Het leed wat ‘seksueel actieve puber’ heet

redenenvoorseksVrolijk om elkaar heen dansend stonden ze daar. Enthousiast alsof ze net een trofee hadden behaald. “Zullen we het haar vertellen” “Nee, joh, nee!” “Waarom niet, kom op?!” Met een smile van oor tot oor laten ze me duidelijk merken een geheim te hebben. Natuurlijk hap ik. “Nou, vertel, wat is er aan de hand?” “Nee, het gaat over X, het is veel te erg om te vertellen!” Het wordt gezegd met een overdreven stuiterende glimlach. Nietsvermoedend zeg  ik ze nogmaals  “Kom op nou, wat mag ik niet weten?” “Nou, als we allemaal 1 zin vertellen, ik ga het niet alleen zeggen…” De 15jarige 3de klasser wipt van het ene been op het andere terwijl hij zijn klasgenoten opjut om samen hun geheim te verklappen.

En dan komt er een verhaal wat me met m’n oren doet klapperen. Slechts  één keer eerder in 12 jaar onderwijs was ik zo van m’n stuk… Destijds was het omdat een 16 jarige dame huppelend m’n lokaal betrad met de enthousiaste mededeling: “Juf, Juf, ik ben dit weekend ontmaagd op de toiletten van Sixflax.” Slik. Daar sta je dan als docent. Al je goed fatsoen, al je normen en waarden, je complete voorbeeldfunctie wordt á la minuut zwaar op de proef gesteld.  “Oh … zo … Euh, tja, wat vond je ervan?” “Helemaal geweldig juf! Ben zo happy!” “Euh, tja, nou, fijn voor je.”

Nee, ik geef dan geen moralistische preek. Nee, ik wijs dan niet op voorbehoedsmiddelen op eigenwaarde of het belang van liefde. Dat zou geen enkel nut hebben.  Liever hou ik de deur van vertrouwen open voor als er iets ergs is …

 

Wat de heertjes me deze week te vertellen hadden was een ware test voor wat betreft mijn psychologisch inzicht,  mijn  reactievermogen en mijn vermogen om zowel empathisch als tactvol als onderwijzend en terechtwijzend te reageren in één. Zucht. A la minute was ik zomaar middenin een mijnenveld beland.

Waar het over ging? Ik zal u de details besparen maar de één had met een grietje gezoend, haar laten vallen, leerling X had haar opgeraapt en ze hadden ergens op een bed van alles uitgevreten…Weer een andere dame had ‘geslikt’ – dat wilden alle meiden toch? En ow ja, leerling X had in de whappgroep van de heren ondoordacht de details van zijn en haar uitvreterij gedeeld. De knullen waren veranderd in hormonaal gefrustreerde haantjes, pikkend op die ene kip…

Even een waas voor m’n ogen. In mijn achterhoofd alarmbellen voor wat betreft de kwetsbaarheid van de dames in kwestie. Voor mij de schaamteloos klikkende pubers. “Waarom vertel je mij dit? Sowieso, dit vertel je toch niet aan een leraar?” “Ja, maar u bent anders. “ “Hoe gaat het nu met meisje Y? Hebben jullie wel door hoe kwetsbaar meiden zijn?” “Ja maar meiden willen dat! Ze willen gewoon slikken” *handgebaar*   … “Sorry hoor, maar weet je hoe dit voor meiden is? Heb je enig idee?” Geen antwoord. “Nou, wanneer je ’s avonds weer bezig bent, hé, vang je kwakje dan eens in een kopje op en slik het zelf door!” –Verbijstering daalt neer – “En dan moet je weten dat je nog niet de smaak van een ongewassen piemel proeft die overdag diverse keren naar wc is geweest  en waarvan de druppels nog tussen het vel plakken.”  – Blikken van afgrijzen –   …

 

Ze zijn 14 en 15 maar seksueel meer dan actief. Ik voel me oud. Toen ik in 6 VWO zat, in een klas met ruim 20 dames en 2 heren, waren er maar 2 dames met ‘het’ bezig … de rest vond dat een schande.  Wat is de tijd veranderd. Ze proberen alles uit, ouders hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. En dat zijn het: kinderen. Kinderen met onvolwassen gedachten, hun sociaal-emotionele ontwikkeling nog verre van voltooid, hun vermogen tot doordacht handelen stuiterend als een ongeleid projectiel tussen de gierende hormonen.

 

En we moeten het allemaal maar normaal vinden … ??

 

 

 

 

Noot: Er volgden uiteraard meer (individuele) gesprekken, er is meer gezegd en gehoord dan hierboven geschreven en ook de meiden ontvingen de nodige zorg.  Vanwege privacy is eea inhoudelijk aangepast.

Bron Foto

Advertisements

Kwaliteit versus kwantiteit

“Mam, je bent gemeen.”
“Ik weet het lieverd, dat is mijn kwaliteit.”

We staan op een camping bij Laxsjön, ergens in Zweden. Voor het eerst in ruim 2 weken hebben we een -soort van- regendag. Vanmorgen lieten we met frisse tegenzin Djupdalen achter ons. Het weer was het er klaarblijkelijk niet mee eens want de warme zonnestralen waarmee ze ons tot nu toe verblijdde veranderde in het jammerlijke gejengel van gemiezer. Ijskoud negeerden we deze meteorologische treurnis en dat hebben we geweten. Het zachte gesnik ging over in dreinend gekrijs en geselde met dikke druppels ons vehicel. Zinloos. Als wij Lindenholsen ons iets in het hoofd halen dan doen we dat ook. Uiteraard nadat we eerst menigmaal, uit eigen beweging,
van gedachten veranderden. Maar als we dan ergens voor gaan, dan werkt tegenstribbelen alleen maar als de overtreffende trap op ons vasthoudend gedrag.

De dreigende wolkenpartij gedroeg zich als een ware peuterpuber naarmate de middag vorderde: dan weer dramatisch donderend gezeur afgewisseld met voorzichtige zonnige glimlachjes door vermoeide tranen heen om te eindigen in flitsend dramaqueengedrag. Voor nu lijkt het erop dat ze compleet gesloopt op de vloer in slaap is gesukkeld. Een paar stapelwolkjes drijven nog dromerig voorbij terwijl de geur van nat gras zich mengt in de nadampende atmosfeer.

Na een relatief korte rit hadden we vanmiddag ons complete kampement in een recordtijd van 20 min opgezet. Tussen de druppels door stoven onze pubers richting het strand om een uur of wat later stinkend naar greppel en gruis weder te keren. Tenminste, zo vertelde manlief mij. Ikzelf had intussen diepgrondig de binnenkant van mijn ogen bestudeerd.

Compleet van de wereld, met ogen vol Klaas-Vaak-zand en met mijn evenwichtsorgaan op standby-stand sukkelde ik richting het keukenblok ergens in het midden van onze sleurhut (maw: naast ons bed). Zoon 1 die net alle hobbit-sporen van zijn lijf had pogen te schrobben in 4 warme minuten liet zich langs me heen op mijn nog warme plekje vallen.

Dacht ik verlost te zijn van het weer denkt een puber me te kunnen tegenspreken… 😳

“Uit mijn bed, schat.”
“Mam, ik wil ff liggen.”
“Jammer voor je, uit mijn bed.”
“Mam, je bent gemeen.”
“Ik weet het lieverd, gemeen is mijn kwaliteit.”
“Nee mam, bij jou is het een kwantiteit.”

Zucht, kreun, steun … “Jurgen!”

(Noot: vakantieblogs zijn altijd (veel) later gepost dan geschreven of beleefd. Wanneer we op vakantie zijn hebben we altijd een trouwe huisoppas, letten onze buren extra goed op en komt broerlief met wolfshond met regelmaat logeren… Desondanks waak ik ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt.)

IMG_4465.JPG

IMG_4467.JPG

Djupdalen here we come!

Twee nachten en 1 dag in Oslo was genoeg voor ze. Verwijt het me niet dat mijn zoons zich soms als ware cultuurbarbaren opstellen, dat ligt geheel aan manlief. Zijn schuld.
Normaal kunnen we ze echt wel porren voor een museum van dit of dat en staan ze te trappelen van ongeduld om op ontdekkingstocht te gaan in wat voor natuurschoon dan ook. Maar helaas. Zelfs de verwoede verleidingspogingen van manlief mochten deze keer niet baten. Geen interesse om richting de Fjorden te gaan, niks geen zin om te kanoën richting zee, stoere Vikingmusea konden hun niet boeien, hun puberbreinen dachten maar aan één ding.

NEE – niet dát ding – zó erg zijn mijn pubers ook weer niet! Hallo – iets meer credits voor mijn opvoedkundige kwaliteiten! 😝

Ze wilden naar Djupdalen.
Vorig jaar, vlak voor en direct na onze vlottentocht, verbleven we op camping Djupdalen: een kleinschalige, gezellige camping in midden Zweden met uitkijk over de Klarälvenrivier waar het idylische boerderijcampinggevoel ruimschoots en weldadig heer en meester is. Het gastvrije welkom van het internationaal samengestelde eigenaarskoppel (hij Nederlander, zij Belgische) die er toen sinds een maand woonden had ons enorm aangesproken. maar vooral ook de rust en de natuur die de camping haast iets feeëriek geven waren hetgeen waar onze heertjes naar verlangden.

Mijn nageslacht mag het schunnig praten dan soms tot een kunst verheffen en ze presenteren zich met enige zeldzaamheid wel eens als compleet onopgevoede haantjes die wedijveren om de meeste aandacht maar stiekem willen ze gewoon … rust. Dus hoe mooi Oslo er ook bijlag, hoezeer het weer ook meewerkte, met welke grandioze avonturen we op de proppen kwamen en ondanks de belofte dat we er na een week alsnog heen zouden; Djupdalen had zich in hun hersenpan gegrift.

Gelukkig toonden ze nog enig spoor van medeleven: (mijn gelukte deel van de opvoeding 😝) in hun ogen lazen we een liefdevol opofferingsvermogen: met hangende schouders bekenden ze schuldbewust dat ze het wel sneu voor vader vonden. Die had immers vol enthousiasme zoveel voor ze uitgezocht dat ze hem niet wilden teleurstellen. -Smelt-

Tja wat doe je dan als perfecte ouder? Hoe kan je je kind zijn rust ontzeggen wanneer hij zo welbespraakt en manipulatief zijn medeleven betoont? Djupdalen bereid je voor, here we come!!

(Noot: vakantieblogs zijn altijd op een -veel- later moment gepost dan dat ze beleefd of geschreven zijn. Ook al hebben we uiterst oplettende buren, een zorgzame huis-oppas en een logeergrage broer met wolfshond: ik waak ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt… )

Sexy opera en oververhitte puberbreinen

Oslo was prachtig. Het Operagebouw, met haar wit gemarmerde lijf, nodigde ons haast dwingend uit haar zijlings te beklimmen zodat ze ons, vanaf het dak, deelgenoot kon maken van haar uitzicht. Ze had nauwelijks last van de zandbak aan haar voeten, waar zongebruinde en van zweet parelende torso’s aan het spelen waren met vele schepjes en graafmachines. Niet dat ik daarop lette overigens.
Het hagelwitte van haar bouw kwam extra goed uit in combi met het strakblauwe pak van de lucht. De hitte die in gouden zonnestralen de omgeving teisterden maakten dat de stenen jurk waar ze zich in had gehuld extra koel aanvoelde en uitnodigend lonkte naar iedere toevallige voorbijganger.

Maar al leken de stralen nog zo goud, de warmte voelde als een dampende sauna waaruit geen ontsnappen mogelijk was. Het vrolijke gestuiter waarmee beide zoons eerder die dag de berg waren afgehuppeld was vervangen door een zeurend voortgesleep. Elke stap herinnerde ze aan hun vochtgebrek en hun stembanden kreunden en kraakten onophoudelijk om ze in dat gevoel te bevestigen.

Niettemin had de Opera een soort van aantrekkingskracht; ze flirtte met zowel de zon, het water als de vele mensen die haar kwamen bewonderen, wetende dat zij de mooiste was. Het was alsof ze haar nek parmantig uitstak, ze haar sierlijk krommende armen in het zand plantte om uit de bouwput te rijzen terwijl ze op koninklijke wijze haar inferieure omgeving negeerde.

In de schaduw van haar halslijn, halverwege haar schouder, vleiden we ons neder zodat de verkoelende straling van het marmer schaamteloos toegang had tot onze edele achterwerken. Energydrankjes werden genuttigd om ons intussen stroperig ingedikte bloed te stimuleren wat vrijelijker door onze aderen te bewegen.
Het bevrijdende effect van het motiverende drankje liet echter op zich wachten waardoor onze ogen zonder enige gêne afdwaalden naar elk stukje rondlopend vlees. Het ene wat aantrekkelijker dan het andere.

Helaas hebben mijn puberale zoons hun kijkers geleerd zich alleen aan zeer verfijnde kost te vergapen – zo liet hun praatorgaan mij puntsgewijs weten.

In een verwoede poging dit duidelijk verwaarloosde deel van mijn opvoeding te herstellen wees ik ze op de diverse rondlopende kwaliteiten der vrouwelijk schoon. Tevergeefs. Elke kwaliteit kende een valkuil met een achterliggende irritatie die zowel zoon 1 als zoon 2 feilloos wist bloot te leggen. Figuurlijk dan. Hoewel, wanneer ik het ze had toegestaan hadden ze met miraculeus herwonnen energie mij hun punten ook letterlijk bloot gelegd.

“Bekijk het als een huis” hervatte ik dapper mijn argumentatie… “Sommige huizen vind je misschien wel heel mooi, al ligt de stijl je niet en wil je mogelijk elders wonen.”

Twee paar holle ogen staarden me met onverhulde verbazing aan. “Wonen?”
“Nou ja, ik bedoel dat er dames kunnen zijn die je wel aantrekkelijk vindt, maar dan zonder dat je iets met ze wilt. Je wil dan, als het ware, niet in ze wonen.”

Als ik al vond dat mijn spitsvondige uitleg ietwat dubbelzinnig over had kunnen komen, de woorden waarmee ze me van repliek dienden versplinterden desastreus alle ruiten van mijn keurig opgebouwde glazen opvoedingsmodel alsof er een complete mannschaft met honderden ballen op had staan schieten om er de wereldcup der scherven te winnen.
Vermoedelijk was het gewoon de Energy die net dit moment uitkoos om hun puberbreinen met een flinke alarmbel wakker te schudden… Niet dat het een geruststelling moet zijn dat die mannschaft ook nog aan de doping was…

“Wonen. Whaha. (Rofl) In een meid wonen. Hebben daarom sommige van die dames tepelpiercings? Dan kan je der scheerlijnen aan rijgen, tentstokken onder zetten en ‘hoppa’ dan zit je in de schaduw. Hebben die dames gelijk ook iets nuttig te doen.”

Ik denk dat we Oslo moeten verlaten. Dat sexy gebouw wat hier schaamteloos ligt te pronken doet mijn pubers overduidelijk geen goed.

(Noot: vakantieblogs zijn altijd op een later moment gepost dan dat ze beleefd of geschreven zijn. Ook al hebben we uiterst oplettende buren, een zorgzame huis-oppas en een logeergrage broer met wolfshond: ik waak ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt…

Noot 2: vanwege -ooit- heersende fatsoensnormen heb ik ervoor gekozen bepaalde terminologie te vervangen door ‘meiden’ en ‘dames’. De onzedige woordkeuze van hedendaagse pubers valt volstrekt niet te tollereren en ik snap dan ook niet dat de minister van onderwijs geen budget vrijmaakt om deze problematiek te vangen in één of ander demotiverend lesprogramma of nog een extra wetgevinkje. )

IMG_4187.JPG

IMG_4186.JPG

IMG_4199.JPG

Vakantie = mijn pubers overdragen …

20140710-173232-63152675.jpg Het schooljaar loopt ten einde… De laatste lesdagen zijn geweest en enkel activiteiten als creatieve workshops, museumbezoek en sportdag stonden deze week nog op t programma voor de leerlingen. Voor ons als docenten is het hyperdruk met alle vergaderingen en het afronden / voorbereiden van eea. Ik draai deze week ruim 12 overuren, zoniet meer…

Het was iig een druk jaar, een jaar waarin ik ingezet werd op een locatie waar ik eigenlijk helemaal niet wilde werken. Mijn voorkeur ging niet uit naar derde klassers maar toch kreeg ik ze allemaal. Ik moest mijn lokaal delen met een leraar die -zacht uitgedrukt- er soms een gore bende van maakt en de plicht van opruimen verzaakt. Maar wat moet, dat moet en dan kan je er maar beter het beste van maken… 😅

Dus dan maar lopend naar het werk, nieuwe lesplannen bedenken en wekelijks het lokaal een sopbeurt geven…

In december kreeg ik de zorg voor 30 mentorleerlingen erbij. De wiskunde leraar die deze taak eerst toebedeeld kreeg moest ‘t wat rustiger doen. Dus inwerken geblazen, alle notities en gespreksverslagen nalezen, rapporten schrijven, oudergesprekken inhalen… En dan ben ik toch echt weer ik: als het gaat om de zorg voor een puber, dan kan ik niks half doen. Gesprekje hier en daar, bemiddelen sus en zo, advies of sturing waar nodig en alles nog een keer – uiteraard – in een continue bemoedigende sfeer.

“Wat doe je nou het beste met een leerling die een ‘oude’ ziel heeft?” Een vraag van een collega die me bevroeg naar waarom en vooral hoe ik mijn pubers zoveel spreek en hoe het kan dat het zo klikt. “Net als bij de rest …” antwoordde ik “… zoveel liefdevolle aandacht geven als nodig en ze altijd in al hun vragen heel serieus nemen. Bereid zijn je pauzes op te geven om écht met ze mee-te-leven.”

Kleine kinderen hebben praktische zorg nodig, die moet je bij de hand nemen en alles voorleven. Bij pubers is dat niet meer nodig… Nee, fout, ze kunnen zichzelf dan wel wassen en kleden maar geen enkele puber kan zonder voorbeelden. Pubers blijven het nodig hebben dat er iemand is die ze de hand reikt. Figuurlijk dan. Iemand die ze uitlegt waarom de dingen lopen zoals het loopt. Waarom ze zich voelen zoals ze voelen, hoe iets zit, waarom iets niet gaat. … Veel te veel pubers worden aan hun lot overgelaten. Nee – vrij laten- noemen ze dat tegenwoordig. En ja, ze moeten ruimte krijgen, maar ze verdwalen zonder grenzen, zonder iemand die ze aan de hand neemt en ze dat laatste stukje naar volwassenheid brengt.
Je daarvoor inzetten kost tijd. Heel veel tijd. Soms moet je over ‘grenzen’ – want smsen met je leerlingen… Oei oei – let op met wat je schrijft! … Of ze een knuffel geven: kijk uit want voor je het weet…! Maar ze hebben het nodig dat je echt contact maakt! En bij de ene leerling is een schouderklopje genoeg, een ander is echter ‘lijfelijker’ ingesteld en heeft nood aan een knuffel… Zo liep ik een keer in de supermarkt en voor ik t wist had ik een stel armen om me heen… (Tuurlijk ben ik altijd heel voorzichtig, wik en weeg ik talloze malen alles wat ik sms … En een knuffel: ip alleen als er collega’s in de buurt zijn – eea openlijk gebeurt en liever niet bij de andere sekse… )

Soms werd ik er moe van, van dat uitkijken en afwegen wat gepast is en wat niet. Dat ik me altijd moet indekken want vertrouwen is er in de maatschappij niet… Maar wat je ervoor terug krijgt is meer dan bijzonder. Ik heb nog nooit zulke waardevolle complimenten gehad als van deze pubers. Ik voelde me zelden meer gewaardeerd dan door mijn derde klassers. Ondanks hun soms zo verveelde houding 😝 werden ze een beetje mijn kindjes… Mijn pubers.
Ze maken fouten bij het leven, maken grapjes op het randje en daar ver voorbij 😅, maar ze zijn zo onwijs innemend!

Het jaar is nog niet voorbij, nog een weekje buffelen voor mij. Dinsdag afscheid van ze nemen – op t strand – en dan draag ik ze met heel veel moeite, over naar een volgende hand.

20140710-173022-63022413.jpg

20140710-173232-63152921.jpg

Over bedreiging, onze leuke buren en het gebrek aan een goddelijke ingeving.

emmer-hoofd_12-11-09“Mam, ik werd net door een jongen bedreigd, hij zou me neersteken!” Zoon 1 komt stuiterend binnen. Hij is nog heel, ik zie geen bloed, haal rustig adem … “We waren aan het fietsen, komt er zo een jochie van 13 voorbij die helemaal begint te schelden enzo … komt ie op me af met ‘Wil je vechten of zo? Ik steek je neer! Vecht dan, durf je niet?’ Maar ik bleef gewoon rustig en heb gezegd dat er een verschil is tussen niet durven vechten en gewoon geen strafblad willen…”

Zoon 2, gevolgd door de betrokken buurjongens, roept vanuit de gang “Ik heb hem van ‘m afgeduwd toen hij begon te slaan! Hij moet van mijn broer afblijven, dus heb hem echt wel een flinke douw verkocht!”  

Uiterlijk blijf ik kalm – uiteraard – maar intussen heeft mijn hartslag gevaarlijke hoogten bereikt, ratelen m’n hersenen op volle toeren en wedijvert mijn emotie met mijn verstand.

 

Het blijkt een knul uit de straat te zijn… Volwassen omstaanders hebben hem weggestuurd zodat zoonlief naar huis kon. Ik denk niet na – dit pik ik niet – “Waar woont die?” Hoogst verontwaardigd en vol strijdlust marcheer ik naar de moeder van dat spul.

Ergens, in die paar meters die onze voordeuren van elkaar scheiden, moet ik ietwat bij zinnen zijn gekomen want het lukt me om zonder verwijt even kort de situatie te schetsen en haar te bevragen naar haar kind. Even deinst ze achteruit. “Ik val je niet aan” zeg ik vriendelijk “Ik beschuldig je zoon nergens van: mijn kids hebben hun ervaring als waarheid en die van jou de zijne … de echte waarheid zal wel ergens in het midden liggen, maar ik dacht dat we als moeders maar beter 1 front kunnen vormen en het lijntje naar elkaar kort moeten houden.” (Waar ik die wijsheid vandaan haalde: ik heb geen idee, noem het maar een goddelijke ingeving.)

 

Buuf 1 blijkt in deze wijk te zijn opgegroeid. Heeft jaren in Den Haag gewoond maar kon nu eindelijk terug. Ze kennen haast iedereen uit de buurt. Haar zoon blijkt echter veel moeite te hebben met het verhuizen van de stad naar dit durp… al zijn vrienden heeft hij moeten achterlaten…  Daarnaast heeft hij een hele geschiedenis van persoonlijke moeiten en hindernissen.  Op school gaat het totaal niet goed, zeg maar gerust heel fout. En als er dan ook nog 5 pubers voor je gek op straat lopen te doen… Je zou van minder agressief worden. Maar moeder belooft hem aan te pakken.. Vervolgens belanden we in een geanimeerd gesprek en ik ontdek dat het echt een stel lieve, leuke, hardwerkende mensen zijn.  Zij hindoestaans, hij katholiek.  Ik vertel dat ik in het onderwijs zit, hier vlakbij werk en dat manlief als dominee maar 1 dag in de week wat te doen heeft 😛 – Dat gegeven is weer direct de aanleiding om het over het parkeerprobleem in de wijk te hebben… over hoe vervelend ze het vind dat buuf 2 hun straal negeert, dat vroeger haar zoon al verboden werd met haar te spelen omdat ze buitenlanders waren … en het idee volgt om een keer een straatfeest te organiseren…  dat doet de sfeer in de buurt misschien goed…

Ondertussen tikt de klok vrolijk 1,5 uur verder en zijn mijn pubers uitbundig en gezellig met 3 andere buurjongens een balletje aan het trappen alsof ze de topspelers van het WK zelve zijn. Het zonnetje schijnt – de lucht was geklaard – een mooi einde van de dag zou je denken…  Ja, tot die buuf 2 naar buiten stuift.  “Rotjongens! Rot op hier! Stelletje aso’s, maak dat je oprot!” 

 

“Oh! Moet je er niet heen?”

“Nee hoor, mijn kids zijn 16 en 14: ik wil eerst even zien hoe ze dit oplossen.”  

Ze schuifelt even zenuwachtig heen en weer. We horen 1 van de jongens (niet de mijne) een brutale sneer geven en zien zoon 1 rustig naar hem toelopen en hem terugduwen tot naast onze schuur, uit het zicht van de kokende dame.  Ik krijg geen kans om trots te zijn dat hij zo rustig en volwassen reageert. “Dat achterlijke gevoetbal van jullie ook! Jullie maken alles kapot met dat gestamp. Rot op hier! Weg met die voetbal. Ga weg!”  

Zoon 1 is weer de volwassene in het geheel – kalm antwoordt hij iets –  al hoor ik niet wat. Maar de club opstandige schooiers wordt door hem ons huis in gedirigeerd. Even is het rustig, lijkt de boel gesust, maar dan komen ze weer ten tonele. Met de basketbal. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is gaan ze wederom helemaal op in hun spel en dribbelen naar hartenlust van de ene naar de andere kant van het steegje.  Typisch autist trouwens… zeg dat hij niet mag springen op de bank en hij gaat vrolijk verder op de stoelen …

Ondertussen loopt buuf 2 giga-rood aan en ontsnappen er wolkjes stoom uit  haar oren. Over de bosjes heen geeft ze me een blik die … werkelijk waar … als het kon was ik op langdurige visite bij Lucifer geweest…  “Ze wacht op je.” Hoor ik buuf 1 fluisteren.  “Wat zou het een stunt zijn als ik nu via de andere kant naar huis loop hé”  “Nou, het is een behoorlijk aparte dame, ik weet niet wat er is met haar … “

Daar ga ik dan – ik waag onderweg nog een afleidingsmanoeuvre “He, jongens, wat zeggen jullie van wat lekkers en wat fris bij ons?” De pubers trappen erin. Buuf 2 niet.  Als een tsunami walst haar tirade over me heen.  Mijn psychologische tactiek van  ‘Oh wat vervelend voor je.’ en ‘Wat lastig dat je dat zo ervaart.’  gaat aan haar voorbij.  De vloedgolf van verwijten blijven in stormachtige golven op mijn schouders breken.  De buurjongen van de hoek trekt het niet en geeft haar een grote mond.  In een reflex zet ik mijn strenge juffenstem op, priem mijn vinger zijn kant op, zet hem op zijn nummer dat hij volwassenen zo niet aanspreekt en vertel hem met een knipoog de weg naar mijn koelkast.  De jongens verdwijnen, helaas geldt dat niet voor de stroom van verwijten aan mijn andere zijde.

“Het is toch werkelijk van den zotte dat ze hier in dit steegje moeten spelen?”  en “Bla bla bla” (Sorry er kwam ineens pieptoon waardoor ik niet alles hoorde wat ze zei.)

Anyway, ik schat in dat het geen nut heeft te argumenteren met het feit dat er nergens anders plek is, overal auto’s staan en dat de heertjes eigenlijk heel leuk en sociaal bezig waren, dat ook pubers hun ruimte nodig hebben, al is de bebouwing nog zo krap…  Dus hou ik het bij: “Ik vind het heel vervelend voor je, maar ik deel je mening helaas niet.” Oeps, fout geantwoord “Bla bla bla!” Weer reageer ik heel rustig met  “Tja,lastig, maar ik kijk er toch anders tegenaan.”  Haar ogen knijpen zich dicht, haar stem verlaagt zich dreigend en ze buigt zich met een verwijtende vinger naar me toe “De hele buurt is het met mij eens, wedden? En je kan wel met die asolui daar heulen en lopen smoezelen met die op de hoek maar weet jij wel hoe vreselijk irritant het is om iedere keer dat geluid van die stampende bal te moeten horen?”  

 

Heu? Die lieve hardwerkende buren asolui? Waarom? Omdat ze een kleur hebben? Smoezelen met de buren op de hoek? Bedoelt ze misschien die gezellige afgeslankte beer van een vent die altijd een vriendelijk woord heeft voor iedereen?

Ik moet weg voor ik … wat een … De goddelijke ingeving blijft achterwege terwijl het laatste beetje waardigheid verdampt en het vermogen om christelijk te reageren als sneeuw voor de zon verdwijnt. Ik wil me omdraaien en weglopen maar dan flapt het er toch nog net uit:  “Misschien moet je oordoppen proberen.”

 

 

zucht … dat straatfeest moet maar effe wachten …

 

WWJD: Je kind leren schelden

scheldenHaast iedereen vindt dat het niet mag maar iedereen doet het, de één wat meer of wat grover dan de ander.  Op facebook werd laatst een foto gepost tegen schelden met ‘kanker’. En ik snap het: dit als scheldwoord is kwetsend omdat velen (in)direct geraakt worden door deze rotziekte.

Mijn primaire reactie op de foto was ‘Schelden moet sowieso niet.’ Maar stiekem (vergeef me, ik weet ook niet waarom) stoorde ik me aan het feit dat kanker er als scheldwoord tussenuit gehaald werd. Komen er ook foto’s op facebook tegen schelden met kut, lul, bitch, homo of tyfus? Er zijn op deze wereldbol meer mensen met een lul dan met kanker en ook kut vind ik hoogst ongepast. Dus waarom focussen op ‘kanker’ als we het over schelden hebben? …

Moeten we wel tégen schelden zijn? Schelden is een manier om je eigen boosheid en frustratie te uiten wanneer dat met gewoon overleggen niet meer kan. Door te schelden met iets ‘erg’ laat je de ander (hopelijk) schrikken over hoe intens zijn gedrag je raakt. Schelden is een manier van communiceren wanneer woorden niet afdoende zijn. Vooral voor pubers want juist zij zitten in een fase dat ze moeten leren zichzelf te onderscheiden en daar hoort bij dat ze uitdrukken hoe erg iets ze raakt. Lastig genoeg zijn ze nog niet bij machte om daarbij niet in extremen te vervallen. Dit heeft met hersenontwikkeling zowel als met woordkennis en opvoeding te maken, maar absoluut niet met opvoeding alleen!

Helaas is onze samenleving steeds softer aan het worden. Kunnen we steeds minder hebben. Wanneer iemands gedrag een langdurige, slopende en zeer verdrietige uitwerking op je heeft mag je vooral niet de vergelijking met kanker maken (wat dan  juist het goede woord is.). We leren onszelf en onze kinderen vooral om boosheid in te houden, niet te laten zien hoe gefrustreerd je bent en vooral niet uiten, want dat hoort niet. Met als gevolg dat verontwaardiging en onvrede aan het sudderen gaan en uiteindelijk uitmonden in een uitbarsting van jewelste, een burn out, extreem gedrag, verwijdering of … .

 

Het is misschien een niet zo populaire mening maar ik denk dat schelden per definitie wel ok is. Je moet alleen weten hoe, waarom en wanneer.  De manier waarop je scheldt kan goed of (meestal) fout zijn… niet alles maakt dat schelden geoorloofd is… lang niet elke situatie is geschikt om te schelden.

Jezus schold. Schelden is dus ‘bijbels’. Schelden is christelijk. Nouja, laten we het genuanceerder zeggen: schelden hoeft niet zondig te zijn.  Addergebroed (ouderwetse versie van naaier wat mij betreft) en wit gekalkte graven waren Jezus’ favorieten. In die tijd en die omgeving was het niet ondenkbaar dat je gebeten werd door een giftige slang. Na een beet waren je overlevingskansen erg klein. Adders waren er genoeg en het kon iedereen overkomen… De gemiddelde leeftijd lag ook niet (meer) zo hoog als nu, oorlog en politieke onvrede was orde van de dag en graven werden met enige regelmaat hergebruikt, mede daarom werden ze ook ‘opgelapt’ en witgekalkt: om het mooier te doen lijken dan dat het was, maar aan de binnenkant zat rottigheid (letterlijk). Iedereen had dus (net als met kanker) (in)direct te maken met deze omstandigheden. Toch gebruikt Jezus deze termen om uit te drukken hoe gefrustreerd, verontwaardigd en boos hij is. Van minstens 1 geval is bekend dat hij er ook agressief bij werd en stoelen, tafels ea. tegen de grond aan smeet.  Maar hij koos wel uit wanneer het ‘ok’ was om te schelden. Het hoe, waarom en wanneer zijn cruciaal.

 

Laatst had zoon 2 een soort van verhitte discussie met zoon 1. Hij had geleerd dat iets niet mocht wat zoon 1 wel wou doen. Een derde persoon mengde zich stiekem in de discussie door achter de rug van zoon 2 om, zoon 1 op te stoken zijn zin door te drijven. Zodra ik dit door kreeg maakte ik het ‘openbaar’ en vermaande deze volwassene om vooral niet stiekem deze onenigheid aan te wakkeren. Zoon 2 was diep verontwaardigd, keek de persoon in de ogen en zei ‘Naaier!’. Ik kon er niet boos om worden. Heb hem ook niet terecht gewezen. Hij had gelijk en ondanks zijn niet zo fraaie woordkeuze maakte hij de ander wél gelijk duidelijk dat deze onfair en partijtrekkend bezig was en dat hij zich verongelijkt voelde. Ik was zelfs een beetje trots op hem (vooral omdat hij het bij dat ene woord hield en de situatie daarna liet voor wat het was.) hij had het hoe, waarom en wanneer goed uitgekozen.

Schelden moet kunnen. Net als snoepen. Net als seks. Alleen kan het niet zomaar, altijd of overal en is t lang niet altijd gepast. Maar ‘verbieden’ is net zoiets als je puber ‘verbieden’ junkfood te eten… We kunnen beter onze kinderen leren hoe, wanneer en waarom schelden wel kan. Anders doen ze t stiekem, liegen erover of dragen ze de gevolgen van opgekropte frustratie…
 

Ik ben trouwens wel benieuwd … hoe leer jij je kind zijn boosheid en frustratie (ten opzichte van de ander) uiten?

 

 

Noot:

Voor iedereen die (in)direct met kanker te maken heeft, ik wil met bovenstaande in geen enkel opzicht afbreuk doen aan het lijden en verdriet wat dit met zich meebrengt. Ook ik vind dat de naam van deze ziekte veel te vaak, ongepast, toegepast wordt.

Bron foto: Ad.nl

kernkwadranten in de klas en in de kerk

Kernkwadrant_NLDiverse collega’s vonden het te hoog gegrepen. Ook de teamleider keek me enigszins verbaasd aan dat ik dit aspect in havo en vwo 3 wilde uitproberen. Ooit had hij het een keer geopperd maar niemand geloofde dat derde klassers dit al konden beredeneren.  Toch heb ik het gedaan. Je zou me eigenwijs kunnen noemen maar ik geloof gewoon in hun kunnen. Jonge mensen moeten niet onderschat worden. …

De 4 kwadranten. Wat zijn je kwaliteiten, je valkuilen, je uitdagingen en je irritaties? Leerlingen weten dondersgoed waar ze zich aan irriteren. Ze weten feilloos waar ze de mist in gaan en wat anderen vinden dat ze zouden moeten leren. Nadenken over dát waar ze goed in zijn is over het algemeen nog het moeilijkst van de 4.

De gedachtengang achter deze kwadranten hadden ze eigenlijk direct door. Natuurlijk had ik een stel treffende voorbeelden.  In elke klas zit wel een druktemakende humorist…

Kernkwaliteit: humor – drijf je dat te ver door / weet je van geen ophouden dan is je valkuil dat je niet serieus genoeg kan zijn. Je uitdaging wordt dan ‘serieus leren zijn’ en als je dat te ver door drijft krijg je ‘saai’ – en daar heb je dan ws een hekel aan. Héél herkenbaar voor leerlingen in lessituaties. Want er is altijd wel een docent die ongelooflijk saai is en zich dood ergert aan de oeverloze humor van deze of gene. Met als gevolg dat hij nog saaier en serieuzer gaat doen en de leerling zo eigenlijk forceert om dat nog meer te compenseren met humor.  Echt wel dat ze door hadden hoe dit in zijn werk ging.

Het moeilijke aspect was hun eigen kwaliteiten leren herkennen. En het dan kunnen omzetten naar één van de andere kwadranten. Daar heb je eigenlijk best wel wat woordkennis voor nodig. Maar moeilijk is niet onmogelijk.  En met wat hulp kwamen ze er echt wel.  Soms klopten hun interpretatie van bepaalde woorden niet helemaal, maar dat geeft niet. Hun gedachtegang was ok.  Ze leerden nadenken over zichzelf en over anderen. Over waarom het soms zo lastig is om samen te werken en dat je dan ook bewust kan kiezen om van elkaars kwaliteiten gebruik te maken in plaats van in elkaars allergiezone te blijven hangen.

Het was ook best confronterend voor mij. Want natuurlijk koppelde ik het aan ‘Godsdienst’ en geloofsgemeenschappen. Dat veel mensen zich er juist zo goed bij kunnen voelen wanneer er gekeken wordt naar elkaars kwaliteiten en je geholpen wordt met je uitdagingen.  Maar dat dit ook iets is waar mensen juist op afknappen in geloofsgroepen  en waarom ze zo negatief kunnen zijn over godsdiensten – omdat ze teveel gewezen werden op hun valkuilen, ze verwijten naar het hoofd geslingerd kregen en zich daardoor mateloos ergeren … En zoals altijd ben ik open over mezelf en met een inkijkje aan mijn ervaringen leer ik ze wanneer grenzen worden overschreden en hoe belangrijk het is jezelf in acht te nemen – te geloven in jezelf (yep – coming from me – the worst example ever).

Na mijn laatste les vanmorgen kwam 1 van ‘mijn pubers’ terug naar het lokaal: “Ik vond het een erg leuke en interessante les mevrouw, bedankt!”  – Soms kan ik me emotioneel leeggeven, maar complimentjes als dit geven je toch weer energie.

Ik herinner me een oneliner van Jurgen 2 weken geleden… Dat je de kerk beter ‘uit’ hoort te gaan dan dat je er in ging. Sommige zaken gaan niet voor iedereen op.

Geloofsinstellingen kunnen teleurstellen, mensen kunnen (diep) teleurstellen maar dat dit niet wil zeggen dat je je geloof aan de kant moet zetten of dat God teleurstelt. … Of dat je zelf een teleurstelling bent …  Al voelt het soms wel zo.