleden er wel degelijk in zit). Zij die tegen de stereotypering waren vond ik azijnpissers en mierenneukers want traditie is traditie, toch?

 

Maar is dat zo? Als iets kenmerkend is aan tradities is dat ze in de loop der tijd altijd vervagen, aangepast worden of zelfs (deels) verdwijnen. Zelden blijft een traditie eeuwenlang hetzelfde omdat simpelweg de tijd, cultuur en omstandigheden veranderen. En rara onze maatschappij verandert ook. Niet alleen omdat er meerdere culturen vertegenwoordigd zijn door de globalisering maar zeker ook vanwege alle technische, politieke en industriële ontwikkelingen; zo hebben we haast allemaal een smartphone, laptop en tablet waardoor we steeds meer (foute) informatie te verwerken krijgen en we ook steeds meer de behoefte ontwikkelen overal maar een mening over te moeten hebben. Een mening die te vaak louter gebaseerd is op een populistisch gevoel ipv goed doordacht en beargumenteerd. En niet alleen de inhoud der argumenten maar ook de gesproken toon is steeds vaker diep triest.

We juichen de globalisering enorm toe omdat we ver op vakantie kunnen, via Aliexpress onze hebbedingetjes voor een habbekrats uit China kunnen importeren en de wereld aan mogelijkheden zich aandienen. Wij willen de wereld maar o wee als de wereld een stukje van ons wil. We willen vooral veel hebben, maar een stukje afstaan …?

De heetgebakerde toon waarmee de pietendiscussie gevoerd wordt is een schande. Elk greintje respect en medeleven verdwijnt als sneeuw voor de zon en menig hart wordt zwart als roet. Wat een voorbeeld wordt zo gegeven aan de volgende generatie…

Sinterklaas was van oorsprong een armenfeest, nu een feest voor de kinderen. Sinterklaas werd eeuwen geleden in de kerk gevierd en niet thuis. Sinterklaas is een poosje zwart geweest. Piet was er eerst niet, toen in witte versie als knecht, daarna als Moor (slaaf) en pas na WO2 kwam er het pietenteam. Ooit klopte Sinterklaas gewoon aan de deur, toen deed Piet dat en later kwam die door de schoorsteen. Sinterklaas als feest is door de tijd heen continue aan verandering onderhevig geweest. Het was een feest wat met zijn tijd meeging.

Als er kinderen of volwassenen zijn die zich vandaag de dag gekwetst voelen bij het stereotype beeld, waarom dan niet weer een paar aanpassingen doorvoeren? Wat maakt het een kind uit of een Piet helemaal zwart is of dat hij wat roetvegen heeft? Het draait uiteindelijk gewoon om de kadootjes. Het draait om feest en liefdevolle aandacht voor elkaar … moeten we dan met alle geweld en taalmisbruik boos vasthouden aan ons zogenaamde recht en vergallen we daarmee een deel van de feestvreugde? Of kunnen we misschien toch maar beter met onze tijd meegaan?

piet_wittepiet

 

tot de dood is passée

clipphanger

Het huwelijk is passée. Als je al trouwt kan je beter de belofte ‘tot de dood ons scheidt’ schrappen. Levenslange monogamie gaat tegen onze natuur in.  … Een greep uit de stellingen die ik mijn havo 4 klassen een paar weken geleden voorschotelde.

De lessen gingen over allerlei soortige relaties. Het huwelijk was er één van.  Ik leer ze over de fysieke zowel als de sociaal-emotionele als de godsdienstige kanten van dit instituut.

Maar ik kan ze nog zo vanalles leren; van hoe je je lusthormonen in bedwang leert houden tot hoe je je beter kan hechten aan je partner, van het belang van monogamie tot … you name it. Feit blijft dat in Nederland tegenwoordig 50% van de huwelijken strandt. Geen van mijn 143 havo-leerlingen had ook maar enig idee hoe hun ouders ‘werkten’ aan hun huwelijk, dat wil zeggen; het steeds kleiner wordende gedeelte waarvan de ouders nog gelukkig bij elkaar zijn. Ze willen haast allemaal wel trouwen maar geen van hen heeft er een probleem mee dat er zoveel gescheiden wordt. Kiezen voor jezelf wordt belangrijker dan kiezen voor ‘ons’en zelfs vreemdgaan is haast iets vanzelfsprekend.

 

Wanneer ik ze vertel hoe verknocht ik me met manlief voel – zelfs na bijna 20 jaar  en inclusief alle ups en downs- moet ik ze eerst vertellen wat dat woord betekent. Maar allemaal willen ze ‘ooit’ wel iemand waar ze zich zo verbonden mee weten. Op mijn vraag of ze voorbeelden kennen van mensen die zo innig aan elkaar gehecht zijn blijft het echter ijzig stil. …

 

Ik vermoed dat het niet alleen mijn leerlingen zijn die wel wat lesjes huwelijksgeluk kunnen gebruiken. Wanneer ik om me heen kijk en zie hoeveel relaties er op scherp staan of waarbij de eerste ontploffingen al voor de nodige schade hebben gezorgd verbaast het me niet eens meer wanneer ik hoor over geflikflooi hier en overspel daar.  Zelfs de meest lieve luitjes waar je het niet van verwacht ontkomen er niet aan. En bij gebrek aan goede voorbeelden zit ik met klassen vol leerlingen die geen idee hebben hoe je aan een relatie moet werken. Dat belooft wat voor hun toekomst …

 

Mijn oproep betreft dus alle volwassenen: neem de tijd om te leren hoe je aan je huwelijk werkt, heb je geen idee hoe: vraag advies, laat je helpen, doe een cursus of … whatever. Maar doe iets! En wacht daarmee niet tot je in een moeilijke periode zit. Vecht voor je relatie! Niet alleen jijzelf maar ook je (toekomstige) nageslacht heeft het nodig.

 

 

Ouders van tegenwoordig

 Zucht. Soms vraag ik me af waarom ik nog in het onderwijs sta. Niet omdat ik het lesgeven zat ben hoor. En nee de pubers van tegenwoordig kan ik nog prima handelen. Het zijn de ouders waar ik geregeld hoorndol van word. Wat een zeikerds en betweters is dat ras soms. 

Natuurlijk kennen (de meeste) ouders hun kinderen erg goed. Maar elke ouder heeft 1 of meerdere blinde vlekken als het om zijn of haar kind betreft. Zeker pubers zijn zo aan lichamelijke zowel als sociaal-emotionele veranderingen onderhevig dat je het als pa en moe alleen maar bijhoudt als je er overdreven beschermend bovenop zit en zelfs dan is het plaatje nooit compleet.

*newsflash* ELK kind heeft zo zijn tekortkomingen en ELKE puber zal daar toch echt zelf de veranwoording voor moeten leren dragen.  
Bijna iedereen weet dat er een best grote groep ouwelui bestaat die hun nageslacht qua intellect veel te hoog inschatten. Maar wist je dat de categorie ‘doe mijn kind maar een niveautje lager’ ook ruim is vertegenwoordigd?  

Wij onderwijskrachten worden steeds minder serieus genomen. Maar als een kind op school – door wat voor omstandigheden dan ook- het niveau niet laat zien… Dan is de kans heel groot dat het dat niveau niet heeft! 

(Ik heb het hier even niet over de pubers met een stoornis oid – dat is iets andere koek.)  

Ouders denken zich steeds meer te kunnen bemoeien over wat we onderwijzen en hoe zij vinden dat wij professionelen dat zouden moeten doen. Maar sorry hoor, ik zeg de huisarts toch ook niet hoe hij me moet onderzoeken en wat hij moet denken dat er aan mij mankeert? Wanneer ik mijn auto naar de garage breng ga ik de monteurs toch niet vertellen hoe ze de olie moeten verversen laat staan hoe ze bepaalde onderdelen moeten vervangen!?  
Afgelopen week was het weer raak. Een aantal leerlingen hielden een zwaar belabberde presentatie. Om een lang verhaal kort te maken: het was na een uitgebreid gesprek overduidelijk dat ieder lid flink in gebreke was gebleven en ze kregen een 4,4. Behoorlijk prut dus. Voor de goede orde: ik werk met een uitgebreide lijst van punten waarop gescoord kan worden en de meeste leerlingen scoren in totaal al snel een 7 of hoger en ook een 10 is niet onmogelijk.   Enfin, krijg ik ‘smiddags een mail van moeder X… Toon duidelijk op standje verwijtend. Alles lag aan de andere pubers en niet aan die van haar. 

Uiteraard antwoordde ik keurig en beleefd en geef ik mijn beeld op het geheel.  Nog geen paar uur later vind ik een envelop in mijn postvak. Erin een krantenartikel (foto) met wat zinnetjes onderlijnd waaruit moest blijken dat ik mijn werk niet goed deed. Hoezo passief-agressief.  Werkelijk, van zoiets kan ik witheet worden.  

Bijna had ik de neiging om wat andere zinnetjes in rood te onderstrepen en het bericht mee terug te geven. Daarmee aantonend dat moeders zwaar selectief leest en uiterst subjectief is en mij als pro mijn werk moet laten doen. Maar nee, ik hou me in. (Ik schrijf wel een blog 😜)  


De dag erna heb ik weer een presentatie. Enthousiast als ze zijn maken deze leerlingen al tijdens de pauze het lokaal in orde. Wanneer de bel gaat en ik binnenwandel zit de hele klas al klaar en openen ze hun presi uiterst origineel en weten ze bijna 30 minuten lang de hele klas te boeien. Halverwege moet ik van ze meedoen met een groepsopdracht. En wanneer zij als ware juffen en meesters langslopen steekt 1 van hen zijn duim omhoog en zegt met brede grijns ‘Goed zo Sara’. 
 

Mijn dag kan niet meer stuk. 


(En ja dat laatste groepje kreeg een 10, nee niet omdat ze mij een pluim gaven maar gewoon omdat ze het geweldig hadden voorbereid en uitgevoerd!) 


Ps: lees mijn disclaimer! Eea aan info kan verdraaid zijn om de privacy van ouders zowel als leerlingen te beschermen – hoe irri ze soms ook zijn 😅

Baan de weg

 

Havo 4 heeft zijn levensvisieboek bij me ingeleverd. 44 persoonlijke verslagen over dood, geluk, familie, vriendschap, enz. wachten op mijn beoordeling.  Hetgeen ik te lezen krijg is soms ietwat standaard, dan weer mooi en waardevol maar af en toe ook verdrietig of pijnlijk. 

Wanneer ik het verdriet van leerlingen lees, huilt mijn hart.  Zo heel af en toe neem ik dan een leerling even apart voor een praatje. Vaak zijn ze niet gelovig en hebben ze geen boodschap aan een christelijke preek van hoop en redding maar stiekem hoop ik dat mijn meeleven en betrokkenheid ze dan wel iets doet. Meestal zeg ik iets in de trant van “Ik weet dat jij niet gelooft, maar ik wel en ik zal voor je bidden” of “Wanneer jij niet gelooft in jezelf… Ga dan af op mijn prof beoordeling 😉 ik geloof wel in je en God nog meer.” 

Wanneer ze ooit, ergens op hun levenspad, iets meer van God of Jezus leren ervaren hoop ik, in navolging van Johannes, de weg een beetje vrijgemaakt te hebben.