Traveling journal 

(Scroll down for English translation) 

Vakantie is voor mij een tijd van rust, reflectie en vooral ook opladen. Erbij kunnen rondreizen is een voorrecht wat me daarbij helemaal doet loskomen van (bijna) alles wat ik thuis achterlaat. 
Al staan op de Ipad enkele honderden boeken, ik sleur alsnog een bigshopper vol aan leesmateriaal mee. Gemiddeld gaat er elke 2 á 3 dagen een boek doorheen. (We zijn nu 7 dagen weg en ik begin aan boek 5). Lezen doet me de wereld om me heen vergeten, brengt me naar andere tijden en mystieke oorden en laat me kennismaken met intrigerende karakters. Wanneer ik lees vergeet ik alles en iedereen om me heen. Een boek halverwege voor een aantal uren wegleggen is not done. Het moet uit… al moet ik tot de ochtend doorlezen. Daarom lees ik alleen wanneer ik vakantie heb.  
Het gekke is dat ik tijdens het reizen haast altijd vroeg wakker word. Normaal hijs ik me ‘s ochtends met moeite uit bed maar niet op vakantie. Het frisse ochtendzonnetje en de serene stilte die alleen door tsjirpende krekels en fluitende vogels onderbroken wordt vormen de perfecte achtergrond om te journalen. Journalen is voor mij een vorm van uitrusten, reflecteren en opladen tegelijkertijd. Onmogelijk om dit op vakantie niet te doen. 
Waar we ook heen gaan, ik neem dus altijd wat spullen mee. In de caravan heb ik een klein kratje -past precies in een bovenkastje- met daarin mn potloden, pennetjes, schetsblok, 2 bijbels en nog wat andere prullaria. 
Manlief slaapt nog…. en ik zit aan m’n tafeltje, mijmerend over dat wat ik lees, denk, voel. Ik ontwerp, schets zoek op m’n telefoon de verschillende vertalingen op, schrijf en teken. Af en toe kijk ik op en geniet van mijn omgeving: gister keek ik nog naar de Finse bergen op dit moment heb ik uitzicht op de Noorse Fjorden. Mooier kan ik ‘t niet hebben.  



(Ik kan dit nu veilig schrijven en posten omdat broerlief vakantie viert in ons huis.)
 

To me vacation is a time of rest, reflection and recharge. Traveling is a privilege that helps me forget about my (home)work, my ‘usual’ worries and leaving everything behind so I can focus on me for a while … 
Though my Ipad holds a few hundred books, I always carry as much paper as I can. The past seven days I read 4 books – no, not small ones! Reading is a way of leaving everything behind, meeting new interesting people, seeing mystical places (yup, I love fantasy) and enjoying true adventures! When I read a book I completely lose track of time, forgetting everything and everyone around me. Relaxation – Rest!   
Strange enough when traveling I always wake up early. (I usually have to drag myself out of bed!) No really, when I say early it like 07:00 in the morning – hubby doesn’t get out until it’s almost noon! And those few hours of silence are my favourite of the day. Birds start singing, early morning sun, a chilli wind, a cup of cheap coffee and a beautiful view on Gods nature. These moments are mine to reflect and recharge. So I journal! 
Wherever I go, I always bring some stuff to journal with me. Now, traveling through Scandinavia with our caravan, I have a small crate that fits perfect in one of the upper cabinets. It contains my favourite stuff. What I brought with me? 2 bibles: one Dutch and the other is my beautiful leather bound ESV interleaved one.😍 A sketchbook, my handlettering notebook, pencils (pastel), fixative, my pens, a few washi rolls, some stickers and stencils. That’s it. But it means the world to me. 
Hubby is stil asleep. I read, contemplate, pray, sketch, design, write and draw. And once in a while I look up to this awesome scenery: yesterday I enjoyed the mountains of Finland. This morning I’m in awe when I look at the Norwegian Fjords. No better way to recharge! 

Advertisements

Veilig  als een leeuw in Sousse…  

 

 Kunnen we ons nog ooit ergens veilig wanen? Wanneer je je leven niet zeker bent in een museum, op het strand of zelfs niet in een winkelcentrum?   

Mijn bible art journaling challenge van Rebekah Jones bracht me vanmiddag bij spreuken 28:1 

Een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw.  

Nu weet ik ook wel dat niemand compleet rechtvaardig is van zichzelf, maar dat is nou het mooie aan Jezus’ offer: door ons geloof in Hem zijn we dat wel!  

Hoe rijmt dit dan met Spreuken 28:1 en de vreselijke toestanden in deze wereld? 

Veilig zijn betekent hier niet dat je nooit verdriet zult hebben, nooit het slachtoffer zult zijn van een aanslag of dat lijden en sterven aan je deur voorbij zullen gaan.  

Een leeuw is de koning van de savanne. Hij staat aan de top van de voedselketen, heeft geen werkelijke vijanden, is de koning te rijk. Waar een hinde continue allert moet zijn voor roofdieren, sluimert en doezelt de leeuw uren achter elkaar zonder angst of onrust. Hij voelt zich compleet veilig. Toch kan ook hij aangevallen worden en ontkomt hij niet aan een gewisse dood.  

Veilig als een leeuw zijn betekent dat we deel uitmaken van Zijn plan en daarmee aan de top van de ‘geestelijke’ voedselketen staan. Zelfs al zou er ons fysiek het vreselijkste overkomen; onze ziel is veilig en geborgen in Hem. Niets kan ons scheiden van de Liefde van de Heer, geen kogelregen, geen bomaanslag; NIETS.  

Waar we dit jaar ook op vakantie gaan, op welk strand we ook liggen, we zijn veilig als een leeuw. 

(Stiekem toch blij dat wij in het noorden vakantie vieren 😅) 

Exponential 

  Je kan deze conferentie ook via webcast in NL volgen… Maar er zelf bij zijn is toch heel anders: je kan thuis genieten van een cdtje maar niets weegt op tegen de ambiance en sfeer van een real life concert.  

Vanmorgen om 8:30 werden we door een team van medewerkers opgewacht: een big smile en een ‘welcome’  van ieder en bij de deur een enthousiaste high five. Heerlijk! Met knallende muziek werd de dag ingeluid. 

Voordeel van alles in real life is niet alleen de sfeer met alle indrukken vandien: je proeft veel meer van de taal en het cultuurverschil inclusief de nuances en achterliggende bedoelingen. In de pauzes tref je de meest uiteenlopende types en kom je in gesprek met mensen van over de hele wereld. ❤️️ 

1 vd workshops werd afgesloten met de opdracht elkaar een gebedspunt te delen en voor elkaar te bidden. Dat kwam te dichtbij voordeze Nederlandse (jaja! Maar wees gerust heb een dubbele nationaliteit dus heb mijn Vlaamse kant niet afgezworen 😜). Dus draai ik me tactvol richting manlief met het voorstel ertussenuit te glippen. Maar voor ik het wist stond er al een dame uit Arizona die met uitgestrekte handen huilend een gebed over ons uitsprak. Dat raakte toch ff. 

Eind vd middag waren we het luisteren wel een beetje zat en smeerden we ‘m richting de kids die al heerlijk in de kajaks op zoek waren naar rondzwemmende alligators. En dat is nog zo een voordeel van conferentie op locatie: geen gedoe met de kids die thuis zitten te klieren. Nope: ze genieten vd zon, het zwembad en de natuur terwijl pa en moe aan het ‘werk’ zijn. En dat we hier ah eind vd middag nog stevig genieten van de zon (en voor de 3de dag op rij pizza) is het zoveelste argument voor deze trip 😉 (Schrijf ik terwijl hier de avond invalt, de krekels tsjirpen, de rivier rustig kabbelt, de wind tussen de palmbomen ruist en we als gezin heerlijk buiten op het terras zitten de genieten vd lome warmte.) 

Anyway… Nog ff een golden margaritha en ik maak me op voor de nachtrust. Morgen alweer de laatste conferentiedag.   

   

(BTW: wie denkt dat ons huis een easy prooi is nu we er niet zijn: mispoes! Behalve een waakhond van een lieve buurvrouw wordt ons huis ook bewoond en bezocht door een stel andere waakhonden + blogs zijn vaak later gepost dan geschreven.) 

Portugese klootviool



Zo, dit hadden we niet verwacht, gehoopt noch gedacht… Al weken verheugden we ons erop ons koude lijf te warmen aan de Portugese zon en ons hart aan pa en ma die daar alweer weken vertoeven.
Veel te vroeg zitten we nu in het vliegtuig weer naar huis. Balen. Het is afgelopen met de opbeurende temperatuur en prachtig blauwe lucht van de Algarve. What happend?

Afgelopen 2 avonden namen we telkens de taxi om de amper 1000meter van de camper naar het hotel te overbruggen. Met al die donkere straatjes die er schots en scheef bijliggen nam manlief het zekere voor het onzekere:  Liever onnodig 5€ uitgeven dan een valpartij van mijn kant riskeren. M’n rug is al niet zo best… Gisteravond wilde ik echter wat rust aan m’n hoofd en gingen m’n heertjes alleen op pad. Het biljartavondje met opa verliep aanvankelijk volledig volgens het verwachtte patroon van lol,  elkaar aftroeven, een glaasje en het besluit om lopend terug te keren naar moeder de vrouw.  Immers als heren heb je geen taxi nodig voor die paar meter en is een nachtelijk wandelingetje juist übergezellig. Dachten ze.  

Ik had net een slaappil geslikt en doezelde al aardig weg toen zoon 1 (of was het 2?) met bezorgde en licht overslaande stem de hotelkamer in haastte om te melden dat papa gevallen was. Het duurde een paar tellen voor ik de ernst van de situatie door had. Bleek gezicht, trage reactie, kapotte voortand en bloedende kin. Dit was niet goed. Dat de kin hechtingen nodig had kon je zo zien maar manlief was meer bezorgd om de kloppend pijnlijke kaak. 
‘Hersenen, nu niet in slaap vallen, bestrijdt de Zolpidem, denk!’  Aankleden, kids het bed in gesommeerd, tas en verzekeringspasje gepakt en met m’n gehavende vent richting de lobby. Taxi besteld en richting het enige medische zorgcentrum van Albufeira wat ‘s nachts ook wat uitvoert. 

Bij aankomst staan we eerst een eeuwigheid te kijken hoe de receptioniste het tragisch traag afhandelen tot kunst verhief. Gelijk betalen … Waarvoor? Geen idee, de eerste dokter moest zich nog laten zien. Ondertussen drupte het bloed op de grond maar op mijn vraag naar een gaasje kreeg ik een dermate ongeduldige blik dat ik de madame het schoonmaken zo gunde dat ik de neiging moet bedwingen om met manliefs kin te schudden om er een hele straal uit te knijpen. De trut had mazzel want met één blik op mijn wederhelft won het medelijden. 
Eindelijk werden we door een ongemotiveerd verpleegstertje een kamertje in gedirigeerd. Dokter komt binnen, stelt zich niet eens voor, wacht amper af tot manlief klaar is met de uitleg, mompelt wat in het Portugees en loopt weer weg.

 ‘?? Euh, en nu?’ Na weer wat wachten komt de griet sloffend terug en legt naald en draad op een plateautje naast het bed.  Met grof geweld begint ze vervolgens de kin schoon te wrijven. Kreunen van pijn en tranende ogen activeren à la minute elk beschermend instinct in m’n lijf en bijtend maak ik duidelijk dat ze wat voorzichtiger moet doen.  Had ze niet gehoord: die kaak is waarschijnlijk gebroken?! 
Met een beledigde pruillip gaat ze wat voorzichtiger verder en sloft dan nietszeggend het hokje weer uit …  ‘?? En nu??’ weer wachten… 

Uiteindelijk komt ze de dokter aankondigen die met hetzelfde wrede en geweldadige enthousiasme de kin begint te hechten. Een gil van pijn ontsnapt en mijn ogen ontmoeten een blik vol paniek. “Ho! Easy!” M’n handen schieten vooruit en op pure wilskracht voorkom ik nog net dat ik de barbaar met evenredige onvoorzichtigheid wegduw.  ‘Xray’ bijt ik de halve zool toe. Waarom maken ze in hemelsnaam niet eerst een foto van die kaak? Met niet mis te verstane gebarentaal en het nodige Engels (wat de man toch niet spreekt) maak ik duidelijk dat de kaak waarschijnlijk gebroken is en dat ik een foto wil. Maar nee hoor. Mijn echtgenoot kan nog praten en dus is er volgens deze flutarts niets aan de hand. Mijn blik mijdend maar met wat meer tact hecht hij de kin voor ie zich weer uit de voeten maakt en ons zonder enige info weer achterlaat. 
‘?? En nu??’ weer wachten…  

 Het duurt me te lang dus loop ik de lege gang door op zoek naar het geval wat zich verpleegster noemt. Ik vraag weer naar de foto. Wanneer wordt ie genomen? “Ask doctor.” En ze maakt zich uit de voeten. Waar is die mallemoot? Ergens staat een deur op een kier en ik zie meneer achter z’n bureau. Het lijkt erop dat m’n gezeur effect heeft want met een bevestigende knik zegt hij op z’n Portugees ‘Ten minutes’.  Ik terug naar het slachtoffer en ja hoor, even later komt het miepje ons vragen of we weten waar we moeten zijn voor de Xray. Niet dus.  Ze plant ons voor een dichte deur in een onverlichte gang en zonder een woord te verspillen verdwijnt ze weer. ‘?? En nu??’ weer wachten.  

 Geen stoel om op te zitten. … Het wachten zat klop ik op de deur, geen gehoor. Nogmaals kloppend duw ik de deur van de lege ruimte open, pak een stoel en gebaar mijn grote liefde te zitten terwijl ik uitvogel waar de dokter nu weer uithangt. En dan blijkt de wereld ineens te klein, het hek van de dam, het paard op de gang – of zoiets. Hoe haalde ik het in mijn hoofd via deze gang te lopen!?? Dat de verpleegster zo onnadenkend geweest was geloofde meneer niet en ik kreeg een tirade van jewelste te verwerken omdat ik de doktersgang had gebruikt en niet de route voor patiënten. Volgens mij had hij behoorlijk last van PMS, van waandenkbeelden of whatever … Ik moest en zou via een heel andere route door het ziekenhuis terug naar manlief die welgeteld een paar meter verderop op me zat te wachten. Tsss. Met torenhoge verontwaardiging en net zo hoog opgetrokken wenkbrauwen heb ik hem even vernietigend aangekeken en al lopend richting manlief in het Nederlands gezegd dat hij toch mooi de pot op kon.  

 Uiteindelijk kwam er een wat oudere dame bij, werd ik rustig verzocht even in de wachtruimte plaats te nemen terwijl de foto’s gemaakt werden. Ik toonde me redelijk als altijd en deed wat ze vroeg. Helaas stonden we verdacht snel buiten met de mededeling dat er niets aan hand was, geen breuk te zien, we konden gaan.  

Na een vreselijke nacht stond vanmorgen een kaak op halfzeven en wanneer een dominee niks te zeggen heeft weet je het al: foute boel! 
Gezocht naar een Nederlandse arts in de buurt die ons op zijn beurt weer doorverwees naar een radiologisch centrum waar échte röntgenfoto’s werden gemaakt. De radioloog daar maakte ons al duidelijk dat er wel degelijk een breuk zichtbaar was. Terug naar de meertalige Nederlandse arts die wat heen en weer belde in vloeiend Portugees en ons doorstuurde naar een ziekenhuis verderop. “Wat gaan ze daar doen?” vroeg ik -beducht op een volgende  onverstaanbare klojo van een arts met bijpassende aanhang. Nogmaals een belletje en ja hoor – we hoorden het woord surgery vallen.  Mooi niet hier! Je zal nog zo een Portugese klootviool als arts treffen!  Maar er zat haast achter… Operatie moest binnen 2 dagen… Dus snel verzekering bellen, tassen pakken, afscheid nemen van opa en oma en racen richting t vliegveld in de hoop dat er nog plaatsen in het laatste vliegtuig te bemachtigen vallen.  

En wat kan je dan blij zijn met de luxe dat je een goudkleurige kaart uit je portemonnee kan trekken en dat er zoiets als reisverzekering bestaat …   

Morgenochtend naar een Haagse kaakchirurg en al zou dat ook een klootviool zijn, kan ik ‘m dat in ieder geval in het Nederlands duidelijk maken. 

Kaneelbroodjes op de bbq!

Bakken vind ik heerlijk. Het ontspant me – doet me even nergens aan denken – en de belofte van een tongstrelend papillen-liefhebbend momentje doet me vooraf al zwijmelen.

Zelfs op vakantie wil ik bakken. Maar wat doe je als je geen echte oven in je caravan hebt?
Tuurlijk! Bakken op de bbq! En het kan perfect!
Het enige wat je nodig hebt is -uiteraard- een bbq en een ‘dutch oven’ oftewel een gietijzeren pan met deksel. Nieuw zijn die krengen hartstikke duur maar vroeger had iedereen ze dus kijk ff bij je overgrootoma in de kast of bezoek de kringloop … (Kringloop de Groene sluis in Lelystad geeft haar winst aan goede doelen dus daar moet je vooral naartoe!)

Annyway, ik had er niet aan gedacht een keukenweegschaal mee te nemen dus moest alles op de gok doen.
De basis voor al mn broodjes was standaard witbrood, dat recept heb ik zo in mn vingers zitten… Dat moest zonder weegschaal wel lukken (Gist, water, meel, suiker en zout: what can go wrong 😅) .

Kaneelbroodjes op de bbq:
Het deeg had ik licht aangepast: de helft van het water verving ik met room en ik voegde een flinke scheut vloeibare boter toe om eea zacht te houden mocht het bakken wat heftig gaan. In het deeg deed ik ook een dikke koffielepel kardemom en kaneel. Na de eerste korte rijs (half uurtje) bestrooide ik mn mini-glazen-aanrechtblad met bloem en drukte het deeg zo plat mogelijk in een rechte lap. (Ik had geen deegrol 😁 en sowiezo: drukken op een glasplaat vond ik eng.) De ongeveer een halve cm dikke lap besmeerde ik met een dikke laag boter (margarine of roomkaas kan ook) en dat bestrooide ik met flink wat kaneel, kardemom en suiker. Oprollen tot een worst. Ongeveer 3cm dikke plakken sneed ik eraf en die gingen met de zijkant naar boven de pan in. Allemaal naast elkaar met nog zoveel ruimte om te rijzen dat ze tegen elkaar aan zouden plakken. In die gietijzeren pot liet ik eea nog ruim een uur rijzen op een zo warm mogelijke plek. (Ik heb de pan zelfs 1x een minuut op het laagste pitje gezet om warmte te genereren want het was op dat moment behoorlijk fris.)

De pan had ik vooraf wel voorzien van een dikke laag bakboter (echt dik!) met daarover flink wat bloem. Reden: wanneer eea een beetje aanbrandt dan wordt die laag zwart en niet het brood zelf. De overschot van die bloem klop je na afkoelen zo van je broodje af. Doordat je de rolletjes naast elkaar in de pan laat rijzen kan je ze na het bakken ook makkelijk van het brood afscheuren.

Hoe bak je eea op de bbq:
Wij hadden een mini bbq van de Lidl mee. Ideaal ding en maar 15€! Heeft zn geld deze zomer echt meer dan opgebracht! Er zat zelfs een hitte bestendige tas bij dus qua reizen van camping naar camping kon het niet beter.

Ik (lees: manlief ❤️️) zorgde ervoor dat de kolen flink brandde en legde er 3 stukken hout bij op. Zodra deze goed fikte haalde ik deze weg, legde het rooster erop. Pan op het rooster en het smeulende hout bovenop het deksel.

Afhankelijk van hoe groot je pan is en hoeveel deeg erin zit moet je vervolgens de baktijd een beetje gokken. Mijn pan heeft een doorsnee van ong 25 cm en ik gebruikte amper een halve kg deeg per keer. Ik checkte elke 10 minuten. Best irri want het hout fikte meestal nog of was gloeiend heet. Een met dikke alu-folie bekleedde koekepan deed dienst als kolenbak. Met 25 à 30 min op de bbq vond ik het meestal wel best, daarna liet ik de broodjes altijd nog een half uur doorgaren / afkoelen in de dichte pan.

Let op: tussen de kolen en het rooster moet voldoende ruimte zijn! Er mag geen vlamvorming meer zijn ónder de pan. Dan verbrandt eea.
Ik zette de luchttoevoer ad zijkant van de bbq altijd dicht zodat de kolen langzaam uit gingen.
Het brandende hout bovenop kan je ook vervangen door hete kolen. Alleen moet je er dan wel op letten dat deze niet te snel uitwaaien of afkoelen.

Anyway… Het klinkt vele malen ingewikkelder dan dat het is 😁 – het was zo een succes dat ik vervolgens elke dag brood mocht bakken van mn heertjes. Op hun verzoek ook knoflookbolletjes, pizzabroodjes, suikerbrood, kaasbrood enz gebakken deze vakantie 😄.

Ondertussen geurt het huis nu naar gebakken brood en banaan… Ik poog iets nieuws te verzinnen: suikerbolletjes gevuld met bananacreamcheese… Ben benieuwd.

Foto: uien-bacon scheurbrood en knoflookbolletjes.

IMG_4606.JPG

IMG_4578.JPG

Toiletbenodigdheden

‘Nee’ zei ik stellig.
‘Watje’ antwoorde zoon 1, gevolgd door t commentaar van manlief: ‘Je waardeert daarna welke rastätte dan ook.’
‘Zelfs de schep in de grond is luxer’
‘Die ene daar beneden is ‘t meest te doen. Vooral als je net deo hebt opgedaan.’ Manlief spreekt deze laatste woorden met de boord van zijn shirt over z’n neus getrokken. ‘Als je er bent geweest heb je voorlopig geen last meer van vliegen.’ voegt hij er grijnzend aan toe.

We staan op een wilderniscamping ergens in Zuid Zweden. Het ellenlange koeienpad wat ons caravantje hier naartoe leidde was al een hartverzakking op zich. Dan denk je de bewoonde wereld achter je te hebben gelaten, ben je nog niet in de buurt. De tussen bomen en rotsachtige stenen slingerende kuilenweg leidde ons steeds dieper het oerwoud van naaldbomen, mos en varens in. Eindelijk kwam er een poort in zicht. Het schokbreker ruïnerende pad trok zich er echter weinig van aan en kronkelde rustig verder. Uiteindelijk, na veel te veel gehobbel en gestuiter kwamen we bij een verweerd houten gebouw waar de natuur al jaren overheen probeerde te groeien. Het dak was bedekt met zand, mos en stenen en her en der probeerden struikjes er hun wortels te schieten. Het donkergrijze wolkendek en de miezerige regen gaven het geheel een behoorlijk aftands uiterlijk.
Rechts van ons was een metershoge houtopslag en een geitenwollensokken bejaarde stond een lange boomstam in stukjes te zagen terwijl een spichtig jongetje een poging tot kloven deed.

We hadden ‘mazzel’ – er was nog 1 niet-gereserveerde plek over op de camping. Ik keek even om me heen, zag ergens in de verte een paar verdwaalde tentjes in het bos en boven op de heuvel dacht ik een camper en caravan te spotten… Ergens achter wat metershoge keien. Deze camping vol?

Met stijf dichtgeknepen ogen zat ik naast manlief die onze hut op wielen na wat aanwijzigen het vreselijk smalle bospaadje omhoog sleurde.
Maar nu staan we er: op de geweldige camping die manlief heeft uitgekozen. Bovenop een heuvel met ver voor ons, ergens beneden, de houtopslag.
Er is geen electriciteit en geen stromend water. Wie wil douchen moet ‘s ochtends in alle vroegte 70 keer aan de waterpomp hengelen om met het 80 meter diepe grondwater een solarzak te vullen. (Alsof je dat ding in het bos in de zon kan leggen.)

Water voor thee, koffie of het koken van je piepers: ga maar pompen. Tandenpoetsen, afwassen: ga maar pompen.
Voor het doorspoelen van het toilet moet je gelukkig niet pompen. Het houten hutje is gewoon om een gat in de grond gebouwd. Plank erop, een touwtje met een wcrol erbij en klaar.

Is het nodig te zeggen dat het campingvolk hier een heel ander slag mensen is van wat je normaal op vakantie ziet? Kinderen in zelfgebreide vestjes, ongewassen ogende vrouwen (Ik laat even in het midden of het echt zo is of niet.), baardige mannetjes met wollen trui, korte broek en crocs of Jesusnikes, met opgetrokken vuile sokken uiteraard. De pubers die hier rondwaren vertonen geen van allen enig interesse in hun uiterlijk vertoon. Er wordt continue gerommeld en gerotzooid en iedereen is bezig met zijn eigen drukte. Een wereld apart hier.

Als je het gebrek aan luxe even vergeet is het verder wel een prachtige camping. Je staat niet hutje mutje op elkaar, de omgeving waar je ruimschoots zicht op hebt is adembenemend, je kan vrijelijk kano’s lenen om het meer op te gaan. Het primitieve is absoluut een leuke uitdaging voor onze kinderen en gisteravond laat hebben manlief en ik heerlijk gesudderd in de Finse sauna beneden bij het meer. Voor het opstoken van dat geval moest je wel zelf hout hakken maar we schoven ongeneerd en vriendelijk lachend aan bij de oude Fin die dat werk overdag al had gedaan.

Ik moet zeggen dat het primitieve wel went. Het is maar wat leuk om de hele dag alle lui aan die pompen te zien hangen die een meter of 20 van ons huisje staan. Zoon 1 zaagt en klooft met plezier en zoon 2 stookt met alle liefde het vuurtje voor onze deur wat ons ‘s avonds warm houdt.

Het went echt. Vooral omdat op ons dak een zonnepaneel ons van stroom voorziet en ervoor zorgt dat mn mobiel ten alle tijde opgeladen en wel het internet kan gebruiken.
Het went dus echt… En niet in het minst omdat het stromende water uit mijn kraantjes ook mijn eigen echte schone, welriekende en vliegenvrije privétoilet doorspoelt.
Tja, het went.

Kwaliteit versus kwantiteit

“Mam, je bent gemeen.”
“Ik weet het lieverd, dat is mijn kwaliteit.”

We staan op een camping bij Laxsjön, ergens in Zweden. Voor het eerst in ruim 2 weken hebben we een -soort van- regendag. Vanmorgen lieten we met frisse tegenzin Djupdalen achter ons. Het weer was het er klaarblijkelijk niet mee eens want de warme zonnestralen waarmee ze ons tot nu toe verblijdde veranderde in het jammerlijke gejengel van gemiezer. Ijskoud negeerden we deze meteorologische treurnis en dat hebben we geweten. Het zachte gesnik ging over in dreinend gekrijs en geselde met dikke druppels ons vehicel. Zinloos. Als wij Lindenholsen ons iets in het hoofd halen dan doen we dat ook. Uiteraard nadat we eerst menigmaal, uit eigen beweging,
van gedachten veranderden. Maar als we dan ergens voor gaan, dan werkt tegenstribbelen alleen maar als de overtreffende trap op ons vasthoudend gedrag.

De dreigende wolkenpartij gedroeg zich als een ware peuterpuber naarmate de middag vorderde: dan weer dramatisch donderend gezeur afgewisseld met voorzichtige zonnige glimlachjes door vermoeide tranen heen om te eindigen in flitsend dramaqueengedrag. Voor nu lijkt het erop dat ze compleet gesloopt op de vloer in slaap is gesukkeld. Een paar stapelwolkjes drijven nog dromerig voorbij terwijl de geur van nat gras zich mengt in de nadampende atmosfeer.

Na een relatief korte rit hadden we vanmiddag ons complete kampement in een recordtijd van 20 min opgezet. Tussen de druppels door stoven onze pubers richting het strand om een uur of wat later stinkend naar greppel en gruis weder te keren. Tenminste, zo vertelde manlief mij. Ikzelf had intussen diepgrondig de binnenkant van mijn ogen bestudeerd.

Compleet van de wereld, met ogen vol Klaas-Vaak-zand en met mijn evenwichtsorgaan op standby-stand sukkelde ik richting het keukenblok ergens in het midden van onze sleurhut (maw: naast ons bed). Zoon 1 die net alle hobbit-sporen van zijn lijf had pogen te schrobben in 4 warme minuten liet zich langs me heen op mijn nog warme plekje vallen.

Dacht ik verlost te zijn van het weer denkt een puber me te kunnen tegenspreken… 😳

“Uit mijn bed, schat.”
“Mam, ik wil ff liggen.”
“Jammer voor je, uit mijn bed.”
“Mam, je bent gemeen.”
“Ik weet het lieverd, gemeen is mijn kwaliteit.”
“Nee mam, bij jou is het een kwantiteit.”

Zucht, kreun, steun … “Jurgen!”

(Noot: vakantieblogs zijn altijd (veel) later gepost dan geschreven of beleefd. Wanneer we op vakantie zijn hebben we altijd een trouwe huisoppas, letten onze buren extra goed op en komt broerlief met wolfshond met regelmaat logeren… Desondanks waak ik ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt.)

IMG_4465.JPG

IMG_4467.JPG

Waarom willen we vakantie?

Weten wat je niet wilt is easy. Iedereen kan een waslijst aan dingen opnoemen die ze vooral niet willen; ‘Ik heb geen zin in de afwas. Ik wil niet mee naar de winkel. Ik heb geen zin meer in die, dat of deze. Ik wil niet kaarten. Ik wil niet …’

Weten wat je wél wil, dat is vaak een uitdaging. En dan bedoel ik niet die overduidelijke dingen die nauwelijks realiseerbaar zijn; ‘Ik wil een boot. Ik wil de nieuwste Ipad. Ik wil een peugeot 1.08 😁- liefst voor mn verjaardag – Ik wil … geld, heel veel geld.’

Weten wat je wil binnen de financiële, fysieke en sociale grenzen waar je mee dealen moet, dát is verre van vanzelfsprekend: ‘Jij wil vissen, maar ik niet. Ik wil lezen, wil nu niet mee kaarten, jammer voor je. Ik snap dat jij wil varen maar ons budget / mijn rug / jouw vader. Jij wil, ik wil, papa wil, mama wil… De portemonee wil…’ En wat doe je dan?

Onze vakantie is aan een bepaald budget gebonden. En nee, je hoort me hier niet klagen over de grenzen ervan. Absoluut niet! Ik ben me er uiterst bewust van dat we zeer bevoorrecht zijn ondanks ‘t feit dat ook onze welvaart grenzen kent.
Waar collegae in een kasteel van een huis wonen, bij de AH hun schappies halen en niet nadenken over hoe vaak ze uitgaan of hoeveel ze aan kleding spenderen, wonen wij ‘relatief’ eenvoudig, shoppen merendeel bij Lidl en op marktplaats en sparen het liefst alles op om vooral veel en ver op vakantie te kunnen terwijl zij nauwelijks de grens overgaan. Intussen denken ze dat de dominee van ekwestland veel te veel verdient en vergeten ze dat zijn vrouw , net als zij, in principe meer verdient… Het is maar waar je op let en wat je niet en wél wil met de centen waarvoor je arbeidt.

Wanneer wij op vakantie zijn hebben we alsnog een strikt budget en moeten er met regelmaat keuzes gemaakt worden. Elke dag moeten we met bedrag x zowel ons verblijf, als ons eten als elke activiteit bekostigen. Staat vandaag in het teken van luilakken en crackers eten dan hebben we morgen iets meer om aan een activiteit te spenderen. Maar als we ons bezondigen aan kostelijke luxe, ‘bezuren’ we dat de dagen erna met lui lezen, wandelen en koken uit blik.

Niet dat we klagen hoor, verre van!! We genieten al van een simpel ritje door stad of natuur, een zelfgefabriceerde picknik in het bos, een dagje lezen, hangen of niksen. Wandelen kost ook niks, behalve wat energie en ook de investering in onze opblaasbare kano’s hebben we er nu al dubbel en dwars uit. Ook hier in Zweden doen we onze boodschappen t liefst bij de Lidl en in Noorwegen wist ik dat de Kiwi als supermarkt het goedkoopst was.
Meestal kook ik zelf – die ene pizza (van een halve meter doorsnee) niet meegerekend, en aangezien alcohol hier duur is sleepte de caravan stiekem een maandvoorraad aan wijn, bier, rum en vodka mee. (Hoeveel dat werkelijk is laat ik graag in het midden.)
Manlief heeft het budgetteren tot een kunst verheven en dus kunnen we veel -heel veel- maar lang niet alles. Hoewel, voor het oog zal het soms heel anders (lees: decadent) lijken.

Komt natuurlijk ook door fakebook – euh – facebook. Ik post geen foto’s van onze boodschappenkar bij de Lidl. Van het urenlui ‘hangen’ van ons nageslacht heb ik geeneens kiekjes. Ook de appelmoes, rode kool, noch de stapel boeken redt jhet op social media. Nee, we hebben het online
alleen over de excessen; Oslo, de boottocht, een natuursafari of zoals gister het waterskieën.

Maar ook beleven we allerlei leuke avonturen met megaluxe uitjes, dat is niet persé hetgeen we willen… Ook de talloze ‘kleine’ dingen waar we mateloos van genieten: dat is niet de kern van ons verlangen.

Het allerbelangrijkste blijft voor ons het samen bouwen aan mooie herinneringen. Wat wij willen is het ongestoord en zo optimaal mogelijk genieten van elkaar. En dan het liefst in zoveel mogelijk situaties op zoveel mogelijk plekken. Maar vooral dat samenhorig genieten is waarom we graag zo vaak mogelijk op vakantie willen.
En met dat genieten passeren we niet alleen landelijke grenzen maar overstijgen we elke financiële, fysieke en sociale beperking op weg naar een heel eigen wereld. En in die wereld kan ‘alles’ wat ik ook maar wil.

(Noot: vakantieblogs zijn altijd op een -veel- later moment gepost dan dat ze beleefd of geschreven zijn. Ook al hebben we uiterst oplettende buren, een zorgzame huis-oppas en een logeergrage broer met wolfshond: ik waak ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt… 😇)

20140730-111719-40639290.jpg

Djupdalen here we come!

Twee nachten en 1 dag in Oslo was genoeg voor ze. Verwijt het me niet dat mijn zoons zich soms als ware cultuurbarbaren opstellen, dat ligt geheel aan manlief. Zijn schuld.
Normaal kunnen we ze echt wel porren voor een museum van dit of dat en staan ze te trappelen van ongeduld om op ontdekkingstocht te gaan in wat voor natuurschoon dan ook. Maar helaas. Zelfs de verwoede verleidingspogingen van manlief mochten deze keer niet baten. Geen interesse om richting de Fjorden te gaan, niks geen zin om te kanoën richting zee, stoere Vikingmusea konden hun niet boeien, hun puberbreinen dachten maar aan één ding.

NEE – niet dát ding – zó erg zijn mijn pubers ook weer niet! Hallo – iets meer credits voor mijn opvoedkundige kwaliteiten! 😝

Ze wilden naar Djupdalen.
Vorig jaar, vlak voor en direct na onze vlottentocht, verbleven we op camping Djupdalen: een kleinschalige, gezellige camping in midden Zweden met uitkijk over de Klarälvenrivier waar het idylische boerderijcampinggevoel ruimschoots en weldadig heer en meester is. Het gastvrije welkom van het internationaal samengestelde eigenaarskoppel (hij Nederlander, zij Belgische) die er toen sinds een maand woonden had ons enorm aangesproken. maar vooral ook de rust en de natuur die de camping haast iets feeëriek geven waren hetgeen waar onze heertjes naar verlangden.

Mijn nageslacht mag het schunnig praten dan soms tot een kunst verheffen en ze presenteren zich met enige zeldzaamheid wel eens als compleet onopgevoede haantjes die wedijveren om de meeste aandacht maar stiekem willen ze gewoon … rust. Dus hoe mooi Oslo er ook bijlag, hoezeer het weer ook meewerkte, met welke grandioze avonturen we op de proppen kwamen en ondanks de belofte dat we er na een week alsnog heen zouden; Djupdalen had zich in hun hersenpan gegrift.

Gelukkig toonden ze nog enig spoor van medeleven: (mijn gelukte deel van de opvoeding 😝) in hun ogen lazen we een liefdevol opofferingsvermogen: met hangende schouders bekenden ze schuldbewust dat ze het wel sneu voor vader vonden. Die had immers vol enthousiasme zoveel voor ze uitgezocht dat ze hem niet wilden teleurstellen. -Smelt-

Tja wat doe je dan als perfecte ouder? Hoe kan je je kind zijn rust ontzeggen wanneer hij zo welbespraakt en manipulatief zijn medeleven betoont? Djupdalen bereid je voor, here we come!!

(Noot: vakantieblogs zijn altijd op een -veel- later moment gepost dan dat ze beleefd of geschreven zijn. Ook al hebben we uiterst oplettende buren, een zorgzame huis-oppas en een logeergrage broer met wolfshond: ik waak ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt… )

Sexy opera en oververhitte puberbreinen

Oslo was prachtig. Het Operagebouw, met haar wit gemarmerde lijf, nodigde ons haast dwingend uit haar zijlings te beklimmen zodat ze ons, vanaf het dak, deelgenoot kon maken van haar uitzicht. Ze had nauwelijks last van de zandbak aan haar voeten, waar zongebruinde en van zweet parelende torso’s aan het spelen waren met vele schepjes en graafmachines. Niet dat ik daarop lette overigens.
Het hagelwitte van haar bouw kwam extra goed uit in combi met het strakblauwe pak van de lucht. De hitte die in gouden zonnestralen de omgeving teisterden maakten dat de stenen jurk waar ze zich in had gehuld extra koel aanvoelde en uitnodigend lonkte naar iedere toevallige voorbijganger.

Maar al leken de stralen nog zo goud, de warmte voelde als een dampende sauna waaruit geen ontsnappen mogelijk was. Het vrolijke gestuiter waarmee beide zoons eerder die dag de berg waren afgehuppeld was vervangen door een zeurend voortgesleep. Elke stap herinnerde ze aan hun vochtgebrek en hun stembanden kreunden en kraakten onophoudelijk om ze in dat gevoel te bevestigen.

Niettemin had de Opera een soort van aantrekkingskracht; ze flirtte met zowel de zon, het water als de vele mensen die haar kwamen bewonderen, wetende dat zij de mooiste was. Het was alsof ze haar nek parmantig uitstak, ze haar sierlijk krommende armen in het zand plantte om uit de bouwput te rijzen terwijl ze op koninklijke wijze haar inferieure omgeving negeerde.

In de schaduw van haar halslijn, halverwege haar schouder, vleiden we ons neder zodat de verkoelende straling van het marmer schaamteloos toegang had tot onze edele achterwerken. Energydrankjes werden genuttigd om ons intussen stroperig ingedikte bloed te stimuleren wat vrijelijker door onze aderen te bewegen.
Het bevrijdende effect van het motiverende drankje liet echter op zich wachten waardoor onze ogen zonder enige gêne afdwaalden naar elk stukje rondlopend vlees. Het ene wat aantrekkelijker dan het andere.

Helaas hebben mijn puberale zoons hun kijkers geleerd zich alleen aan zeer verfijnde kost te vergapen – zo liet hun praatorgaan mij puntsgewijs weten.

In een verwoede poging dit duidelijk verwaarloosde deel van mijn opvoeding te herstellen wees ik ze op de diverse rondlopende kwaliteiten der vrouwelijk schoon. Tevergeefs. Elke kwaliteit kende een valkuil met een achterliggende irritatie die zowel zoon 1 als zoon 2 feilloos wist bloot te leggen. Figuurlijk dan. Hoewel, wanneer ik het ze had toegestaan hadden ze met miraculeus herwonnen energie mij hun punten ook letterlijk bloot gelegd.

“Bekijk het als een huis” hervatte ik dapper mijn argumentatie… “Sommige huizen vind je misschien wel heel mooi, al ligt de stijl je niet en wil je mogelijk elders wonen.”

Twee paar holle ogen staarden me met onverhulde verbazing aan. “Wonen?”
“Nou ja, ik bedoel dat er dames kunnen zijn die je wel aantrekkelijk vindt, maar dan zonder dat je iets met ze wilt. Je wil dan, als het ware, niet in ze wonen.”

Als ik al vond dat mijn spitsvondige uitleg ietwat dubbelzinnig over had kunnen komen, de woorden waarmee ze me van repliek dienden versplinterden desastreus alle ruiten van mijn keurig opgebouwde glazen opvoedingsmodel alsof er een complete mannschaft met honderden ballen op had staan schieten om er de wereldcup der scherven te winnen.
Vermoedelijk was het gewoon de Energy die net dit moment uitkoos om hun puberbreinen met een flinke alarmbel wakker te schudden… Niet dat het een geruststelling moet zijn dat die mannschaft ook nog aan de doping was…

“Wonen. Whaha. (Rofl) In een meid wonen. Hebben daarom sommige van die dames tepelpiercings? Dan kan je der scheerlijnen aan rijgen, tentstokken onder zetten en ‘hoppa’ dan zit je in de schaduw. Hebben die dames gelijk ook iets nuttig te doen.”

Ik denk dat we Oslo moeten verlaten. Dat sexy gebouw wat hier schaamteloos ligt te pronken doet mijn pubers overduidelijk geen goed.

(Noot: vakantieblogs zijn altijd op een later moment gepost dan dat ze beleefd of geschreven zijn. Ook al hebben we uiterst oplettende buren, een zorgzame huis-oppas en een logeergrage broer met wolfshond: ik waak ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt…

Noot 2: vanwege -ooit- heersende fatsoensnormen heb ik ervoor gekozen bepaalde terminologie te vervangen door ‘meiden’ en ‘dames’. De onzedige woordkeuze van hedendaagse pubers valt volstrekt niet te tollereren en ik snap dan ook niet dat de minister van onderwijs geen budget vrijmaakt om deze problematiek te vangen in één of ander demotiverend lesprogramma of nog een extra wetgevinkje. )

IMG_4187.JPG

IMG_4186.JPG

IMG_4199.JPG