vakantiewerk

Deze vakantie lijk ik maar niet uit te rusten. Hoe komt dit? Ik heb toch rustmomenten zat lijkt me zo … Vrijdags vertrokken richting familie in België,  manlief zou mijn broer een paar dagen helpen met klussen, maar daar kwam zondag ineens een abrupte kink in de kabel; om 8:00 belde zoon 1 ons op dat de woonkamervloer blank stond. Het water van de badkamer sijpelde dwars door het plafond en langs de muren over onze prachtige houten vloer. Drama. In allerijl naar huis gereden. Zoonlief had gelukkig de hoofdkraan al lang en breed dicht gedraaid, had de vloer gedweild, pannen en emmers neergezet en de kitrand van het bad (waaronder de lekkage zich bevond) al losgesneden. Alles stond klaar dus restte het mijn bevallige echtgenoot enkel een ritje naar de bouwmarkt te wagen voor de nodige spullen. In een paar uur tijd waren de gescheurde leidingen gerepareerd – het drogen zal wal een paar weken in beslag nemen. Pas dan kan het plafond gerestaureerd en de muren opnieuw gesausd worden. De vloer heeft het gelukkig gered. Lang leve teak.  Moe van alle hectiek en spanning hebben we even op de bank gehangen om vervolgens toch maar weer terug naar België te rijden. M’n moeder was maandags jarig dus konden we niet wegblijven. Terwijl Jurgen maandags verder ging met klussen ben ik met m’n moeder en nichtje wezen shoppen. Erg gezellig maar ik werd wel weer geconfronteerd met mijn teveel aan kilo’s. Dus maar weer een lijnpoging gestart. Zucht.

En dan vulde de week zich verder met boodschappen, lees- en regelwerk, huishouden, kleding voor zoon 2 scoren (zijn broekmaat valt in de wat voordeligere winkels gewoon niet te krijgen 😦 grr dus maar diep in de buidel getast en hopen dat hij niet snel meer groeit) en klusjes in en om het huis. Tussendoor kwam onze kersverse (weekend)pleegzoon ook nog een extra dagje gezellig langs – heerlijk zo een volle eettafel + wat hebben we gelachen met elkaar!

Tussen al deze bedrijvigheid door ben ik ook nog druk bezig geweest met de voorbereidingen van de biblejournalingchallenge die we in mei starten. Nu vind ik het heerlijk om te tekenen en te schrijven maar met de deadline van 1 mei zit er toch wat meer druk (en stress) achter … gedachten dwarrelen door mijn hoofd en teveel tabbladen in mijn hersenpan blijven open staan. Van goed (door)slapen is alleen sprake wanneer ik daar wat voor slik, maar hé dat heb ik haast altijd al.

In ieder geval heeft mijn fysio nu wat extra werk want alles zit vast en voelt stijf en stram. Ik had morgen wel naar de sauna willen gaan – blijkt de bon die ik gekocht had verlopen te zijn … grr

 

Mmm, nu ik het zo opsom snap ik wel dat ik niet echt een vakantiegevoel heb, laat staan dat ik me uitgerust voel 🙂 Tja, ligt aan mezelf vrees ik.  Morgen maar eens een strandwandeling maken en manlief overhalen ergens lui een bakkie te gaan drinken ofzo (en daarna nog ff naar mijn lessen voor maandag kijken, de resultaatvergadering van mijn klas voorbereiden en nog wat opdrachten voor havo 4 in elkaar draaien)

Ik zal blij zijn als maandag de werkweek weer start, heb ik weer wat rust 😛

 

en owja: ik heb deze website weer eens van een nieuwe look voorzien 😛

 

15 feiten over het Zwarte Piet debat

  1. Het is niet erg om het met elkaar oneens te zijn. En: mensen zijn het niet met je oneens om je te pesten. Zo belangrijk ben je niet.
  2. Het feit dat een nuance in hoe we ons verkleden op een kinderfeest het belangrijkste debat is van onze tijd, zegt iets positiefs over onze tijd en iets negatiefs over onze prioriteiten.
  3. Het is maar een kinderfeest.
  4. Dat wil niet zeggen dat dit geen waardevolle discussie is. Zwarte Piet is een groot onderdeel van onze cultuur en het is niet erg om na te denken over het invullen van tradities. Als je je elke november zwart schminkt, mag je best eens bedenken of je dat eigenlijk wel wilt.
  5. Kinderen maakt het niet uit welke kleur Zwarte Piet heeft. Als je naïef genoeg bent om in Sinterklaas te geloven, kun je ook wel geloven dat Piet van kleur verandert.
  6. De mensen die Piets kleur willen veranderen, doen dat omdat zij geloven dat Nederland er beter van wordt.
  7. We kennen allemaal het gevoel van verdriet als er iets uit onze jeugd verloren gaat. De ontdekking dat je oude school gesloopt is of een jeugdvriend dood. We lopen allemaal door de wijk waar we opgegroeid waren en zien in de nieuwe dakkapellen onze eigen vergankelijkheid gereflecteerd. Verandering is eng.
  8. Tradities veranderen constant. Denk je dat we al sinds 1850 gourmetten met Kerstmis?
  9. Niet alle voorstanders van kleurverandering zijn allochtonen. Niet alle tegenstanders van kleurverandering zijn racisten.
  10. Het is toegestaan om van mening te veranderen.
  11. De discussie gaat over de beeldvorming en onderliggende culturele connotaties van blackface. Iets kan kwetsend zijn, onwenselijk of racistisch zonder dat het zo bedoeld is. Iets kan zonder kwade intenties toch niet meer van deze tijd zijn. Je bent geen racist als je Zwarte Piet leuk vindt.
  12. Het feit dat binnen de fictie van het sinterklaasverhaal Zwarte Piet zwart is door de schoorsteen, is niet relevant voor het vraagstuk over de negatieve culturele connotaties van de traditie. Als er een hakenkruis op de mijter van Sinterklaas zou staan, zou je er ook niet mee wegkomen door te zeggen dat het een Indiaas symbool voor de zon is.
  13. Je kunt niet zeggen ‘einde discussie’ tot er consensus is.
  14. Een petitie gaat niets veranderen. Petities werken nooit. Serieus. Denk eens terug aan alle petities die je ooit hebt getekend. Nou precies.
  15. Niemand neemt jou je jeugdherinneringen meer af. Behalve de tijd. We gaan allemaal dood en al onze herinneringen gaan verloren.

 

Deze feiten heb ik niet zelf bedacht. Ze komen uit een artikel wat 2 jaar geleden gepubliceerd werd.

Tijdloze Piet

Hier in de klas lopen de meningen behoorlijk uiteen. Degenen die vóór zijn hebben het meeste commentaar en uit hun mond hoor ik vooral argumenten die vooral van mama en papa zijn. Want let’s face it: mijn brugpiepers hebben in het dagelijks leven een heel ander taalgebruik en denken meestal niet zover na.  Wanneer ik doorvraag en doorprik durft een enkeling met moeite toegeven het niet eens te zijn met de grof gebekten. Het is dat ik er in mijn lessen altijd op hamer dat iedereen zijn eigen mening mag hebben dat de tegenstanders niet onmiddellijk met de vloer gelijk gemaakt worden.

Zwarte Piet, wie kent hem niet.

Ooit was ik een voorstander. Alweer een aantal jaren geleden snapte ik niet dat mensen in dit feest iets racistisch zagen (al wijst de geschiedenis duidelijk genoeg aan dat dit verleden er wel degelijk in zit). Zij die tegen de stereotypering waren vond ik azijnpissers en mierenneukers want traditie is traditie, toch?

 

Maar is dat zo? Als iets kenmerkend is aan tradities is dat ze in de loop der tijd altijd vervagen, aangepast worden of zelfs (deels) verdwijnen. Zelden blijft een traditie eeuwenlang hetzelfde omdat simpelweg de tijd, cultuur en omstandigheden veranderen. En rara onze maatschappij verandert ook. Niet alleen omdat er meerdere culturen vertegenwoordigd zijn door de globalisering maar zeker ook vanwege alle technische, politieke en industriële ontwikkelingen; zo hebben we haast allemaal een smartphone, laptop en tablet waardoor we steeds meer (foute) informatie te verwerken krijgen en we ook steeds meer de behoefte ontwikkelen overal maar een mening over te moeten hebben. Een mening die te vaak louter gebaseerd is op een populistisch gevoel ipv goed doordacht en beargumenteerd. En niet alleen de inhoud der argumenten maar ook de gesproken toon is steeds vaker diep triest.

We juichen de globalisering enorm toe omdat we ver op vakantie kunnen, via Aliexpress onze hebbedingetjes voor een habbekrats uit China kunnen importeren en de wereld aan mogelijkheden zich aandienen. Wij willen de wereld maar o wee als de wereld een stukje van ons wil. We willen vooral veel hebben, maar een stukje afstaan …?

De heetgebakerde toon waarmee de pietendiscussie gevoerd wordt is een schande. Elk greintje respect en medeleven verdwijnt als sneeuw voor de zon en menig hart wordt zwart als roet. Wat een voorbeeld wordt zo gegeven aan de volgende generatie…

Sinterklaas was van oorsprong een armenfeest, nu een feest voor de kinderen. Sinterklaas werd eeuwen geleden in de kerk gevierd en niet thuis. Sinterklaas is een poosje zwart geweest. Piet was er eerst niet, toen in witte versie als knecht, daarna als Moor (slaaf) en pas na WO2 kwam er het pietenteam. Ooit klopte Sinterklaas gewoon aan de deur, toen deed Piet dat en later kwam die door de schoorsteen. Sinterklaas als feest is door de tijd heen continue aan verandering onderhevig geweest. Het was een feest wat met zijn tijd meeging.

Als er kinderen of volwassenen zijn die zich vandaag de dag gekwetst voelen bij het stereotype beeld, waarom dan niet weer een paar aanpassingen doorvoeren? Wat maakt het een kind uit of een Piet helemaal zwart is of dat hij wat roetvegen heeft? Het draait uiteindelijk gewoon om de kadootjes. Het draait om feest en liefdevolle aandacht voor elkaar … moeten we dan met alle geweld en taalmisbruik boos vasthouden aan ons zogenaamde recht en vergallen we daarmee een deel van de feestvreugde? Of kunnen we misschien toch maar beter met onze tijd meegaan?

piet_wittepiet

 

BE a Pokémon!

pokemonOp social media ontploft momenteel het gristelijke bommetje over hoe occult Pokémon wel is. Volgens mij (onbedoeld?) aangezwengeld door een EO berichtje waarover half gristelijk Nederland valt. Door je in te laten met dit soort series en spelletjes zou je je inlaten met de duivel en je je op zijn speelterrein begeven.  Sommige gristelijke sites doen er gretig een schepje bovenop en komen met ellenlange (zeer eenzijdige) verslagen waarom je het beste anti kan zijn. Ze vergeten echter bronvermelding of achtergrondstudie te vermelden, laat staan dat ze een eerlijk beeld van meerdere mogelijke bijbelse interpretaties weergeven…

zucht.

Tijdens m’n theologie-opleiding hadden we het op een bepaald moment over het ‘spookhuismodel’ en het ‘bunkermodel’; bij het ene model zie je overal demonen achter en is e.e.a. al vreselijk snel occult. Het andere model ziet nergens een probleem. Rara waar ik de huidige ‘bom’ onder schaar.

 

Ik kijk met een gerust hart naar Harry Potter, Twilight of Salem, sterker nog, ik geniet van die spanning en fantasie. Want dat is het voor mij; fantasie. En daarmee begeef ik me niet op gevaarlijk terrein, daar ben ik van overtuigd.  Sterker nog, wanneer Paulus aangeeft dat offervlees gewoon door christenen gegeten kan worden, laat hij zich met occultere zaken in dan dat ik nu een pokémonspelletje zou spelen. Offervlees werd gebruik in diverse riten waarbij afgoden direct werden geëerd, opgeroepen en gediend. En hoewel pokémon in oorsprong, qua verhaallijn, geïnspireerd werd door Shintoïstische denkbeelden: noch de serie, noch het spel zijn feitelijke rites in een gevaarlijke occulte wereld. Maar ook Paulus zijn kanttekening mag hier gelden. Heb je het idee dat je zwak staat, door de spelletjes verleidt word tot afgoderij, of ben je er bang voor: doe er dan niet aan mee. Maar verbiedt het een ander ook niet, en ga er vooral niet dramatisch over doen omdat zij wel iets ‘durven’ wat jij niet durft.

 

Nog een reden om dit soort dingen niet te snel als occult te bestempelen: Satan’s werkterrein is vooral daar waar je het niet verwacht. Hij werkt in op je geduld, op je gevoel voor tijd (of een gebrek eraan), hij werkt aan je afhankelijkheid van geld, waardering en eigenwaarde….  Je kan je zorgen maken om de ‘grootse’ dingen zoals het al dan niet occult bezig zijn, maar door je daarop te focussen verlies je misschien wel het werkelijke gevaar uit het oog: de kwetsbaarheid van onze kinderen die vaker op school en bij de opvang zijn dan gezellig bij pap en mam thuis, of de kwetsbaarheid van ons huwelijk waar we veel te weinig voor bidden of in investeren, de kwetsbaarheid van ons veel te grote ego en het groteske belang om onszelf te kunnen ontplooien …

 

prayerNee, ik maak me geen zorgen om occulte pokémons. Sterker nog: ik denk dat we er allemaal beter eentje kunnen zijn. Want hoeveel moeite doen jij en ik er nog voor om middenin de stad gezien te worden? Als christen wel te verstaan… Hoe belangrijk vinden wij het nog dat mensen ons zoeken én kunnen vinden EN daarbij weten dat we gezanten zijn van de Allerhoogste? Vergelijk eens hoeveel tijd je kwijt bent aan ‘kerkzaken’ … en hoeveel tijd je daadwerkelijk bezig bent om heel bewust een zoutend zout en lichtend licht te zijn? Ziet jouw omgeving je als de eeuwige veroordelende vingerwijzer of als iemand waar ze lol mee kunnen maken zowel als iemand die ze kan helpen bij problemen?  Wees nou maar gewoon een Pokémon: iemand waar mensen graag mee omgaan, graag naar kijken, naar toe komen als ze hulp nodig hebben in plaats van dat ze je mijden, en iemand die laat zien hoe groot en machtig de God is die je dient.  Zorg er wel ff voor dat je niet op een verkeersgevaarlijke plek staat 😉

 

(Noot: ik heb het hier niet over mogelijke gevaren die het Pokémonspelletje in het verkeer ed. kunnen veroorzaken , noch over de gepaste leeftijdsgrens van dit soort series en spelletjes!)

 

give ‘church’ a slap in the face

churchSoms … soms zou je mensen even willen strelen, met een stukje hout, zeg maar gerust een hele stoel, in het gezicht, heel heel hard. Echt werkelijk waar.

 

Sommige dingen zijn gewoon not done; je blijft met je poten van andermans spullen af, je waagt het niet aan kinderen te zitten,  je hult jezelf niet in een gewaad van leugen en bedrog , je bedriegt je beste vrienden niet en je ontduikt geen belasting … ok dat laatste neem ik ff terug. 😛

Zonder gein, sommige dingen doe je gewoon niet. Niet omdat je het titeltje christen of whatever draagt, maar gewoon puur omdat het in onze maatschappij niet bij de heersende normen en waarden wordt gerekend.  Natuurlijk maakt iedereen wel eens fouten en wijkt her en der de moraal nogal eens af maar dan nog zijn er ‘grenzen’. Overschrijd je die grenzen dan zul je daar hoe dan ook, ooit, een keer verantwoording voor moeten afleggen. Boeddhisten noemen dat Karma. Christenen noemen het de oogst die je ooit zelf zaaide.

 

Ik beken het eerlijk. Ik denk dat ik sinds een aantal jaren redelijk wat door de vingers kan zien omdat ikzelf verre van perfect ben. Mijn moraal is ruimer dan wat menig christen acceptabel  vindt en wat anderen beschouwen als ‘zonde’ wil ik nog wel eens door de vingers zien.

Bij gristenen echter trek ik steeds meer de lijn. Wat kunnen mensen met die titel mij teleurstellen.  Keer op keer op keer. Natuurlijk liegen en bedriegen ‘gewone’ mensen ook maar die veinzen tenminste niet meer te zijn dan dat ze werkelijk zijn. Die beweren tenminste niet er een hogere moraal op na te houden.  Dus wanneer ik hoor dat, welke trouwe gristen dan ook, zich ‘weer’ voorbij de grens van ‘not done’ waagt, dan raakt dat mij in mijn ziel; toorn en furie ontwaakt, oude wonden rijten open en het bloed van wantrouwen welt weer op.

 

Zucht, leggen gristenen zichzelf niet een te zwaar keurslijf op? Een verstikkend harnas waardoor excessief en buitensporig gedrag uiteindelijk onvermijdelijk wordt en de teleurstelling alleen maar onnodig groot? Verspreiden gristenen niet teveel verwachtingen over die onmogelijk haalbare moraal? Wordt er niet teveel heil gezocht in dat wat kerk genoemd wordt?

Veel gristenen heisen zich op zondag in extra mooie kleding, stappen in hun duur betaalde auto, rijden voorbij de eenzamen uit hun wijk, voorbij de daklozenopvang, voorbij de zieken en voorbij de vluchteling in de hoop in de kerk te leren hoe ze meer op Jezus kunnen lijken. Ondertussen alle kansen missend.

 

Wat als we de kerkdeuren zouden sluiten, onze naambordjes afleggen, stoppen met te praten óver het evangelie en starten met het uit te leven?  Uitleven in al onze kwetsbaarheid, zonder enige pretentie of verwachting, zonder verwijt naar zij die het anders doen maar met een volwaardige inzet in liefde naar ieder medemens. Zouden er dan niet minder slachtoffers vallen? Zouden we dan niet meer op Jezus lijken?

 

(1 Korinthiërs 9)

Revalidatie vs gehoorzamen

Het revalideren valt me tegen. 😓 tenminste, de snelheid ervan. Ik snap wel dat wanneer ze je buik opensnijden en zich een weg naar je wervels banen om daar het nodige weefsel te vervangen door wat schroeven en bouten, dat je dan niet 1,2,3 weer alles kan. Maar het is nu alweer 7 weken geleden…

Vooraf was me meegedeeld dat ik na 6 weken wel weer aan het werk kon. Ik mag nu nog niet eens indoor fietsen of korte stukjes autorijden 😕. 

Gister vroeg ik de fysio nog of 2 à 3 uurtjes per week werken – verdeeld over 3 dagen, écht niet kon… Maar nee, ze is streng. Mn energie zou dan naar het werk gaan terwijl ik mn aandacht bij de revalidatie-oefeningen moet houden.  Wat haar betrof mocht ik pas in december beginnen qua werk opbouwen. En in Januari start er een nieuwe reeks Pilateslessen: dat zou goed voor me zijn…. 

Vanmorgen dus met de nodige ijver mn oefeningen wezen afwerken. En eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat e.e.a. me best ‘zwaar’ valt.  Waar ik eerder met alle gemak op de grond ging zitten om met mn neus mn gestrekte knieën aan te raken, doet datzelfde rechtop zitten me al pijn terwijl ik nog nieteens naar mijn knieën durf kijken. Op een stoel zitten en mijn knie strekken terwijl ik mn tenen richting m’n kin laat wijzen doet ook de nodige vlammen door m’n benen jagen. M’n zenuwen zijn door het maandenlange beknellen behoorlijk beschadigd en dat voel ik. 

Positief: ik voel het! Of beter gezegd: ik voel weer! De operatie is geslaagd en mijn rug en zenuwen zijn aan het herstellen. De schreeuwende pijn in m’n rug is eindelijk weg – en ik kan niet duidelijk genoeg maken wat voor opluchting dat is! Maar m’n zenuwen zijn de opgelopen schade nog niet vergeten en laten me merken dat hun littekens schuren en trekken alsof het brandwonden zijn. 

Gewoon lopen en zelfs traplopen gaat me goed af. Afgelopen weekend zelfs een rondje Staalduinse Bos gelopen. Maar de beweeglijkheid in bukken, buigen, rekken en strekken is minimaal.  

Gister bedelde ik nog om bovenop de extra oefeningen ook te mogen leren fietsen. Maar de fysio hield voet bij stuk. Nee.  Na een paar oefeningen vanmiddag voelt het alsof mijn benen in brand staan. Zelfs na even ontspannen op de bank en een warme douche blijven ze pijnlijk tintelen. Dit is normaal, het hoort bij het weer leren mobiliseren. Als de pijn langer dan een aantal uren aanhoudt moet ik de volgende reeks oefeningen halveren. Gelukkig is deze pijn van een heel ander kaliber dan de pijn die ik eerder in mijn rug had. Dit valt te ‘dragen’.  De fysio heeft me zelfs moeten leren erkennen dat dit ook echt pijn doet… Zoveel pijn was ik voor de operatie gewend. Zelfs met een cocktail aan pijnstillers was het soms niet te harden.  Zo brandde ik me begin deze zomer een keer aan de oven, maar voelde niets tot zoon 2 me erop wees dat ik bloedde. Ik had totaal niet gemerkt dat er een stukje vel was afgescheurd. Nu, Na ruim 1,5 jaar ben ik eindelijk pijnstillervrij! Happy! En ik wil niets liever dan dat mijn lijf weer leert normaal te functioneren. Ik wil weer kunnen fietsen, autorijden, fitnessen, roeien, enz.

Toch ben ik blij met een fysio die mijn grenzen beter kent dan ikzelf en me met gepaste strengheid behandelt… Ik wil zoveel en zo graag dat ik echt nog eens teveel doe… Maar ik gehoorzaam- voor zover dat kan😅  

Maar woensdag toch nóg eens vragen of ik alweer mag autorijden, soms helpt zeuren 😜 

(K)leren van liefde 

 

 Het is relatief gemakkelijk om van je familie te houden, van je vrienden, je aardige buren of van de mensen in de kerk. Aardig zijn en doen is in deze gevallen meer een standaard basisvaardigheid dan een ‘moeite’. 

Maar wat als er mensen op je pad komen die jouw eten opeten, jouw baan innemen of hun geloof bij jou op de stoep uiten? Kan je dan nog net zo liefdevol handelen? 

In de media gonst het van halve waarheden en hele leugens en het vluchtelingendebat kan niemand ontgaan.  Appels en peren worden vergeleken wanneer de ouderenzorg het zogenaamd moet opnemen tegen de kosten van een paar van de honderdduizenden vluchtelingen. Of wanneer ‘onze’ jeugd al amper gehuisvest kan worden (alsof die uitgehongerd uit oorlogsgebied komen en blij zijn met tijdelijke onderkomens en een schamele lening om van te moeten leven).  

 

Het doet me verdriet wanneer mensen zo egocentrisch kunnen meepraten met dergelijk populistische geluiden. Wat als de rollen nou eens waren omgedraaid? Dat wij als docenten, artsen, wetenschappers, bouwvakkers het ene moment nog onze auto staan de wassen en ons bedenken waarheen onze volgende vakantie naartoe gaat, en het volgende moment onze dochters verkracht worden, onze zonen onthoofd, onze huizen platgebombardeerd. Zou jij je kind in een boot zetten wanneer de woeste zee veiliger blijkt dan je eigen land?  Hoe zou jij het vinden om overal geweigerd te worden, om te horen dat onder jou en je familie mogelijk terroristen schuilen, dat je een gevaar bent voor de arbeidsmarkt, het eten van de ouderen hun bord afpakt, …? 

Naastenliefde tonen kan niet zonder risico’s nemen. Als iemand dat uit ervaring weet is het God wel. Wanneer Hij ons dan in de brief aan de Kolossenzen laat weten dat we onszelf moeten kleden in Liefde, weet Hij wat hij van ons vraagt. En Hij beseft hoe moeilijk het kan zijn om wijs, vriendelijk en beslist te reageren naar buitenstaanders. Toch geeft Hij ons die opdracht. Meer dan dat zelfs: 

Want ik had honger en jullie gaven me te eten, ik had dorst en jullie gaven me te drinken, ik was vreemdeling en jullie namen me op (…) alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat heb je voor Mij gedaan. 

Je hoeft het als christen niet eens te zijn met de politiek, maar wees liefdevol in je praten over en in je handelen wanneer het over vluchtelingen gaat. Durf te groeien naar dat volgende level in naastenliefde en bewogenheid.  

  

Tante Jet 

Zoonlief noemt haar intussen ‘tante Jet’ op licht sarcastische toon welliswaar. Het is een vrijgevochten en behoorlijk eigenwijze moeder-met-kind met leenauto en een tochtige tent. Alles weet ze beter en iedereen voedt ze op.  Praat veel, zegt weinig, luistert niet. 


“Ik denk dat het tijd is om de kinderen alvast op bed te doen.” Zegt ze veelbetekenend. Niemand rond het kampvuur reageert echter en een uur later moet haar dochter als enige mopperend op bed.  

Rond datzelfde kampvuur treffen diverse campinggasten elkaar avond aan avond, van vroeg tot laat. Er wordt gesnoept en geborreld, gelachen, gekeuveld en handen gewarmd. Uiteraard komt ook het wel en wee van elkaars kinderen een keer aan bod. “Zo, heeft iemand nog een normaal kind of hebben ze allemaal adhd of iets anders?”  Iedereen valt stil. Ergernis welt op.   


Ze werkt bij het ministerie en mag ‘geld’ uitdelen. Heeft in het hoger onderwijs gewerkt maar “Dat is niet normaal! Docenten zijn echt dom! Je werkt in het onderwijs veel meer dan waar je voor betaald krijgt! Het is gewoon onmogelijk om fulltime te werken! Over de ongemotiveerde stuudjes maar te zwijgen.” … Docenten zijn dom… Ik bijt intussen op mn tong.  


Een andere avond zitten we ons weer te warmen wanneer een wat ouder, Duits-Nederlands camperstel erbij komt. Ze geven een zakje snoepjes door met het verhaal hoe lekker ze deze snoepjes vinden en dat het hun dagelijks toetje is. De zak mag leeg van ze want ze hebben er nog één. Iedereen graait en smult en de zak gaat nog een keertje rond. Tot hij bij Jet komt. “Nu is het wel even genoeg met al dat gesnoep.” En pontificaal zet ze de zak aan de kant.  Niemand durft te reageren. Verbaasde ogen kijken elkaar stiekem aan. Ik kan het niet laten, eet dat snoep niet eens maar nog geen twee tellen later vraag ik heel zoet aan Patrick (die zit naast haar) “Geef je de zak nog even door?” 

 

Hetzelfde bemoeierige gedoe doet ze daarna nog een keer bij het jochie wat in het familiehuis logeert: het ondeugend glimlachende bekkie van het driejarige knulletje plakt van de gesmolten marshmellow en de oogjes stralen van genot. Maar hop de zak snoepgoed wordt voor zijn neus weggegritst met de mededeling “Jij hebt wel even genoeg gehad.”  

Gloeiende… 

 

Wanneer ik met een stel vlotvaarders aan de praat kom en we onze ervaringen uitwisselen zit ze menigmaal te zuchten “Ik kan het dus beter niet met m’n dochtertje gaan doen?” Euh, nee, er zijn toch echt minstens 2 sterke volwassenen voor nodig en het is niks voor basisschoolkids.” Nou, dat was stom en vervolgens liet ze ons dat bij elke zin weten. “Het klinkt steeds minder aantrekkelijk zo een tocht.”  Zucht. 


De eerste paar avonden maakte Jur en onze jongens steevast het kampvuur aan en bracht ik de marshmellows en andere lekkernijen mee. Maakt me niet uit wie of hoeveel men snoept: iedereen kreeg tot de zak leeg was. Een jongedame (onze heertjes noemen haar Piet) trakteerde vervolgens op dat smeuïg spul vanwege haar 15de verjaardag en daarna was ik weer de supermarkt: de op één na laatste zak, maar de winkel is dichtbij dus snoep, worst en ander lekkers is snel gehaald. Ik deel wel uit. (Al waardeer ik wel t principe van geven en nemen.) 

Eindelijk nam tante Jet ook wat mee. Net als alle andere avonden gaat ook deze keer de snoepzak leeg. De avond erna spenderen wij merendeel bij onze ‘buurtjes’ wiens 15jarige puber mij intussen ‘backup mama’ noemt. We zijn lekker aan de borrel en de tetter terwijl onze druktemakers de rivier pogen leeg te vissen. Tante Jet gluurt intussen menigmaal onze kant op terwijl ze diverse pogingen tot een vuur onderneemt. Maar ons zin in vuurtje stoken neemt lichtelijk af door haar aanwezigheid, dus maken wij geen aanstalten die kant op. Dochterlief wordt uiteindelijk onze kant opgestuurd “M’n moeder zegt dat jij marshmellows voor ons hebt.” Even sta ik stomverbaasd – wat een lef. Omdat ik me niet wil laten kennen geef ik ze mijn laatste zak, maar niet zonder te benoemen dat ik deze toch echt zelf gekocht heb en hun zak gister op was. … Verbijsterd over de brutaliteit neem ik weer plaats bij de buurtjes wanneer het dametje opnieuw onze kant wordt opgestuurd. “We hebben jullie hakbijl nodig.” Een dikke rookpluim waait richting Jets tent maar vlammen wil het niet echt. Maar ze bekijkt het maar “Sorry, die bijl is van onze zoon en die is er niet, dus lenen we hem niet uit.”  


Daags erna, tijdens de afwas, komt Jetjes dochter zuchtend de keuken in, mams heeft haar er duidelijk weer opuit gestuurd. “Mama is zo bekaf, ze is veel te moe om vuur te maken. Ze hoopt zo dat Patrick (campingeigenaar) het kampvuur aanmaakt…” De hint druipt ervan af maar mn mannen trappen er niet in. Even later zien we Jet alle campinggasten voor het kampvuur uit te nodigen in de hoop dat iemand de fik erin steekt, ons passeert ze natuurlijk. Eén van de ruige outdoor Belgen offert zich uiteindelijk op, probeert het met wat tondel maar is opgelucht wanneer Jur hem goedschiks een fles brandstof aangeeft. Wanneer de vlammen eindelijk gulzig aan het hout likken laat hij tantje Jet met een dikke kinderschare zitten. Er zijn geen marshmellows. Manlief en ik kijken elkaar even veelbetekenend aan en starten met een spelletje triominos. Wij wachten wel tot ze iedereen naar bed heeft gestuurd. 😜 

  

Geloven in dankbaarheid 

 

 Het is zo easy om dankbaar te zijn wanneer je ontvangt wat je hebben wilt. Maar kan je God ook vertrouwen én danken wanneer de boel in het honderd loopt? Of wanneer je gebeden niet verhoord worden?  

Sinds december is zoon 1 bezig geweest met zijn toelating voor de opleiding mechatronica bij de marine. Informatiedagen, sporttesten, gesprekken … Overal rolde hij doorheen en zijn enthousiasme voor wat de toekomst bood groeide. 

Wat een teleurstelling was het dan ook toen middenin examentijd bleek dat er een foutje was gemaakt en de weinige plekken reeds vergeven waren. Zoonlief moest een andere opleiding kiezen maar mocht eventueel wel op de wachtlijst. 

 En wat doe je dan? De keuze viel zwaar maar we ‘gokten’ op een afvaller – hoopten en verwachtten dat God wel in een uitkomst zou voorzien. 

Niet zo netjes maar stiekem hoopten we dat iemand niet zou slagen of eea niet zou aankunnen zodat onze kleine grote man toch de opleiding van zijn voorkeur kon doen. En al benoemde ik dit wel -met enig schuldgevoel- naar God, ik kon er niet om bidden, immers dat zou een teleurstelling voor de ander zijn.  Dus maar loslaten en het van Hem verwachten, intussen het beste makend van de situatie. 

Het was mijn moeder die me afgelopen weer erop attendeerde dat ik ook anders kon bidden. Zij bad dat iemand heel bewust zou kiezen voor een andere opleiding of dat God in ieder geval iemand op een andere weg zou leiden. … Mooi hè (ik weet het, mijn moeder is een geweldig mens maar meer dan dat een fantastische bidder in geloof!)  

Door op deze wijze te bidden kreeg ik zelf meer rust in wat zou komen, en al zou er nooite een plekje vrijkomen, God zou zoonlief wel op de juiste plek zetten. 

En dan komt vandaag het bericht dat er een plekje is vrijgekomen en hij gewoon de opleiding van zijn keuze kan doen. … Hoe mooi is dat?  

Biblejournaling 

 

 Voor de enkeling die het op facebook of instagram niet was opgevallen: ik heb weer eens een bevlieging 😝.  Hoe ik er precies bij kwam weet ik niet maar een week of twee geleden begon ik te tekenen in m’n bijbel en op zoek naar inspiratie stuitte ik via Pinterest op het bible journaling.  

Binnen 2 dagen had ik mij nieuwe – veel te dure- softcolour kleurtjes en een craftbijbel aangeschaft en nu zit ik haast elke vrije minuut in mn bijbel te lezen, schrijven en te tekenen. 

Het lijkt wel alsof ik ineens in een oase beland ben terwijl ik toch echt niet het gevoel had in de woestijn te zitten. Maar m’n creatieve geest komt als het ware op spirituele wijze tot leven. Nouja, zoiets 😜

In ieder geval ontdek ik nu een hele nieuwe wereld met bijhorende community, heb ik FBcontact met dames van Zweden tot Zuid-Afrika en all the way to Canada, leer ik over technieken wat voor materialen en pennetjes al dan niet soordrukken of de bladzijden doen kreukelen en geniet ik met alle passerende creaties op vernieuwde wijze van Gods Woord. Inspiratie in de diepste betekenis van het woord.  

Wat ik echter niet begrijp is waarom ik er niet eerder van ‘hoorde’. Ik weet wel dat bij uitgave van de craftbijbel ik gebeld werd met de vraag of ik hier in de buurt een workshop kon geven in hoe je de kaft kon pimpen… ZO blij dat ik toen nee zei! Het ging destijds (en ogenschijnlijk ook op de sestra site??) alleen maar om de buitenkant van deze bijbel. Terwijl de binnenkant zoveel interessanter is!! En wat een beginnersfoutjes heb ik gemaakt…  

Wat mij betreft hebben de uitgever en dames van Sestra of wie dan ook hier in ieder geval een giga-kans laten liggen. Want zelfs al heb je totaal geen tekentalent: met een paar kleine tips en trucs maak je prachtige kunstwerken die je helpen Gods Woord te memoriseren en je eigen te maken. En het levert je behalve een dosis ontspanning ook nog eens een prachtig unieke bijbel op! 

Anyway – ik heb voorlopig weer een bezigheid – voor zolang dat duurt bij mij. 😁