Waarom Pasen wel om eitjes draait …

eggcellent“Hoe diep kan je zinken?” Vandaag hadden een stel leerlingen het over de Roelvinkjes. Het kijken naar dat programma alleen al is onder een aantal van mijn pubers not done. Begrijpelijk. Héél begrijpelijk. No offense voor de knul hoor. Ik begrijp heel goed dat real life tv verre van real life is en dat het hele georkestreerde drama hem totaal geen recht hoeft te doen … Maar dan zap ik vanaaf richting The Passion en zie ik minister Roelvink als Barrabas. Of ik het uiterst toepasselijk of eerder misselijkmakend moet vinden weet ik niet.  Iig zap ik nog geen paar minuten later verder.

Social media explodeert van de  ‘Passion’berichtjes. Voornamelijk, herstel , alleen van christenen??  Eigenlijk vind ik dat er al genoeg gezeik is over wat allemaal niet christelijk genoeg is en vind ik het initiatief om dit te organiseren uiterst lovenswaardig. Wie zijn kop boven het maaiveld durft uit te steken kan ‘wat’ commentaar verwachten. (En wat dat betreft hebben nogal wat christenen de gave van kritiek.) Dus van mij hoor je niets negatief over The Passion.  Wat niet wil zeggen dat het me aanspreekt overigens. Hoeft ook niet. Ik behoor niet tot de doelgroep … hoop ik … denk ik.

“Gelooft u in God” “Ja” “En in geesten” “Ja” “Oh, ok…” Na het Roelvinkgesprek schakelen m’n stuudjes ineens over op een ander gespreksonderwerp. Ze snappen dat ik in geesten geloof, want het bestaan daarvan vinden ze aangetoond. Het bestaan in God echter niet. “Heeft u het idee dat uw gebeden ook echt verhoord worden?” Instant denk ik aan onze laatste vakantie en de laatste 4 plaatsen in het vliegtuig die we wonder boven wonder wisten te bemachtigen maar voor ik kan antwoorden schakelt mijn brein door naar andere gebeden waarbij ik het idee had in het luchtledige te brabbelen.  “Bidden doe je niet alleen om iets te krijgen – soms kan je met God ook gewoon e.e.a. op een rijtje zetten.” “Oh,ja.” Aan de reactie te zien was het een logisch antwoord.

The Passion heeft mij niet als doelgroep. Ik geloof al. Ik hoef niet ‘geraakt ‘ te worden om een ‘paasgevoel’ te doen ontwaken. Ik hoef het ook niet massaal op social media te delen met een juffenvingertje in de lucht wat duidelijk maakt dat Pasen om Jezus en de opstanding draait en niet om eitjes en de paashaas. Wie dat niet weet heeft geen boodschap aan die boodschap. En wie dat wel weet ook niet. Of The Passion compleet ‘ongelovigen’ als doelgroep heeft weet ik echter niet zo zeker. Ik vraag me af of ze die er echt mee ‘bereiken’. Dan bedoel ik verder dan een spiritueel getinte mooie voorstelling.  Tja … wie willen ze het liefst bereiken met dit programma? En gaat het wel om bereiken of eerder om bereikbaar zijn?

Vandaag deelde ik eitjes uit aan mijn mentorleerlingen. Voor elke dame en heer had ik een satijnen zakje met iets van 5 chocolade eitjes. Ik had voor ieder een kleine persoonlijke bemoediging op de zelfgemaakte labeltjes gezet. Op de voorkant van het labeltje stond: “You are EGGcellent”. Eén van de knullen keek verbaasd op van het presentje in zijn handen en zei met een zucht “U bent echt lief!” “Dat is 1 van mijn talenten.” knipoogde ik in antwoord.

Kritiek op The Passion komt van alle kanten. Maar in ieder geval lukt het de EO wel om heel wat mensen stil te doen staan bij de boodschap waarvoor Jezus op aarde kwam. Wat mij gebruiken ze dus de complete Roelvinkclan als dat mensen aanspreekt. Wanneer de gezongen nummers en de gekozen acteurs de aankomende weken op tv, radio of in het café de revue passeren zal menig kijker en luisteraar terugdenken aan dit spektakel.  Het gaat dus niet om 1 theaterstuk, 1 avond of 1 bijzonder weekend. Het gaat om dé boodschap die dag in dag uit doorleefd én uitgedragen wordt.  Thuis, op school, op het werk, onder vrienden, collega’s, familie …

 

 Liefde moet het nr. 1 talent zijn van ieder christen! Niet alleen met Pasen. Maar elke dag weer. En als eitjes daarbij helpen … 

Advertisements

Oorverdovend gefluister 



Ik ben niet vlug boos op leerlingen… Ik doe wel eens boos maar mij er ook zo bij voelen is me in jaren niet overkomen. Maar vandaag was het zover en won eentje de jackpot.  

Dat leerlingen zich een keer storend gedragen is niet raar. Dat doen ze allemaal wel eens. Ze hebben het recht om met vallen en opstaan te leren wat kan en wat niet kan en ook grenzen opzoeken hoort daarbij. 

Wanneer een puber mijn les verstoort toon ik meestal wel geduld maar soms is de maat echt vol, loopt de emmer over, is het genoeg geweest en krijgt de dame of heer in kwestie een standje te verwerken. 

Zo ook vandaag. Minister stoorzender had al een waarschuwing ontvangen en bij het zoveelste gegiebel en gegrap verhef ik enigszins mijn stem en zet hem kordaat op z’n nummer.  

So, bent u ongesteld ofzo?  

Ik wist niet wat ik hoorde… Verbazing, verbijstering en verontwaardiging klonterden samen tot boze proppen die haast oncontroleerbaar door mijn bloedbaan racete.  

Als hij het grappig had bedoeld tot daar aan toe maar zowel de context, als zijn toon en blik  huldden de zinsnede in onbeschofte brutaliteit. 

Mijn wenkbrauwen schoten omhoog, pupillen verwijdden, oogleden knepen lichtjes dicht. Mijn hoofd zette zich in standje hautain en terwijl de klas hoorbaar de adem inhield fluisterde ik dat hij maar beter de klas kon verlaten. 

Blijkbaar communiceerde mijn blik ongekende emoties want met schuldbewust hangende schouders verliet meneer het lokaal. 

Zodra de deur achter zijn gat dichtvalt valt ook mijn boosaardige masker gevolgd door een klassikale zucht van ontlading.

“Mevrouw, ik heb u nog nooit zó boos zien kijken” “Dat u zo rustig bleef?! Die en die had het echt op een schreeuwen gezet.” “U heeft echt zelfbeheersing.” 

Achja…  Zo maak je weer eens wat mee. En voor de ondeugende lezers die zich afvragen of het joch gelijk had; dat wil je niet weten 😉 

Gevalletje ‘ gescheiden ouders’

lvb leerlingBij voorbaat mijn excuus voor deze titel. Maar had ik je aandacht?  Voor je me gelijk afdoet als een ongevoelig en tactloos wezen: Hear me out!

Dat mensen die ooit dolverliefd waren ervoor kiezen te scheiden is ronduit een drama voor ze. De bende van afwijzing, teleurstelling, verwarring, ruzie en frustratie heeft als een kankergezwel de bron van liefde en romantiek geïnfecteerd, beetje bij beetje verdrongen en na een slopende periode het gelukkige huwelijk uitgeschakeld. Dit is vreselijk voor beide partijen. Daar doe ik niets aan af!

Uit elkaar gaan is afschuwelijk, het is een tragedie voor wie eraan ten prooi valt. Maar de échte slachtoffers in het geheel zijn de kinderen. En nee, ik vind niet dat je bij elkaar moet blijven ‘om de kinderen’. Daar doe je niemand een plezier mee en de kinderen nog wel het minst. Ik wil ouders niet beschuldigen, noch het cliché aanboren dat kinderen schuldig denken te zijn, moeten wennen, hun veiligheid kwijt zijn en blablabla. Dat weten we allemaal, toch?  Dat het nageslacht een flinke tik meekrijgt van de echtscheiding is zo een beetje algemeen goed. Niet leuk, maar hé daar groeien ze wel overheen … of niet?

 

Een tijdje geleden besprak ik in havo 4 het thema ‘langdurige relaties’. Alle pubers gaven aan ooit een langdurige relatie te willen. Op 2 na wilden ze allemaal liever trouwen dan ‘blijven samenwonen’.  Maar GEEN van allen had het idee van huis uit mee te krijgen hoe ze aan een langdurige relatie moesten werken.

Trouwen is niet iets wat je 1x doet om je daarna veilig te wanen. Trouwen is een levenslang proces van elke keer weer kiezen voor elkaar. Trouwen is een werkwoord.  Maar wat gebeurt er met de kids als ouders hun ontslag bij elkaar indienen?

 

Beseffen we anno 2015 écht hoe het voor kinderen is? Hebben ouders werkelijk door hoe diep de pijn, afwijzing en verwarring hun kinderen raakt?  Ik vraag het me af. Soms denk ik dat we ons te graag verschuilen achter de façade van de moderne maatschappij, achter de utopie van maakbaarheid.

Al mijn leerlingen (om en bij de 300 stuks op dit moment) houden voor zichzelf een portfolio bij: een levensbeschouwingboek. Aan de hand van allerlei opdrachten leer ik ze stap voor stap naar zichzelf en anderen te kijken, hun gevoelens en gedachten in kaart te brengen, hun eigen denken en doen onder de loep te nemen.  Alles schrijven ze op in hun schrift, wetende dat ik de enige ben die het leest. Het verdriet wat ik zo meekrijg is vaak schrijnend.

 

STOP! Denk nu niet “Ja dat zal vast!” of  “Wat zielig.”  Niet gelijk er overheen lezen en laten passeren!!  Het is méér dan gewoon zielig, sneu of verdrietig. Het is godgeklaagd! Sommige ouders hebben werkelijk geen idee hoe hun kind, zelfs jaren ná de scheiding, nog treurt, zichzelf in slaap huilt, zegt dat het ok is maar ondertussen …

Het ergste is de onderlinge haat en nijd. Opmerkingen over de ‘ex’ die eigenlijk net onder de gordel zijn, het geklaag en gezeur over de ander, de rollende ogen of sprekende blik wanneer het kind iets vertelt over wat de ander zei. Ex-partners blijven hun leven lang (onbewust mag ik hopen) afgeven op de ander en vergeten dat ze daarmee eigenlijk ook afgeven op hun kind.  De kanker van afwijzing ettert door in het hart van het kind. Niet dat deze dat altijd laat merken hoor, daar zijn kinders te loyaal voor. En vraag je het ze: dan zullen ze glashard ontkennen om jouw gevoel te sparen.

  • “Ze hebben niet door dat ik me nog steeds vaak in slaap huil.”
  • “Ik heb een foto van hun trouwdag verstopt en vaak kijk ik daar nog even naar.”
  • “Ik ben blij dat ik haar (nieuwe vriendin van papa) maar 2 weken in het jaar moet dulden. Wat een rotmens.”
  • “Dan zijn ze weer eens boos op elkaar, moet ik alle verwijten aanhoren in de auto, maar tegen elkaar zeggen ze niks. Elke keer weer denk ik dat ik de volgende keer als een bom ontplof maar dat gebeurt nooit.”
  • “De ene week ben ik bij mama en de andere week bij papa, maar mama is altijd boos omdat mijn fiets niet in de auto past. Maar die heb ik wel nodig voor school. Ik kies er toch niet voor om heen en weer te reizen?”
  • “Als papa mij iets wil zeggen mailt hij het. Ik haat dat.”
  • “Als mama iets lelijks zegt over mijn vader heb ik altijd het gevoel dat het over mij gaat. Ik doe alsof het me koud laat maar het maakt me heel somber.”
  • “M’n moeder is ’s avonds helemaal moe van haar werk en gaat na het eten gelijk naar bed. Ik heb nooit iemand om mee te praten of gewoon om samen dom tv te kijken.”

 

In deze samenleving waarin kindjes nogal eens als afgod worden gezien zijn er veel te veel pubers die volwassen geacht aan hun lot worden overgelaten. En dan vinden ouders het raar dat ze geen motivatie hebben om te leren of dat ze zich afreageren in drankmisbruik en/ of wangedrag.

De uitzonderingen daar gelaten: wanneer leerlingen probleemgedrag vertonen, zich brutaal en ongepast gedragen, het ene na het andere onnodig lage cijfer halen,  … ,  dan klinkt ‘gevalletje gescheiden ouders’ vaak eerder realistisch dan ongepast.

Het leed wat ‘seksueel actieve puber’ heet

redenenvoorseksVrolijk om elkaar heen dansend stonden ze daar. Enthousiast alsof ze net een trofee hadden behaald. “Zullen we het haar vertellen” “Nee, joh, nee!” “Waarom niet, kom op?!” Met een smile van oor tot oor laten ze me duidelijk merken een geheim te hebben. Natuurlijk hap ik. “Nou, vertel, wat is er aan de hand?” “Nee, het gaat over X, het is veel te erg om te vertellen!” Het wordt gezegd met een overdreven stuiterende glimlach. Nietsvermoedend zeg  ik ze nogmaals  “Kom op nou, wat mag ik niet weten?” “Nou, als we allemaal 1 zin vertellen, ik ga het niet alleen zeggen…” De 15jarige 3de klasser wipt van het ene been op het andere terwijl hij zijn klasgenoten opjut om samen hun geheim te verklappen.

En dan komt er een verhaal wat me met m’n oren doet klapperen. Slechts  één keer eerder in 12 jaar onderwijs was ik zo van m’n stuk… Destijds was het omdat een 16 jarige dame huppelend m’n lokaal betrad met de enthousiaste mededeling: “Juf, Juf, ik ben dit weekend ontmaagd op de toiletten van Sixflax.” Slik. Daar sta je dan als docent. Al je goed fatsoen, al je normen en waarden, je complete voorbeeldfunctie wordt á la minuut zwaar op de proef gesteld.  “Oh … zo … Euh, tja, wat vond je ervan?” “Helemaal geweldig juf! Ben zo happy!” “Euh, tja, nou, fijn voor je.”

Nee, ik geef dan geen moralistische preek. Nee, ik wijs dan niet op voorbehoedsmiddelen op eigenwaarde of het belang van liefde. Dat zou geen enkel nut hebben.  Liever hou ik de deur van vertrouwen open voor als er iets ergs is …

 

Wat de heertjes me deze week te vertellen hadden was een ware test voor wat betreft mijn psychologisch inzicht,  mijn  reactievermogen en mijn vermogen om zowel empathisch als tactvol als onderwijzend en terechtwijzend te reageren in één. Zucht. A la minute was ik zomaar middenin een mijnenveld beland.

Waar het over ging? Ik zal u de details besparen maar de één had met een grietje gezoend, haar laten vallen, leerling X had haar opgeraapt en ze hadden ergens op een bed van alles uitgevreten…Weer een andere dame had ‘geslikt’ – dat wilden alle meiden toch? En ow ja, leerling X had in de whappgroep van de heren ondoordacht de details van zijn en haar uitvreterij gedeeld. De knullen waren veranderd in hormonaal gefrustreerde haantjes, pikkend op die ene kip…

Even een waas voor m’n ogen. In mijn achterhoofd alarmbellen voor wat betreft de kwetsbaarheid van de dames in kwestie. Voor mij de schaamteloos klikkende pubers. “Waarom vertel je mij dit? Sowieso, dit vertel je toch niet aan een leraar?” “Ja, maar u bent anders. “ “Hoe gaat het nu met meisje Y? Hebben jullie wel door hoe kwetsbaar meiden zijn?” “Ja maar meiden willen dat! Ze willen gewoon slikken” *handgebaar*   … “Sorry hoor, maar weet je hoe dit voor meiden is? Heb je enig idee?” Geen antwoord. “Nou, wanneer je ’s avonds weer bezig bent, hé, vang je kwakje dan eens in een kopje op en slik het zelf door!” –Verbijstering daalt neer – “En dan moet je weten dat je nog niet de smaak van een ongewassen piemel proeft die overdag diverse keren naar wc is geweest  en waarvan de druppels nog tussen het vel plakken.”  – Blikken van afgrijzen –   …

 

Ze zijn 14 en 15 maar seksueel meer dan actief. Ik voel me oud. Toen ik in 6 VWO zat, in een klas met ruim 20 dames en 2 heren, waren er maar 2 dames met ‘het’ bezig … de rest vond dat een schande.  Wat is de tijd veranderd. Ze proberen alles uit, ouders hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. En dat zijn het: kinderen. Kinderen met onvolwassen gedachten, hun sociaal-emotionele ontwikkeling nog verre van voltooid, hun vermogen tot doordacht handelen stuiterend als een ongeleid projectiel tussen de gierende hormonen.

 

En we moeten het allemaal maar normaal vinden … ??

 

 

 

 

Noot: Er volgden uiteraard meer (individuele) gesprekken, er is meer gezegd en gehoord dan hierboven geschreven en ook de meiden ontvingen de nodige zorg.  Vanwege privacy is eea inhoudelijk aangepast.

Bron Foto

Hoop in depressie & onderwijs

hoopAarzelend schuifelt ze naar voor. Tas op de rug, schouders gebogen, ogen gericht op de vloer. Ik zit nog aan m’n bureau m’n spullen op te ruimen en de pc af te sluiten. Dan staat ze daar naast me, onzekerheid straalt van haar gezicht af. Ze redt het niet met haar PTA-opdrachten. Volgende week moeten ze ingeleverd worden maar ze was meer afwezig dan aanwezig … “Heeft u al gehoord over mij?” “Ik heb gehoord dat er wat is, maar niet wat er precies is. Maar je mag het me vertellen als je dat wil.”

Het alom aanwezige gevoel van intense neerslachtigheid. Elke kiempje van potentieel geluk wordt bij pril ontspruiten genadeloos verdelgd door de continue stroom van giftige gedachten. Wie het nooit heeft ervaren heeft werkelijk geen idee van de wanhopige machteloosheid omdat je met geen mogelijkheid kan ontkomen aan het troosteloze verdriet en de eeuwige somberheid. Voor mij staat een puber, een kind van bijna 18 die precies weet hoe het voelt. Op slag huilt mijn hart.

Ik hoor over antidepressiva, antipsychotica en intense behandelingen. Over het soms wel naar school kunnen maar vaker niet. Het drama wat depressie heet houdt haar in zijn macht. Mede-lijden welt in me op. Dit trek ik me aan. Herinneringen aan de perioden dat deze verschrikking mij in zijn greep had borrelen omhoog. Deze intense vorm van somberheid gun je geen enkel kind… “Ik weet wat het is … dit soort innerlijk lijden is erger dan welke fysieke pijn dan ook.”

Instant herkenning. Ik zie het in haar ogen. “Ik weet echt wat het is … zelfs het er niet meer willen zijn … het je afvragen of de wereld niet beter af is zonder je … ik weet het.” Weer een blik van verstandhouding.  “Maar ik weet ook wat het is om eruit te komen. Ik weet ook dat er hoop is. Ik weet dat je eruit kan komen. Er komt een dag dat je geluk het wint van verdriet! Er is altijd hoop!” De woorden stromen als een waterval over mijn lippen terwijl ik me bedenk dat ik al maandenlang met een blaadje rondloop met daarop een oneliner over hoop. Geen idee waarom ik het had geprint en in m’n agenda had gestopt, menigmaal heb ik op het punt gestaan het weg te gooien maar ‘iets’ (God?) hield me tegen. Ik morrel in mijn tas en mompel dat ik haar wat wil geven.  Het groen gelamineerde velletje doemt op en ik herken dat ene enkele zinnetje

‘Hoop is een lichtje in je hart wat vandaag moed geeft en morgen kracht.’ 

“Ik beloof je, er is echt hoop. Ik weet niet of jij gelooft, maar ik wel en ik zal voor je bidden.”  In stilte kijkt ze naar wat ik in haar handen heb geduwd. Na wat een eeuwigheid lijkt kijkt ze op, ik lees ontroering in haar ogen.  “Dit raakt me.” Het komt haast fluisterend over haar lippen. “Dit raakt me.”

 

En terwijl ze de klas uitloopt vinden de tranen van mijn hart een weg naar mijn ogen.

Leerlingen & complimenten

blaadje 1Chaos – iedereen loopt alle kanten op – tassen verstopt onder de tafels – opgewonden gekwetter en geklets – geroezemoes en fluisterend overleg – enthousiaste ‘Oh’s en Ahh’s ‘ : M’n leerlingen zijn bezig met een complimentensafari. Op het programma staat een reeks lessen over het belang van complimenten, het herkennen van kwaliteiten en leren het leven positief te beschouwen. In plaats van kaal de theorie door hun strot te douwen onderwerp ik ze eerst aan een stel oefeningen waarbij emoties als twijfel, verwondering en blijdschap inspelen op hun geluksgevoel. En gelukkig werkt het … Naarmate de les vordert stijgt hun enthousiasme en vrolijkheid.  Een sprankelend geluksgevoel waait door de klas.

 

Complimenten werken verbindend. Iemand een compliment geven is niet alleen goed voor de ontvanger, ook de gever heeft er baat bij. Complimenten, groot en klein spelen een belangrijke rol voor wat betreft de eigenwaarde en (zelf)vertrouwen. Complimenten troosten, bemoedigen, geven hoop, moed en kracht. Complimenteren maakt dat de ander zich gezien en gewaardeerd voelt. Complimenteren maakt dat je je richt op de positieve kanten, op de kwaliteiten, op dat wat je zelf mooi, leuk, lief of bemoedigend vindt. Complimenten doen je positiever in het leven staan.

Daarom deel ik op school graag en veelvuldig complimenten uit… In het begin voelde het onwennig en soms zelfs een tikje nep. Soms moest ik een stukje onzekerheid overwinnen om iets te durven zeggen. Maar ik zag dat het ze goed deed, hoe simpel of klein het compliment ook is, je ziet een leerling toch een beetje groeien wanneer je uitspreekt wat je opvalt, wat je ziet…  “Heey, wat zit je haar leuk!” “Zo, ik kan merken dat je goed geleerd hebt, knap van je!” ” Zo, jij ziet er mooi uit vandaag!” ” Ik ben zo trots op je!” “Hoi knapperd, wat leuk dat jij weer in m’n les bent, kom je gezellig voorin zitten?” “Ik wil je even zeggen dat ik je onwijs lief vind, ik heb gezien wat je voor x gedaan hebt, zo lief! Je bent een mooi mens.”  Mijn pauzes gaan soms helemaal op aan complimenteren (en kletsen met leerlingen :P) maar het geeft me energie, maakt me vrolijk en het creëert ook nog een band tussen mij en de leerlingen.

 

blaadje 2Vandaag zette ik mijn klas dus aan het complimenteren. Elke leerling schreef zijn naam in dikke letters op een blad. Met de pen in de hand kregen ze de opdracht om voor elke klasgenoot een gemeend compliment te bedenken en op diens blad te schrijven. Maar – er mochten op 1 blad geen 2 dezelfde complimenten staan. Aanvankelijk schuifelen ze een beetje nadenkend heen en weer, ontdekken ze dat ze elkaar misschien toch niet zo goed kennen als dat ze dachten. Vervolgens ervaren ze dat het niet zo vanzelfsprekend is om iets positief uit te spreken: er is soms een flinke dosis moed voor nodig.  En dan komt het … bij elk compliment wat ze schrijven ontkiemt een zaadje van geluk en groeit de dosis lef. Steeds enthousiaster bedenken ze nieuwe, onuitgesproken, positieve dingen van elkaar. Het gaat er steeds vrolijker aan toe en met plezier lezen ze elkaars complimenten, er wordt gelachen en gegiecheld, geglimlacht en gegrijnsd.

 

blaadje 3Aan het eind van de les, wanneer alle leerlingen hun blaadje met schrift opruimen en de klas uit verdwijnen, verschijnt er een blaadje op m’n bureau. Ongemerkt heeft 1 van mijn pupillen een a4tje met mijn naam tussen die van de anderen gelegd. Wat een schat.

Op mijn keukenkast prijkt nu dit blaadje vol met woorden die me bemoedigen. Complimenten die mijn hart raken, mij me gewaardeerd doen voelen en mijn geluksgevoel verhogen. Ik wilde m’n leerlingen een belangrijke levensles meegeven en ik kreeg er een bemoediging van jewelste voor terug. Wat een heerlijke baan heb ik toch.

 

Science of happiness

Over een paar weken mag ik mijn 4 havo leerlingen lesgeven over ‘geluk’.

Notabene ik… Ik die overgevoelig ben geweest voor somberheid en depressie. Ik met de burn out van nog maar een paar jaar geleden wat het zwaarste dieptepunt ooit was. Ik die er 35 jaar over heeft gedaan om eindelijk een soort van gelukkig te kunnen zijn met mezelf.

Gelukkig met mezelf – dat maakte echt ‘n verschil! Tussen haakjes, ik heb het nu even over hoe ik ben, inclusief kwaliteiten zowel als valkuilen. Qua uiterlijk ben ik ‘iets’ minder gelukkig 😅. Dus wie mij wil sponsoren voor wat cosmetische ingrepen kan zich direct melden: ik ontvang u hartelijk. Nee, grapje (niet echt maar toch 😅).

Anyway… Ik mag lesgeven over geluk en over dat wat je gelukkig maakt. Een gedegen voorbereiding was en is dus op z’n plaats. Zo kwam ik tijdens wat onderzoek terecht bij een prachtige reeks filmpjes van Science of happiness waarbij op semi-wetenschappelijke wijze uitgezocht en getest wordt wát een mens nou gelukkiger kan maken. En rara 1 van die filmpjes benadrukt het belang van ‘dankbaar zijn’ als geluksverhogend aspect.

Dus wat ga ik mijn stuudjes leren? Het belang van ‘Je zegeningen tellen’! Nou zo zou het in tale Kanaäns weerklinken… Ik verpak het uiteraard iets anders.

Maar denk nou eens zelf: hoe kan je dankbaarheid aanleren? Hoe train je jezelf om je dankbaarder te voelen? Hoe moet dat, je zegeningen tellen? Het klinkt veel simpeler dan dat het in werkelijkheid is…

Wanneer je geluksgevoel je in de steek laat is het helemaal niet zo vanzelfsprekend om een lijstje te maken van alles waar je wél dankbaar voor kan zijn. En zelfs als het je lukt om zo een waslijst aan kleine dingen op te schrijven… Wat dan nog?

Afgelopen weken heb ik menigmaal liggen janken, gillen, kronkelen en kermen van de pijn. Wanneer de pijn daalde tot een min of meer ‘verdraagbaar’ niveau kon ik vaak niets meer dan alleen maar liggen. Soms kon ik niet eens uit bed om naar wc te gaan. De pijn vermorzelde haast elk grammetje geluksgevoel. En toch was daar mijn echtgenoot die me troostte, waste, mij m’n medicatie toediende, het huishouden overnam… Zoon 1 ondersteunde hem en mij waar hij kon. Wanneer manlief weg moest voor z’n werk was het mijn zoon die me uit bed tilde en me naar de badkamer hielp… Zoon 2 kwam regelmatig even bij me op bed zitten, leidde me wat af, maakte me lekkere broodjes, thee of wat anders. Tijdens de pijnaanvallen was het onmogelijk om ‘dankbaar’ te zijn… Ik moest de pijn zien te overleven… Maar wanneer het ook maar kon bleef ik mezelf en hen benadrukken hoeveel mazzel ik met ze had. Ik appte erover, blogde erover, vertelde het aan iedereen die me vroeg hoe het ging. En belangrijk: ik bleef het tot in detail aan mijn 3 heren benoemen. “Dank je dat je me (weer) tilt.” “Dank je dat je de moeite neemt me te wassen.” “Dank je dat je naast al je werk ook zoveel voor mij doet.” Dank je voor …

Dankbaarheid zit hem niet in het maken van een zegeningenlijstje. Dankbaarheid zit hem in het elkaar benoemen wat je waardeerde en waarom, in het vertellen wat het met je doet en deed, in het openlijk erkennen en accepteren dat de ander je aanvult waar jij niet meer kan…

“Tel je zegeningen 1 voor 1.” Klinkt zo wel heel anders hè?

Kijk vooral het filmpje van Science of Happiness wat me inspireerde. Voer eens dezelfde opdracht uit: neem een persoon in gedachte die belangrijk voor je is en schrijf een kantje vol met waarom precies. Benoem karaktereigenschappen waar je van houdt, acties die je waardeerde, wat je ziet aan inzet en moeite voor jou … Beschrijf niet 1 tekortkoming tenzij het er een is waarvan je geniet…Noem voorbeelden en hoe jij je daarbij voelde. Schrijf een heel kantje vol en eventueel meer als dat je lukt.
En dan… Bel die persoon op of meet hem of haar face to face om alles wat je schreef voor te lezen. Uit je dankbaarheid!

Pijn, verdriet en omstandigheden zullen er niet door verdwijnen, maar je geluksgevoel heeft behoorlijk meer kans van overwinnen. Dit was duidelijk te merken aan de proefpersonen in het filmpje.

Maar ik kan het je ook uit recente ervaring zeggen: het is best gek om te huilen van de pijn maar op een rare aparte manier toch gelukkig te kunnen zijn.

Try it!

IMG_5009.PNG

vandaag is het wonderdag

kalmaandagEen dag als geen ander, en toch weer hetzelfde stramien. Het onlangs hernieuwde ritme baant zich haastig een weg naar een bekend patroon. Alles is anders,  niets is veranderd.  De kop is eraf, het begin is begonnen, kennis gemaakt: rust gestaakt.

De start was vurig, vol passie voorbereid. De weken ervoor hadden tot energie geleid. Het nieuwe wordt nu oud, het oude vertrouwd.

316 nieuwe gezichten. Evenveel namen, verhalen, syndromen en dromen. Nieuwe collegae komen er nog bij, andere methodes sluiten de rij. Allen lijken ze te schreeuwen “Aandacht, Aandacht, denk aan mij!” Mijn hersenpan stoomt op vol vermogen, doet een aanslag op mijn lijf. Rust zoeken is noodzakelijk, dat staat buiten kijf.  Maar buiten kijf staat buitenspel: eerst nog die ouderavond, erna een werkweek met klas 1,  de nieuwe methode kan niet wachten en elke les dient voorbereid… nogal logisch dat ik mijn huishouden mijd.

 

Gister sloeg vermoeidheid als de man met de hamer. Genadeloos veegde ze de vloer met me aan. Afgepeigerd, afgemat en afgedraaid sleepte ik lijf en leden naar de genade van mijn kussens en de  sereniteit van het o zo heerlijke dekbed. Maar vrouwe rust liet, gehinderd door gedachten, eindeloos op zich wachten.  Ik zocht mijn heil bij een neut. Het werden er twee, en nog een geut.

 

Vanmorgen, bij het tergend geluid van ontwaken beloofde ik mezelf een middag van slapen. Ik zag op tegen dat wat komen zou. Waar moest ik de energie gaan halen? Gelukkig een korte dag. Slechts 3 lessen. Slechts 2,5 uur. Slechts 87 leerlingen met bijhorende namen. Slechts 17 collegae. Vandaag zelfs maar 1 methode.  Ik beloofde mezelf “Het is zo voorbij. Dat bed met die kussens is straks helemaal voor mij.”

Dan komen ze binnen, zie je die gezichten, net zo vermoeid om aan deze dag te beginnen. Ik las het in hun ogen:  de moeite met deze zoektocht naar routine, het lastige wennen aan het hernieuwde ritme, het moeilijk accepteren van datzelfde stramien.  Ik kon het niet laten, boorde alle restjes aan. Ook vanmorgen ging ik er vol tegenaan. “Moeite met dit? Ik help je even.” “Hoofdpijn, laat me je een glas water geven.” “Die leraar heeft de pik op jou, leg me uit, hoe kan dat nou?”  De bel klonk maar ik ging door. Een kopietje hier, een mailtje daar, nog even een luisterend oor. Intussen waren ruim 5 uur voorbij gevlogen. Verbazingwekkend. Ben ik misschien bevlogen?

 

Een dag als geen ander en toch hetzelfde stramien. Alles is anders, niets is veranderd. Het nieuwe wordt oud, het oude vertrouwd. Het is maar dat ik van het onderwijs houd.

Gemeente Westland ‘parkeert’ gebrek aan veiligheid

 

VerkeerOngeveer anderhalve week geleden melde ik (wederom) het nijpende parkeerprobleem bij de gemeente. Het parkeerhaventje wat achter de bosjes bij de voordeur ligt kan 6 auto’s herbergen. Ruim 10 woningen kijken uit op dit pleintje en van ruim 12 huizen pogen de bewoners hun auto’s hier te stallen. Als je er dan bij optelt dat wij niet de enige zijn met 2 auto’s … een uitdaging dus.

Natuurlijk willen we ook wel iets verderop in de straat parkeren. Alleen staan daar weer andere huizen, met andere bewoners die ook allemaal 1 of 2 auto’s hebben.  Ook de lange Rubenslaan staat merendeel van de tijd bomvol.  Vooral ’s avonds kan je nergens meer parkeren … behalve dan op de stoep. Als ik zo gok staan er ’s avonds – in een straal van 30 meter rondom ons huis- minimaal 6 tot 8 auto’s met grote regelmaat verkeerd en hinderlijk geparkeerd. Ook ik. Maar je kunt nergens anders staan.

 

Toen onze auto voor 2 jaar terug in de fik gestoken werd (deze stond toen ook op de stoep geparkeerd) hadden we enorm mazzel dat de helft van de buren pleite was. De brandweer kon de straat in! Voor hetzelfde geld was dit heel anders geweest en was het niet alleen onze auto die was uitgebrand maar een compleet huizenblok.

Een tijdje geleden was een buurvrouw onwel. Maar de ambulance kon niet tot bij het huis komen. Ambulanciers hebben haar zelfs met brancard en al over de verkeerd geparkeerde auto’s getild. Ze had geen 100 kg moeten wegen …

Zo zijn er voorbeelden te over … en na het brancardvoorval kreeg de gemeente eindelijk door dat er wat moest gebeuren. Maar nee, niet de oorzaak van het probleem wordt aangepakt. De harde werkers in de buurt die zich tot ’s avonds laat voor de samenleving van DIT WESTLAND hadden ingezet konden ’s nachts nergens meer parkeren en zetten zich zoals altijd op de stoep. ’s Ochtends, toen merendeel van de andere harde werkers zich naar hun werk hadden begeven kwam de gemeentebeambte. … ‘Wat is het probleem? Parkeerruimte genoeg!’ en hoppa de slapende foutparkeerders kregen een waarschuwing met de belofte op een boete mocht het weer gebeuren. Zucht.

 

Dus net als een paar jaar geleden trok ik vorige week weer aan de bel. Ik zie namelijk wel mogelijkheden. Zo zou de straat 1 richtingsverkeer kunnen worden en kan een deel van de stoep en straat opgeofferd worden voor parkeerhavens. Een goede architect zou zijn oog kunnen werpen om bepaalde delen te herinrichten. Nouja, ik zie al dat als er een stel lantaarnpalen 2m naar achter gezet worden en er wat groen verplaatst zou worden, dat er zo’n 6 tot 8 parkeerplaatsen bij kunnen … en het groen – wat er niet meer uitziet omdat de gemeente bezuinigd op snoeien en opruimen- is met haar overwoekerde en onkruid liefhebbende status toch een doorn in het oog voor menig bewoner. Datzelfde groen is her en der zo volgroeid dat je op straat niet eens meer goed zicht hebt op wie er van de andere kant aan komt … dus hoezo groenbeleid? Dus, vol goede moed, schreef ik de gemeente. Ze bleken zelfs een leefbaarheids app te hebben wanneer je wat wil signaleren. Maar geheel ouderwets via hun site, volgde ik keurig de aanwijzingen over wat, waar en wie het ging … en diende -binnen het maximale aantal van 1000 woorden!- mijn signalement in.

 

Maar nee hoor. Alle hoop is weg. Net werd ik gebeld door meneer M. Vogelaar (als ik de naam goed gehoord heb).  Laat me wat flarden delen uit een niet zo constructief, soms nogal verhit, doch – ergens- ook wel amusant gesprek:

“Maar op de Rubenslaan is nu toch noch genoeg parkeerplaats?” (Klonk alsof hij er op het moment van bellen stond.)

“Euh, nee, en vooral niet ’s avonds. En je mag niet parkeren bij een kruising of in een bocht – laat die laan daar vol van zijn.”  (Lees: het probleem in de directe buurt werd in ieder geval erkend, verderop ontkend.)

 

“Ja, maar het is een landelijk probleem.” (Later herhaalde hij dat dit een probleem was in héél het Westland.)

“Euh, dus reden te meer om er wat aan te doen?”

“Je kunt dit probleem toch nooit oplossen, sommige bewoners hebben wel 5 of 6 auto’s.”

“Nou, beetje overdreven, maar dan nog, de gemeente kan pogen het probleem in ieder geval te verlichten i.p.v. op te lossen.”  (Lees: probleem groter maken dan het is, loskoppelend van mij als persoon en eindigen in fatalisme)

 

“Ja maar, de gemeente heeft als beleid dat groen niet opgeofferd wordt voor parkeerruimte.”

“Behalve dat het beleid (uit 2006 gebaseerd op cijfers uit 2003!!) misschien nodig geupdate moet worden, zou het groen ook verplaatst kunnen worden. Laat iemand kijken naar een efficiëntere herindeling.”

“Ja maar, dat groen is niet mijn afdeling.”

“O maar ik begrijp dat de gemeente verschillende afdelingen heeft, maar het overkoepelende orgaan ervan heet ‘gemeente’, en er zal daar vast wel ruimte voor samenwerking zijn.” (Lees: afschuiven van het probleem.)

 

“We kunnen er onmogelijk wat aan doen.”

“Ik begrijp dat er heel wat obstakels overwonnen moeten worden, maar ik zou het fijn vinden wanneer er gedacht wordt in uitdagingen en mogelijkheden i.p.v. in onmogelijkheden. Kijk naar wat wel kan.” (Lees wederom fatalisme – of een gebrek aan inzet – wat u als lezer wil.)

 

“Het probleem van veiligheid ligt niet aan de gemeente, maar het fout parkeren van de bewoners.”

“Ik begrijp dat op de stoep parkeren niet mag en dat wanneer hulpdiensten ergens niet kunnen komen, dat door de auto’s komt – die NERGENS anders kunnen staan- maar ik signaleer een veiligheidsprobleem waar de gemeente mogelijk wat aan zou kunnen doen. In ieder geval in mijn ogen.”

“Ja, maar we moeten op allerlei vlakken inkrimpen.”

“Dus eigenlijk zegt u dat geld boven veiligheid gaat?”

“Nee, dat zeg ik helemaal niet.”

“Impliciet dus wel.”

“Helemaal niet.” (wel, niet, wel, niet, … :P) (Lees afschuiven van de oorzaak- of nee, geniet gewoon van de hilariteit van het volwassen gewelles genietes.)

 

 

Anyway het draaide nergens op uit. Alle ideetjes die ik aandroeg (wat mijn baan niet eens is om daarover na te denken- dat was volgens mij toch echt zijn job) werden zonder pardon de goot in geveegd. En natuurlijk snap ik ook wel dat er bezuinigd moeten worden, dat niet alles zomaar kan omdat een gegoede burger wat woorden op papier krabbelt…. Maar bewoners middels parkeerboetes gaan laten betalen omdat je er zelf voor kiest niet te investeren of herverdelen, dat kan niet. Heeft geen nut.  Trouwens, ik vraag me even af: als de gemeente op de hoogte is van een veiligheidsprobleem (al dan niet veroorzaakt door ongehoorzame foutparkerende burgers die op hun beurt de gemeente om hulp hebben gevraagd zodat ze niet ongehoorzaam meer hoeven te zijn) en de gemeente weigert het probleem aan te pakken, kan de gemeente dan aansprakelijk gesteld worden bij ongevallen ed.?

 

Enfin. Ik vond het gesprek stiekem behoorlijk amusant, vooral omdat ik op elk argument een tegenargument had en het heerschap aan de ander kant van de lijn er niks van of mee kon. Tot het moment dat hij me te persoonlijk werd:  “Het is aan de gemeenteraad om besluiten te maken, niet aan mij, en er zijn verkiezingen geweest en u had kunnen kiezen…”

“Bent u nu de oorzaak van het probleem op mij aan het afschuiven omdat ik niet goed gekozen heb?”

“Nou, ik rond dit gesprek af, mijn volgende afspraak staat voor de deur.”

“Euh, u koos ervoor mij te bellen, en nu heeft u geen tijd?”

Nee dat had hij dus niet. Dat was het moment waarop ik pissig werd en heb opgehangen.

 

Zoals manlief zei ‘Ach, sommige mensen zijn niet zo communicatief ingesteld.’  Euh – nee, inderdaad niet. Ze hadden beter mij kunnen aannemen, ik weet het toch altijd beter… Oh nee, daarom zit ik al in het onderwijs. 😛

 

 

owja: critici: lees mijn disclaimer.